ACHTERGROND AVONTUUR BESCHEIDENHEID

                                                                                                          ESSAY

                                       Inhoud

     Inleiding

1.  Deugden

2.  Nederigheid en bescheidenheid

               2.1 Definitie en geschiedenis
               2.2 Kenmerken nederig/bescheidenheid

3. Corresponderende ondeugden

3.1 Algemeen
3.2 Narcisme
3.3 Dodelijke ondeugden (Gabrielle Taylor)

4. Ontwikkeling bescheidenheid

4.1 Langere termijn aanpak
4.2 Gabrielle Taylor
4.3 Korte termijn acties

5.1 Spel-randvoorwaarden

     Referenties

Van het slechte naar het goede

Inleiding

Om onze deugdvormingsactiviteiten een nieuwe impuls te geven denken we dat het wenselijk is, met handhaving van bestaande programma’s, een nieuwe aanpak te ontwikkelen. De technische ontwikkelingen in de sector communicatie brengen nieuwe handvatten om met deugdvorming om te gaan. Tegelijkertijd hebben de gedragswetenschappen ook vorderingen gemaakt, onder meer op het gebied van de neuro-fysica en de psychologie. Die hebben nieuwe waarheden ontdekt, die nuttig in vormingsprogramma’s ingebouwd kunnen worden.
Zo kwam ik onlangs het werk van Jane McGonigal, ‘SuperBetter’, tegen, dat gebruik maakt van recente ontwikkelingen voor de oplossing van persoonlijke problemen en ambities. De methode is gebaseerd op ‘gamification’. Wij willen een dergelijke methode ook proberen toe te passen op de ontwikkeling van deugden en sterke kanten.


In dit essay volgen we daarbij de wetenschappelijke indeling van de deugden van Value in Actions (VIA), opgericht door de positieve psychologen Peterson en Seligman in het begin van deze eeuw. Die indeling kent zes deugden onderverdeeld in 24 sterke kanten (zie hierna, begin deel 1).
Het is een experiment en om ons niet te vergrijpen, hebben we nederigheid/bescheidenheid als eerste genomen. Dat is één van de tien sterke kanten van de deugd maat/gematigdheid. Die sterke kant is wereldwijd minder populair dan andere deugden en sterke kanten, zoals rechtvaardigheid en wijsheid; ook in Nederland. In een onderzoek over deugden door de Universiteit van Groningen, kwam bescheidenheid in een groep van 15 deugden alleen bij geestelijken op de tweede plaats. Onder de respondenten ‘raadsleden’, werd bescheidenheid amper genoemd en leerkrachten plaatsten het na de tiende plaats, samen met geloof, genade en doelgerichtheid. In het algemeen scoren mannen iets hoger op bescheidenheid dan vrouwen.


Analoog spel versus gamification met gamifier

Om gamification tot stand te brengen, beginnen we eerst met een gewoon analoog spel. We zijn namelijk twee versies aan het ontwikkelen, een analoge en een gamification versie. Hier vind je alle gegevens voor de analoge versie. Deze versie is beschikbaar op ‘www.deugd.net’ onder de titel ‘Avontuur Bescheidenheid’. De gamification versie gaat sterk leunen op de analoge versie en is een verdere uitwerking daarvan. Het script van de gamification versie is in een gevorderd stadium en zal spoedig beschikbaar zijn. Voor de uitwerking van de echte gamification versie is een gamifier nodig, die het in de juiste vorm kan gieten.


Dit essay behandelt de achtergrond van bescheidenheid. Na de inleiding wordt er in hoofdstuk 1 een korte uitleg van de deugden gegeven. Hoofdstuk 2 gaat over de sterke kant ‘nederigheid/bescheidenheid’, met respectievelijk de onderdelen ‘definitie en geschiedenis’ en ‘kenmerken nederig/bescheidenheid’. Hoofdstuk 3 gaat over ‘corresponderende ondeugden’, met als onderdelen ‘algemeen’, ‘narcisme’ en ‘dodelijke ondeugden’. Hoofdstuk 4 behandelt de ontwikkeling van bescheidenheid, met als onderverdeling: ‘inleiding’, ‘langere termijn aanpak’, ‘Taylor’ en ‘korte termijn acties’. Hoofdstuk 5 gaat over spel-randvoorwaarden. Op het laatst is er nog een sectie ‘referenties’.

  1. Deugden

Deugden zijn karaktertrekken waarin men uitmunt. Deugdzaam gedrag is een belangeloze oriëntatie op het goede en de deugd is haar eigen beloning. Deugden zijn niet aangeboren maar zijn goede houdingen en gewoontes, een tweede natuur geworden, dankzij voortdurende oefening. Deugdethiek is een ethiek van opvoeding, zelfverwerkelijking en levenskunst, waarbij het voorbeeld een centrale rol speelt. Deugden zijn positieve verbindingen tussen waarden en normen. De kern van de deugd ligt in de goede wil. Deugdethiek probeert onze passies zo te vormen dat we als het ware vanzelf het goede willen en dat nastreven ter vervolmaking van onze persoon.


Er zijn meer definities van deugden. Volgens MacIntyre, gerenommeerd deugd-deskundige, presenteren Homerus, Sophocles, Aristoteles, het Nieuwe Testament en Middeleeuwse denkers verschillende en onverenigbare lijsten van deugden; ze geven die ook een verschillende volgorde van belangrijkheid en ze hebben verschillende, onverzoenbare deugdtheorieën. Deugden hebben in de verschillende systemen en over de tijd variabele betekenissen gekend, er is overlap vanwege abstractie en sommige vermeende deugden zijn eerder goede gewoonten dan deugden.


Er zijn in de loop van de tijd meerdere lijsten van deugden en ondeugden geweest. De bekendste classificatie van westerse deugden zijn de vier klassieke deugden van de Griekse Oudheid, moed, maat, rechtvaardigheid en wijsheid. Daar hebben de Middeleeuwse christelijke denkers de christelijke deugden geloof, hoop en liefde aan toegevoegd. Heden ten dage zijn er diverse series van deugden, eentje wel vijftig ‘engelen van je ziel’ lang!
De Grote Vijf (Big Five) is de meest onderzochte en wetenschappelijk de best gevalideerde manier om onze persoonlijkheid in kaart te brengen. Ze beschrijft de persoonlijkheid aan de hand van vijf clusters van persoonlijkheidskenmerken, ook wel dimensies genaamd. Bescheidenheid is onder die theorie één van de zes facetten onder de dimensie vriendelijkheid.


De Amerikaanse positieve psychologen Seligman en Peterson zijn de eersten die, in het begin van deze eeuw, een wetenschappelijke classificatie van deugden hebben opgezet (Values in Action, VIA; zie hun Character Strengths and Virtues). Wij volgen hun systeem in dit essay.
Peterson en Seligman onderscheiden de componenten van goed karakter op drie niveaus van abstractie: de deugden als het meest abstracte niveau, vervolgens karaktersterkten op het middelste niveau en als derde, meest gedetailleerde en specifieke niveau, de functionele thema’s. In de behandeling van de drie, in abstractie variërende, begrippen van positieve eigenschappen staat het begrip ‘karaktersterktes’ centraal.

De VIA wetenschappelijke classificatie kent zes deugden, met daarachter aangegeven de karaktersterktes, als volgt:

  • Kennis en wijsheid: creatief, belangstellend/nieuwsgierig, leergierig, nadenkend, wijs
  • Rechtvaardigheid: rechtschapen, leider, teamspeler
  • Menselijkheid: liefdevol (beide richtingen), vriendelijk, sociaal-vaardig
  • Moed (pit en vastbeslotenheid): doortastend, moedig, integer, enthousiast
  • Maat/gematigdheid: bescheiden, vergevingsgezind, beheerst, bedachtzaam
  • Transcendentie (boven jezelf uitstijgen): waardering voor schoonheid, humoristisch, godsdienstig/spiritueel, hoopvol, dankbaar.

  • Karaktersterkten zijn volgens Peterson en Seligman de psychologische ingrediënten, processen of mechanismen, die de deugden definiëren. Anders gezegd, zij zijn de onderscheiden wegen om de één of andere deugd te tonen. Ze onderscheiden in totaal 24 karaktersterktes. Deze karaktersterktes worden alom gewaardeerd, hoewel een individu ze maar zelden allemaal zal bezitten.
    Uitgesloten van de classificatie van karaktersterktes per se, zijn talenten en bekwaamheden zoals intelligentie en kenmerken die niet in alle culturen gewaardeerd worden, zoals netheid, zuinigheid en stilte.
    Volgens Peterson en Seligman verschillen karaktersterktes en deugden ten minste van talenten en gaven omdat ze tot het morele domein horen. Talenten en bekwaamheden zijn aangeboren, onveranderlijk en minder beïnvloedbaar door de wil dan karaktersterktes en deugden.
    In hun historische overzicht komen Peterson en Seligman tot de conclusie dat er op wereldniveau een sterke convergentie is over tijd, ruimte en intellectuele traditie aangaande zekere kerndeugden: rechtvaardigheid en menselijkheid zijn kenmerkend voor alle deugdsystemen. Matigheid en wijsheid volgen kort daarop als tweede groep. Transcendentie komt als vijfde, waarschijnlijk omdat deze deugd meer impliciet is en met religie verbonden is. Moed komt als laatste en vormt in traditionele zin geen onderdeel van de oosterse deugdsystemen.
    Op basis van ruim een miljoen VIA-IS questionnaires zijn volgens een 2014 onderzoek van McGrath de meest voorkomende karaktersterktes in de wereld, in volgorde van belangrijkheid: honesty (eerlijkheid), fairness (billijkheid), kindness (vriendelijkheid), judgment (gezond verstand), curiosity (leergierigheid) en gratitude (dankbaarheid).
    De minst voorkomende karaktertrekken in de wereld zijn, in afnemende volgorde: zest (pit, enthousiasme), spirituality (spiritualiteit), prudence (zorgvuldigheid), humility (bescheidenheid), en self-regulation (zelfbeheersing).

Maat/gematigdheid

Maat kan op twee manieren geïnterpreteerd worden. Allereerst de juiste maat houden, waarbij volgens Aristoteles een deugd gewoonlijk het midden is tussen twee extremen. De tweede interpretatie is die van ‘gematigdheid’.
De kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, moed en maat zijn alle vier wat men noemt scharnierdeugden: onmisbare kernen van morele kwaliteit. Daaronder ook de deugd maat: een goed mens weet precies op het goede moment te handelen: dat wil zeggen niet te vroeg en niet te laat. Hij weet op de goede manier op te treden, d.w.z. niet te autoritair en niet te weinig gezagvol. Steeds gaat het erom de juiste maat aan te houden.
In de loop van de tijd is één van de zaken die nodig zijn voor deze deugd, namelijk zelfbeheersing, steeds meer in de plaats gekomen van het traditionele begrip maat.
De kracht waarmee iemand zijn eigen verlangens en begeertes weet te bedwingen is nodig voor een maat-vol leven, maar is niet hetzelfde.
Je zou gematigdheid kunnen definiëren als beperkingen aan je ego op leggen, ruimte maken voor de ander. Egoïsme, losbandigheid en arrogantie zijn compenserende ondeugden.
Maat, gematigdheid kan op verschillende vlakken worden toegepast. We kunnen onderscheid maken tussen individuele maat- en sociale maatkwaliteiten.
De individuele gematigheidskwaliteiten zijn:

  • Nederigheid/bescheidenheid
  • Spaarzaamheid
  • Geduld
  • Zedigheid, kuisheid
  • Zelfdiscipline, beteugeling, beheerstheid in het algemeen, vooral op het gebied van eten en drinken
    De sociale gematigheidskwaliteiten zijn:
  • Voorzichtigheid (prudentia)
  • Berouw en vergeving

  • N.B. In onze behandeling van de deugd ‘maat’ concentreren we ons op ‘gematigdheid’.
    Omdat we de indeling van VIA volgen, hebben we onder gematigdheid met vier karaktersterktes te maken, te weten bescheidenheid, voorzichtigheid, zelfbeheersing en vergevingsgezindheid.
    De deugd van gematigdheid is, in bepaalde opzichten de keerzijde van de deugd moed. Waar moed vraagt om actie te nemen wanneer het nodig is om goed te doen, heeft gematigdheid te maken met het jezelf weerhouden van handelingen die slecht of sociaal onwenselijk zijn. Waar de moedige persoon waarschijnlijk gezien wordt als iemand van actie, geeft de gematigde persoon waarschijnlijk eerder de indruk gereserveerd, beschouwend, misschien zelfs bedaard te zijn. Het is deze terughoudendheid of beschermende kwaliteit tegen excessen die deze karaktersterktes typeert.
    Eenvoudig gezegd, vergeving beschermt tegen haat, bescheidenheid beschermt ons tegen hoogmoed, voorzichtigheid tegen slechte keuzes en zelfregulering beschermt ons tegen een ongedisciplineerd leven.
    We willen gedragsverbetering integraal benaderen door deugdelijk gedrag te promoten en ondeugdelijke tegenhangers tegelijkertijd te neutraliseren. Daarom zullen we de betreffende ondeugden onder ieder van de deugden/karaktersterktes behandelen.

2. Nederigheid en bescheidenheid

2.1 Definitie en geschiedenis

De vroege monastieke heiligen Benedictus van Nursia (480 – 547) en Bernardus van Clairvaux (1090 – 1153) gaven ruim aandacht in hun geschriften aan de nederigheid. St. Benedictus in zijn Regel voor alle monniken wijdt een apart hoofdstuk aan nederigheid, dat begint met het volgende citaat uit de Heilige Schrift: “Al wie zich verheft zal vernederd, en wie zich vernedert zal verheven worden”.
Hij gebruikte daarbij het beeld van de ladder uit de droom van Jacob van het Oude Testament, waarbij de engelen afdalen en opklimmen, d.w.z. door hoogmoed afdalen en door nederigheid opklimmen naar het hemelse niveau. De eerste trap van nederigheid bestaat hierin, dat men, door de vreze Gods altijd voor ogen te houden, ten zeerste op zijn hoede is voor de vergetelheid, de tweede trap van nederigheid bestaat hierin dat men niet gehecht is aan zijn eigen wil en er bijgevolg geen genoegen in vindt om zijn eigen verlangens in te willigen. En zo verder de trappen op in toenemende graad van nederigheid.
De twaalfde en laatste trap van nederigheid bestaat hierin, dat de monnik niet enkel in zijn hart nederig is, maar dat ook zijn hele lichaamshouding een uitdrukking is van nederigheid voor allen die hem zien: altijd houdt hij het hoofd gebogen en de ogen neergeslagen. Steeds is hij zich de schuld van zijn zonden bewust en is het hem alsof hij reeds voor Gods schrikwekkend oordeel moest verschijnen.
Zodra de monnik al deze trappen van nederigheid beklommen heeft, zal hij die liefde tot God bereiken, die volmaakt is en de vrees buitensluit. Door deze liefde zal hij alles wat hij eerst met een zekere angst volbracht, nu zonder moeite nakomen, alsof hij het deed uit gewoonte of uit natuurlijke aandrift.
Bij Bernardus van Clairvaux worden de twaalf trappen van nederigheid tegelijk de trappen van hoogmoed. Hij volgt de sporten van de ladder, zoals de heilige Benedictus die ontwierp, maar nu in tegengestelde richting. Bernardus immers beschrijft de trappen van de hoogmoed en niet die van de nederigheid. Van de nederigheid in deze omgeving kunnen we de volgende definitie geven: ‘ nederigheid is de deugd waardoor de mens zich waarlijk leert kennen en nietswaardig wordt in eigen ogen’.


De twaalf trappen van hoogmoed zijn de volgende:

  • eerste trap: nieuwsgierigheid;
  • tweede: onbestendigheid van gemoed;
  • derde: uitgelaten vrolijkheid;
  • vierde: grootspraak;
  • vijfde: buitenissigheid;
  • zesde: verwaandheid; zevende: vermetelheid;
  • achtste: verdediging van zijn fouten;
  • negende: gehuichelde bekentenis;
  • tiende: weerspannigheid;
  • elfde: vrijheid van zondigen;
  • twaalfde: gewoonte van zondigen.

Zoals ten slotte de rechtvaardige, die al deze trappen beklommen heeft, reeds met een opgeruimd hart en zonder moeite wegens de goede gewoonten naar het leven snelt, zo spoedt zich onvervaard naar de dood: de goddeloze, die deze trappen is afgedaald, zich kwader gewoonte niet door zijn rede laat leiden en zich niet inhoudt met de teugel der vreze.
De geschriften van de heilige Benedictus en van de heilige Bernardus impliceren zelfvernedering en ascetisme. Het zijn gebruiken die heden ten dage geen opgang meer doen in de westerse wereld.
Ten tijde van Thomas van Aquino (1225 – 1274) werd hoogmoed als tegenhanger van nederigheid en als voldoende slecht gezien om onder de doodzonden gerangschikt te worden. Sommigen zagen haar zelfs als de primaire zonde, de bron van alle kwaad.
Persoonlijk zijn velen bekend met het katholieke geloof, wat in mijn jeugd nog de nederigheid benadrukte als onderdeel van het Evangelie. Je moest je voegen naar de geboden, verboden en andere voorschriften van de katholieke kerk en er was weinig of geen ruimte voor uitzondering. Niet alleen door de kerkelijke controle, door religieuze praktijken, onder meer de biecht, maar ook door een alom gedeelde religieus-sociale cultuur was de beleving en naleving van het katholieke leven in een sterk homogeen katholiek dorp, intensief.
Bescheidenheid en gehoorzaamheid aan de katholieke cultuur waren het resultaat en weinig mensen vormden in die tijd een uitzondering. Die bescheidenheid nam je in je leven mee en was een zekere handicap in fora daar waar je je mening sterker zou hebben kunnen/moeten verdedigen. Het gevolg was dat je niet alleen heel klein was tegenover (het perspectief) God, maar ook beperkt in je opstelling tegenover dominerende of invloedrijke bazen en fora. Het had natuurlijk ook zijn voordelen, zoals minder confrontatie en eensgezindheid. In deze zin, is het juist dat nederigheid soms wordt gezien als een specifiek christelijke deugd, die betrekking heeft op de relatie van menselijke wezens met een godheid, en bewustzijn van hun onbelangrijkheid in dat opzicht en in het algemeen.


Volgens Gabrielle Taylor symboliseert nederigheid nog altijd iets van het bovennatuurlijke en bovenmenselijke in vergelijking waarmee individuen zich beperkt en afhankelijk voelen. Nederigheid volgens Taylor is verbonden met een gevoel van ‘eerbied’, een complex verschijnsel, dat een gevoel van ontzag, evenals van ongemak en vrees inhoudt. De term nederigheid heeft soms ook nog negatieve connotaties. Men kan aan een nederig persoon denken als zwak en passief, met neergeslagen ogen, die zelfwaardering en vertrouwen ontbeert. Anderen associëren nederigheid met vernedering, wat beelden oproept van schaamte, verlegenheid of afkeer van zichzelf.


Niettemin hoeft nederigheid niet zulke negatieve beelden van het zelf in te houden. De deugd van de nederigheid is ondergewaardeerd. In feite kunnen nederige individuen sterk positieve zelfwaardering bezitten als zij het gevoel van eigenwaarde baseren op hun intrinsieke waarden of waardigheid, hun positieve kwaliteiten, een gevoel voor zelfcompassie, hun relaties met andere mensen of hun oriëntatie op een hogere macht.
Onderzoek geeft aan dat in het algemeen mensen meer de neiging hebben hun zelfimago op te krikken dan het naar beneden te halen. Dit geldt nog meer op morele dan op intellectuele terreinen.
De essentie van nederigheid heeft betrekking op een niet-defensieve bereidheid om het eigen ik accuraat te beoordelen, inclusief sterke kanten en beperkingen. Nederige individuen zullen niet opzettelijk informatie verdraaien om hun imago te verdedigen, te corrigeren of te bevestigen. Voor nederige mensen is er geen pressie voor gewichtigheid en geen dringende behoefte om zichzelf als beter te zien, of te presenteren, dan ze in werkelijkheid zijn. Zij zijn er in principe niet op uit om anderen te domineren, om gunsten te ontvangen of om hun eigen status te verhogen. Nederigheid wordt overdreven als het leidt tot hardvochtige of afkeurende benaderingen van het ik, tot het overdrijven van zwakheden en misstappen en het streng bestraffen daarvan, terwijl men sterke kanten en successen over het hoofd ziet.
Het onderscheid tussen nederigheid en bescheidenheid
We dienen het onderscheid op te helderen tussen nederigheid (Eng. humility) en bescheidenheid (Eng. modesty).
Bescheidenheid is een vorm van nederigheid die meer uiterlijk is: dingen doen om de aandacht op jezelf te verminderen; de bescheiden inschatting van eigen verdiensten en successen, ook in zaken als kledinggebruik en sociaal gedrag. Bescheiden mensen, ook nederige overigens, gaan liever op in de menigte of groep dan erboven uit te steken. Ze treden niet onnodig op de voorgrond. Bescheidenheid wordt gezien als een meer sociaal-georiënteerde eigenschap. Wanneer ‘bescheidenheid’ niet op mensen slaat, geeft het iets minder wenselijks aan, bijvoorbeeld een bescheiden prestatie. Een bescheiden persoon wordt soms gezien als iemand die zich gedwee onderwerpt aan de meningen van superieuren en beter gesitueerden, en zelf geen pit heeft.
In dit essay gebruiken we de twee begrippen nederigheid en bescheidenheid door elkaar heen, evenals de gecombineerde term nederig/bescheidenheid. De twee begrippen zijn bijna identiek en vanwege de negatieve connotatie is het wenselijk om nederigheid niet op zichzelf staand te gebruiken. Voor de praktische toepassing in ons spel is het onderscheid niet wezenlijk relevant.
Het is moeilijk om betrouwbare metingen van nederigheid te vinden. Vragen aan mensen hoe nederig ze zijn, is natuurlijk vragen om moeilijkheden, in de vorm van sociaal wenselijke antwoorden. De pogingen om bescheidenheid te beoordelen zijn succesvoller geweest, omdat bescheidenheid een sociale deugd is en de zelfbeoordelingen daarvan geverifieerd kunnen worden.
We leven natuurlijk in een omgeving en een tijd waar de cultuur individualistisch en assertief is. In vroeger tijden in het westen en in (Oosterse, Afrikaanse) gemeenschaps- en collectieve samenlevingen in Azië en Afrika, werd egoïsme slecht beoordeeld en nederigheid sterk aangemoedigd. In gevestigde vriendschappen is bescheidenheid ook de norm.
Buiten de Middeleeuwen van de heiligen Benedictus van Nursia en Bernardus van Clairvaux is het moeilijk om toonbeelden van nederigheid en bescheidenheid te vinden. Religieuze figuren zoals Christus en Boeddha gaven vaak blijk van diepe nederigheid, samen met andere deugden, maar nederigheid was bij hen niet een speciaal opvallende eigenschap. Een echt nederig persoon zoekt niet

het voetlicht. Mogelijk dat nederigheid het vaakst voorkomt als onzelfzuchtige dienst aan anderen. In ‘Strangers Drowning’ beschrijft Larissa Macfarquhar een aantal uitzonderlijke gevallen van ‘do-gooders’, mensen die zich totaal inzetten voor het welzijn van anderen en voor wie de wereld een permanente oorlog is voor het goede. Waarschijnlijk is de heilige (Zr) Theresa ook een goed voorbeeld van zorg voor anderen. Zij is mogelijk overreed de publiciteit te omarmen om meer goed op te roepen en een goed voorbeeld te geven. Inmiddels bestuderen diverse onderzoeksgroepen de rol van nederigheid op uiteenlopende terreinen, zoals die van relaties, leiderschap en het vermogen om te leren.
Gezien de problemen die te maken hebben met het meten van nederigheid en bescheidenheid, zeggen pure wetenschappers op dit terrein dat er niets bekend is over de correlaties of gevolgen van deze deugden. Peterson en Seligman vinden deze conclusies evenwel niet gerechtvaardigd. Studies over onderzoeksresultaten van studies over verwante onderwerpen tonen interessante resultaten. Narcisme is daar een prominent voorbeeld van. Het is makkelijk te zeggen wat nederigheid niet is. Het is niet opscheppen, dingen niet overdreven doen, geen aandacht proberen te trekken, niet jezelf als specialer of belangrijker te zien dan anderen. Aan de andere kant betekent het ook niet te buigen voor iedere wens of verzoek van een ander persoon en niet extreem zelfkritisch te zijn.

2.2. Kenmerken nederig/bescheidenheid

Bescheidenheid

Nederigheid is niet hetzelfde als gebrek aan zelfvertrouwen. De nederige mens kent zichzelf en staat open voor nieuwe inzichten. En hij is niet bang om zijn gezicht te verliezen. Een gezond, robuust zelfvertrouwen is een kenmerk van nederigheid. Het is zelfs het eerste van vijf kenmerken van nederigheid die twee Amerikaanse psychologen noemen in een verkennend overzichtsartikel over de psychologie van de nederigheid. De andere vier kenmerken van nederigheid zijn volgens hen: de eigen fouten onder ogen zien, openstaan voor nieuwe informatie, gericht zijn op anderen en iedereen gelijkwaardig achten. Wie nederig is, heeft om te beginnen een ‘kalm, accepterend zelfbeeld’ dat niet overgevoelig is voor bedreigingen van het ego. Te weinig zelfvertrouwen is geen kenmerk van nederigheid, maar van depressie. En te veel zelfvertrouwen, of erger nog, een wiebelig zelfbeeld, is eerder een kenmerk van narcisme, in veel opzichten het tegendeel van nederigheid. Nederige mensen kennen zichzelf goed en nemen zelf de verantwoordelijkheid als ze dingen verkeerd doen. Wat daarbij helpt is de derde eigenschap van nederige mensen: dat ze openstaan voor nieuwe inzichten, zowel over zichzelf als de wereld om hen heen. Ze maken zich er geen zorgen over dat ze misschien afgaan, en mede doordat ze die stress niet hebben, leren ze beter. En omdat ze hun eigen ego niet zo sterk hoeven op te poetsen, hebben ze ruimte in hun geest om oprecht blij te zijn als het goed gaat met andere mensen. Zowel narcisten als depressieve mensen zijn juist wel voortdurend met zichzelf bezig. Tot slot vinden nederige mensen dat iedereen dezelfde intrinsieke waarde heeft. We zijn allemaal gelijk, niemand is beter dan een ander. Het is wel duidelijk dat narcisten ook daar anders over denken.


Nederige personen hebben dus een accurate (niet onderschatte) waardering van eigen kwaliteiten en prestaties. Waarlijk nederige mensen denken positief over zichzelf en hebben een goed gevoel van wie zij zijn, maar ze zijn zich ook bewust van, en kunnen, hun fouten, gaten in hun kennis en onvolkomenheden erkennen. Meest belangrijk, zij zijn tevreden zonder een centrum van aandacht te zijn of te worden geprezen voor hun daden. Bescheiden mensen gedragen zich gewoonlijk op een eenvoudige manier. Zij houden hun kwaliteiten en prestaties in perspectief. Ze staan open voor nieuwe ideeën, tegenstrijdige informatie en advies. Ze hebben waardering voor de waarde van alle dingen evenals voor de vele verschillende manieren waarop mensen en dingen aan onze wereld kunnen bijdragen.


VIA gelooft dat een bescheiden aanpak enkele flinke voordelen voor het individu kan aandragen, zowel in termen van emotioneel welzijn als van zelfbeheersing. Een bescheiden/nederig zelfbeeld, onder omstandigheden van bedreigingen van het ego, kan mensen beschermen tegen het nemen van slechte risico’s en beslissingen. Nederige mensen genieten ook voordelen op andere manieren omdat ze vrij zijn van zelf-preoccupatie. Als individuen streven naar projectie van een overtrokken zelfbeeld, kunnen ze dat als een psychologische last ervaren. Een dergelijke last kan leiden tot de behoefte een uitweg te vinden door destructief gedrag zoals drugsmisbruik, masochisme, dieetstoornissen of, zelfs, zelfmoord. Een bescheiden benadering, in het bijzonder wanneer die vergezeld gaat van de mogelijkheid voor zelftranscendentie, zou dit nadeel moeten uitsluiten.

De nederige persoon kan emotionele en psychologische energie sparen doordat hij niet continu zijn zelfbeeld tegen aanvallen hoeft te verdedigen.
Nederigheid wordt geassocieerd met een gezonde zelfachting en een positieve kijk op eigen behoeften. Nederigheid betekent het helder zien van onszelf en van onze capaciteiten. Nederigheid is nodig om de waarheid te zien zowel die over onszelf als over de aard van de werkelijkheid.
Philip Tetlock and Dan Gardner, schreven een boek over ’supervoorspellen’ (superforecasting). Ze kwamen tot de conclusie dat mentale houding belangrijker was voor supervoorspelling dan pure intelligentie. Nederigheid ten aanzien van een complexe wereld maakt supervoorspellers subtiele denkers. Ze hebben een groei denk-instelling, een mengeling van vastberadenheid, zelfreflectie en bereidheid van zijn fouten te leren, altijd er uit zijnde om het beter te doen. Dit zijn typische eigenschappen van een nederig persoon.
Een relatief beperkte focus op het eigen ik en de eigenschap ‘zichzelf te vergeten’.
Nederige mensen demonstreren gewoonlijk hogere niveaus van dankbaarheid, vergeving, spiritualiteit en algemene gezondheid.
Als je hoog scoort in nederigheid ben je er goed in anderen de eer te geven of op de voorgrond te plaatsen. Omgekeerd leidt dit ertoe gewaardeerd en geliefd te zijn: de nederige persoon maakt makkelijk vrienden. Nederigheid beschermt je tegen het aannemen van egoïstische gedragsvormen, zoals arrogantie.
Nederigheid versterkt sociale relaties. Nederige mensen zijn ook behulpzamer, aangenamer en royaler. Studies hebben aangetoond dat nederigheid verbonden is met volharding, zelfregulering en vriendelijkheid.
Nederige mensen zijn ook minder bezorgd over de dood en tonen meer (religieuze) verdraagzaamheid.
Tenslotte heeft cross-cultureel onderzoek gesuggereerd dat bereidheid tot zelfkritiek, in gepaste mate, kan helpen om zelfverbeteringsdoelen op te zetten; persoonlijke tekortkomingen worden alleen aangesproken als we willen zien dat ze bestaan.
Echte nederigheid heeft te maken met een afwezigheid van arrogantie, (egoïstische) trots en narcistische aanspraken. Het houdt eerlijkheid met jezelf in en gevoelige eerlijkheid met anderen in, dat wil zeggen geen aanmatiging anderen ongewenst of nutteloos advies, maar wel eerlijke feedback, te geven.


Wetenschappers zijn tot de conclusie gekomen dat het cultiveren van nederigheid geen sinecure is en dat het niet van de ene op de andere dag kan gebeuren. Niettemin is één van de grote beloningen van nederigheid een innerlijke vrijheid om zich te beschermen tegen die delen van ons karakter en gedrag die we van onszelf en anderen proberen te verbergen. Met andere woorden we ontwikkelen op die manier een kalm, begripvol en meedogend hart.
Echt nederige mensen zijn in staat tot dit soort gave omdat zij hun eigen sterktes en beperkingen zien en accepteren zonder defensief te zijn of te oordelen.
Dit is volgens onderzoekers van nederigheid een sleutelkenmerk van nederige personen dat een krachtig mededogen voor de mensheid cultiveert.
De voordelen van nederigheid beperken zich niet tot leiders. Nederige mensen, bijvoorbeeld, weten effectiever met stress om te gaan en geven hogere niveaus van fysiek en mentaal welzijn aan. Ze tonen ook grotere vrijgevigheid, behulpzaamheid en dankbaarheid. Dat zijn allemaal eigenschappen die ons kunnen helpen dichter bij anderen te staan.
In scherpe tegenstelling met wat kan gebeuren in geval van sterke gevoelens van aanspraak, kan een bescheiden zelfbeeld conflict-escalatie voorkomen.
Na een confrontatie kan een bereidheid naar zijn zwakke punten te kijken, aanleiding zijn om vergeving te zoeken en te schenken. Mensen zijn meer vergevingsgezind in de mate dat ze inzien dat ze dezelfde fout hadden kunnen maken als die hun aangedaan is.
Onderzoek van Scripps College heeft gevonden dat nederigheid met openheid tegenover andere personen, kenotische empathie genaamd, de sleutel is voor een florerende gemeenschap en een functionerende democratie. Ze is interactief en interpersoonlijk, eerder dan intellectueel en houdt de bevestiging in van de waarde en waardigheid van mensen, zelfs, en in het bijzonder, in de afwezigheid van gedeeld begrip.
Het is duidelijk dat nederig/bescheidenheid een groot aantal voordelen bezit, op zichzelf en nog meer in vergelijking met de nadelen van de ondeugd trots, arrogantie of narcisme.
Het is dus zaak nederigheid en bescheidenheid te promoten in opvoeding en gedrag.

3. Corresponderende ondeugden

3.1 Algemeen

Nederigheid, eerder dan de constatering van bepaalde gedachten of gedrag, kan ook aangegeven worden als de afwezigheid van een defensieve houding of van ondeugdelijk gedrag zoals hoogmoed, arrogantie, narcisme en andere vormen van zelfverheerlijking.
We hebben van het begin af gezegd dat deugden en corresponderende ondeugden gezamenlijk aangepakt moeten worden. We staan maar zelden op het nulpunt tussen deugd en ondeugd, meestal meer in de richting van de ondeugd dan andersom en het is dus zaak de ondeugd te bestrijden om de deugd eigen te worden.

zwaarden in ploegscharen omsmedem


Corresponderende ondeugden bij nederigheid zijn: hoogmoed, narcisme, ijdelheid, verwaandheid en arrogantie. Bij bescheidenheid: onbescheidenheid, pretentie, schaamteloosheid, machtszucht, brutaliteit, hoogmoed en zelfvoldaanheid. Dus er is een flinke overlap tussen de compenserende ondeugden van nederigheid en bescheidenheid.
Met trots, nederigheid en bescheidenheid niet over het hoofd zien
Recent onderzoek suggereert dat ‘trots’ geconcipieerd en ervaren wordt op twee verschillende manieren. De eerste, ‘authentieke trots’ wordt geassocieerd met gevoelens van zelfvertrouwen, eigenwaarde en productiviteit en is positief gecorreleerd met een sociaal wenselijk persoonlijkheidsprofiel, gekenmerkt door extraversie, inschikkelijkheid, nauwgezetheid, emotionele stabiliteit en een hoge zelfachting.
Personen met een hoge graad van authentieke trots hebben een groter gevoel van doelgerichtheid in het leven. Ze letten niet alleen op hun eigen kwaliteiten, maar ook op grotere sociale problemen.
Authentieke trots komt voor uit het nemen van verantwoordelijkheid voor een specifieke actie die als positief en sociaal waardevol wordt beschouwd. Men krijgt een gevoel van trots door het doen van dingen waartoe men in staat is, en die inspanning en vastberadenheid vragen. Het resultaat is grotere zelfwaardering.
De westerse cultuur, anders dan de Middeleeuwse, moedigt, onder het mom van zelfwaardering, het nastreven van trots aan. Als men de schuld van sociale misstanden, zoals drugsverslaving en geweld, probeert te plaatsen, wijst de moderne wereld vaak naar geringe zelfwaardering. Individuen zien authentieke trots nu niet alleen als acceptabel maar ook als waardevol. Gunstig over zichzelf oordelen kan voordelen opleveren zoals positieve gevoelens en zelfvertrouwen om doeleinden na te streven. Door aandacht te vestigen op de voordelen van positieve waardering van het eigen ik, kunnen we evenwel makkelijk de gevaren over het hoofd zien. We kunnen in ieder geval zeker de voordelen over het hoofd zien van de pretentieloze deugden nederigheid en bescheidenheid.


De tweede manier, ‘egoïstische trots’ of ‘hoogmoed’ wordt gekenmerkt door egoïsme en arrogantie en gaat samen met onvriendelijkheid, agressie, lage zelfachting en schaamte.
Arrogantie, hoogmoed en egoïstische trots worden in veel onderzoek door elkaar gebruikt en wij doen hetzelfde.
Egoïstische arrogantie geeft een agressieve (tegenover assertieve), gesloten houding en is een masker voor onzekerheid. Het gaat vaak gepaard met narcisme, onzekerheid en onvoldoende vertrouwen voor zelfonderzoek. Verwaandheid en ijdelheid getuigen eveneens van onzekerheid. Bijgevolg dienen zelfrespect, zelfwaardering en eigenliefde vergroot te worden. Volgens Amerikaanse staatsman en filosoof Benjamin Franklin was hoogmoed de moeilijkste van de ondeugden om te overwinnen!
Arrogantie komt voort uit trots niet op basis van bepaalde acties, zoals authentieke trots, maar op basis van de hele persoon. Egoïstische trots houdt verband met narcisme, waarbij belangrijke acties niet het gevolg zijn van inspanning, maar van een misplaatst gevoel van een superieure status.
Trots zijn betekent een trots beeld van ons zelf, eerder dan wat we in werkelijkheid zijn. Het steunt op een vervreemding van het ik en vormt daarbij een kloof tussen ons zoals we zijn en het zelfbeeld dat we hebben. Onze trots staat dus in de weg om dingen te zien zoals ze werkelijk zijn.
De twee typische reacties op ‘gewonde’ trots zijn schaamte en vernedering.


Egoïstische trots of hoogmoed (hubris) wordt algemeen beschouwd als de oorspronkelijke en ernstigste van de zeven doodzonden en, erger nog, de oorsprong van de andere doodzonden. Ze wordt gezien als het verlangen om belangrijker of aantrekkelijker te zijn dan anderen, het niet willen toekennen van verdiende complimenten aan anderen en uitzonderlijke eigenliefde. Hoogmoed is trots die zonder eerlijke verdienste gebruikt wordt om innerlijke onzekerheid te verjagen. Misschien het meest bekende voorbeeld is het verhaal van Lucifer, waarbij zijn trots (wens om met God te concurreren) zijn val uit de hemel veroorzaakte en leidde tot zijn transformatie in Satan.
Er is ook een verband tussen nederigheid, arrogantie en macht. Mensen associëren soms trots, ook egoïstische trots, met macht en deskundigheid, wat op zijn beurt weer leidt tot respect. En macht is daarbij een potentiële vijand van nederig/bescheidenheid. Macht kan een corrumperende invloed hebben op ons gedrag. Dacher Keltner zegt dat macht ons minder afhankelijk maakt van anderen.
Macht corrumpeert omdat het leidt tot:

  • empathie tekorten en verminderde morele gevoelens;
  • impulsief zelfbelang;
  • onbeleefdheid en gebrek aan respect en
  • verhalen over uitzonderlijkheid.

Er zijn 5 manieren om te stoppen macht te misbruiken:

  • bewustzijn van je gevoelens van macht;
  • oefenen in nederigheid. Hoe meer we onze macht anderen te beïnvloeden, met bescheidenheid benaderen, hoe groter onze macht is;
  • zich concentreren op anderen en op allerlei manieren geven;
  • oefenen in respect. Door anderen te respecteren, maken we hen waardig;
  • verander de psychologische context van machteloosheid: bijvoorbeeld emancipeer vrouwen, verminder ongelijkheid, vecht tegen racisme.

3.2 Narcisme

narcisme

De ondeugden hoogmoed, arrogantie en narcisme zijn traditioneel de tegenhangers van de deugd nederigheid. Narcisme is de laatste jaren verder bestudeerd; omdat het een belangrijke ondeugd is, wijden we er hier verder over uit.
Narcisme ligt op een continuüm van gezond tot pathologisch. Gezond narcisme (authentieke trots) is onderdeel van normaal menselijk functioneren. Het kan gezonde eigenliefde en zelfvertrouwen betekenen, gebaseerd op echte prestaties, de capaciteit om tegenslagen te overwinnen en om steun te putten uit interpersoonlijke relaties. Terwijl het moeilijk kan zijn voor narcisten om duurzame relaties op te bouwen, hebben ze enkele voordelen in het begin van sociale contacten. Narcisme is dan geassocieerd met grotere extraversie, een bepaalde stijl van humor en charmant gedrag. Narcisten ontlenen enkele voordelen aan hun verheven zelfachting, zoals een geringe sociale vrees en hoge zelfachting. Narcisten kunnen in het begin charmant gevonden worden. Ze omgeven zichzelf met bewonderaar(ster)s en proberen aan te pappen met populaire en aantrekkelijke anderen. De charmes van een narcist worden echter snel doorzichtig en laten bij anderen de indruk achter van oppervlakkigheid, vijandigheid en arrogantie. Narcisme wordt een probleem wanneer het individu gepreoccupeerd raakt met zichzelf, uitzonderlijke bewondering en goedkeuring van anderen nodig heeft en geringschatting toont voor de gevoelens van anderen.
Tracy heeft onderzoek gedaan dat aangeeft dat groepsleden die trots gedrag tentoonstellen, authentiek of egoïstisch, vaak als leiders worden aangewezen. Ze zijn disproportioneel vertegenwoordigd in leidende functies, wat in geval van narcisten nadelen kan opleveren voor het constructief functioneren van de groep. Bij taken waar deductieve logica een rol speelde hadden narcistische leiders betere resultaten, zelfs als groepsleden ze niet aardig vonden en het lidmaatschap van de groep niet op prijs stelden. Leiders met authentieke trots aan de andere kant hadden betere groepsresultaten als het ging over creativiteit of innovatie. Ze waren ook meer geliefd en groepsleden waardeerden hun werk meer.
Zowel narcisten als depressieve mensen zijn voortdurend met zichzelf bezig. Narcisme is een trots die onterecht wordt aangenomen om een innerlijk gevoel van onzekerheid te verdrijven. De trots van narcisten gaat niet over het zich goed voelen, maar over het vermijden zich slecht te voelen. Ze zijn kwetsbaar voor schaamte, hebben problematische relaties en weinig nauwe vrienden.
Als de narcist niet de gewenste aandacht krijgt, kunnen drugsverslaving en ernstige depressies optreden.
Te veel zelfvertrouwen, of erger nog, een wiebelig zelfbeeld, is een kenmerk van narcisme. Dat is in veel opzichten het tegendeel van nederigheid. Het ego van narcisten is heel gemakkelijk te kwetsen, ze zoeken dan ook voortdurend reparerende bevestiging.
Narcisten hebben ook geen duidelijk beeld van hun goede en slechte eigenschappen. Ze blazen hun positieve eigenschappen op en geven anderen de schuld van hun fouten.
Narcisme is geïdentificeerd met een onzekere zelfwaardering, wat suggereert dat narcisten waarschijnlijk flink wat energie spenderen om hun opgeblazen zelfbeeld in stand te houden.
Narcisme als zeldzame persoonlijkheidsstoornis (NPD) is in 1980 toegevoegd aan het psychiatrisch handboek DSM-III.
Het is moeilijk om degelijke statistieken over het voorkomen van NPD te vinden. Dit komt omdat weinig mensen met NPD, behandeling zoeken. En als ze het wel doen, ontkennen ze dat ze narcistische symptomen of persoonlijkheidstrekken hebben. Volgens de DSM wordt een half tot één percent van de algehele bevolking gediagnosticeerd met NPD. Onder de klinische bevolking varieert het aandeel tussen de 2 en de 16%. In de loop van het leven zou NPD bij 6.2 % van de bevolking voorkomen, meer bij vrouwen (7.7%) dan bij mannen (4.8%). Het raakt typisch meer jongeren dan ouderen.
Een narcistische persoonlijkheidsstoornis is tweezijdig. Aan de ene kant staat een opgeblazen gevoel van zelfbelang en zucht naar bewonderd worden centraal, aan de andere kant is er sprake van een extreem gevoel van minderwaardigheid en onzekerheid. Narcistisch gedrag is vaak lastig te herkennen.

Een aantal narcistische kenmerken samengevat op een rij:

  • Verslaafd aan aandacht. Iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis wil constant bewonderd worden.
  • Arrogantie, een groot ego. Mensen met narcisme zijn ervan overtuigd dat zij ‘bijzonder’ zijn en hebben illusies van onbegrensd succes;
  • Gebrek aan emoties en aan empathie
  • Gespeeld charmant
  • Agressief gedrag; geen grensafbakening
  • Machtswellust en uitbuiting van anderen
  • Gebrek aan schuldgevoelens of berouw
  • Extreem jaloers
  • Schaamteloos
  • Overdreven rechten en aanspraken

  • Er zijn nog andere narcistische symptomen; diep van binnen zijn mensen met narcisme vaak eenzaam, kwetsbaar en hebben ze een groot minderwaardigheidsgevoel. Mensen met narcistische kenmerken zijn dan ook erg gevoelig voor krenking en afwijzing. Kritiek op hun gedrag leidt in hun gedachte vaak tot het onderuithalen van hen als persoon. Ze reageren dan vaak met woede en verbergen daarmee de onmacht, onzekerheid en schaamte die ze diep van binnen voelen. Daarbij komt dat ze grote moeite hebben met het verdragen van echte intimiteit, omdat dan wordt verlangd dat zij zich kwetsbaar tonen.

Oorzaken van narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPD)


Onderzoekers weten niet zeker wat de oorzaken van NPD zijn. Er zijn veel theorieën over. De meeste specialisten onderschrijven een bio-psychosociaal model van oorzaken, wat wil zeggen dat de oorzaken waarschijnlijk te wijten zijn aan een combinatie van biologische en genetische (erfelijke) factoren, sociale factoren (hoe iemand omgaat in vroege jaren met gezin, vrienden en andere kinderen) en psychologische factoren (persoonlijkheid en temperament, gevormd door omgeving en aangeleerde methoden om met stress om te gaan).
Sommige wetenschappers hebben narcisme als een ‘moderne epidemie’ bestempeld. Bepaald onderzoek geeft aan dat er de afgelopen decennia een maatschappelijke verschuiving is geweest van het collectieve naar het individuele. NPD schijnt toe te nemen; het voorkomen van NPD zou in het eerste decennium van deze eeuw verdubbeld zijn. NPD komt meer voor onder jongere volwassenen, wat zou kunnen aangeven dat het de laatste tijd toegenomen is onder jongeren. Slechts drie percent van mensen boven de 65 jarige leeftijd had in onderzoek enige ervaring met NPD, terwijl tien procent dat had bij jongeren tussen twintig en dertig jaar. Deze aanwijzing is des te sterker omdat NPD pas geconstateerd kan worden vanaf het 18de jaar.
Een andere onderzoek (Ho et al) bevestigt wat we al weten over trends in levensduur van narcistische en egocentrische eigenschappen. Jonge volwassenen in deze studie zijn mogelijk al in een stadium geweest wanneer het geloof in hun onoverwinnelijkheid aan het veranderen was als gevolg van ervaringen waarbij ze harder moesten werken dan ze verwacht hadden. Met het vorderen in leeftijd maken mogelijk de meeste mensen dit soort verandering mee, zodat tegen middelbare leeftijd, zelfwaardering meer afhankelijk wordt van waar men werkelijk toe in staat is.
Met ‘mogelijk’ bedoelen we dat niet alle mensen een diepere bewustwording van hun waarden (= persoonlijke betekenisgeving) meemaken. Zodoende is geloof in het veranderen van onoverwinnelijkheid door ervaring geen vaststaand feit.
Opvoeding en omgeving spelen een belangrijke rol. Kinderen worden niet geboren met een narcistische persoonlijkheid maar ontwikkelen deze geleidelijk. Kinderen worden door hun ouders makkelijk op een voetstuk geplaatst en kunnen zo narcistische trekken krijgen. Narcisme zou pas voor het eerst tot uiting komen wanneer kinderen rond de zeven jaar oud zijn. Op die leeftijd leren ze een oordeel over zichzelf vellen door zich met anderen te vergelijken. Rond die leeftijd is het ook mogelijk om narcistische trekken te stimuleren, iets wat we in de afgelopen decennia meer zijn gaan doen. Sommigen zien dit als een uitvloeisel van de neoliberale filosofie die onder invloed van theoreticus Ayn Rand en de Chicago School sterk verspreid is geworden in de (westerse) wereld.
Reality TV shows hebben een grote narcistische ‘content’, zowel qua personages als qua gedrag en daar kijken veel jongeren naar. Bij kinderen zou meer aandacht aan empathie gegeven dienen te worden. De meeste ouders proberen hun kinderen te leren om aardig te zijn. De algemene culturele richting is evenwel ze aan te moedigen succes te hebben en in zichzelf te geloven, in plaats van aandacht voor anderen te hebben.
Er zijn ook aanwijzingen dat sociale media zoals Facebook tot haantjesgedrag aanleiding geven.


Kun je een narcist veranderen?
Aangezien narcisme is gebaseerd op bepaalde kernovertuigingen die mensen in hun jeugd ontwikkelen, kan het ook worden afgeleerd, zeggen geleerden. Met hulp van vrienden of partners kunnen narcisten grip krijgen op hun gevoelens. Onderzoek levert daarvoor twee strategieën aan. Zo kan het superioriteitsgevoel van een narcist afnemen wanneer hij of zij oefent om meer naar zichzelf te kijken. Door na te denken over persoonlijke groei, leer je hoe je dingen bij jezelf kunt verbeteren. Dat vermindert de behoefte om telkens beter dan een ander te willen zijn. Ook het vormen van warme, hechte relaties kan een narcist helpen. Bij een langdurige intieme relatie kunnen superioriteitsgevoelens afzwakken en plaats maken voor wederkerige gevoelens van waardering en liefde. Daarbij moet de eerste stap wel zijn dat men bereid is zich te verplaatsen in een ander en een empathische of compassievolle houding wil aannemen. Dat is lastig want gebrekkige empathie bij narcisten is geen kwestie van niet kunnen maar van niet willen. We moeten onszelf niet voortdurend op een voetstuk plaatsen en dat begint bij de opvoeding van kinderen (thuis, op school en in het sociale leven).
Persoonlijkheidsstoornissen zijn moeilijk te behandelen. Mensen met NPD zijn niet op behandeling uit en zijn vaak hoogst defensief over hun narcisme. Zelfs als ze behandeling ondergaan, kunnen ze er moeite mee hebben om hun narcistische trekken te erkennen. Of ze gebruiken therapie als een manier om bewondering op te wekken of anderen de schuld te geven van hun moeilijkheden. Mensen met NPD kunnen charmant en manipulatief zijn.
Op interpersoonlijk terrein vinden we op langere termijn grote nadelen van narcisme. Daar schijnt nederigheid een betere optie te zijn. Als mensen niet te veel in beslag worden genomen door het handhaven van heel positieve zelfachting, zullen ze niet tegen anderen uitvallen die die zelfachting bedreigen of uitdagen. Narcisten scoren hoog op metingen van concurrentie, overheersing, vijandigheid en woede. Bescheiden zelfachting daarentegen kan conflict-escalatie voorkomen of verminderen.
Na een misstap, nodigt de bereidheid naar zijn fouten te kijken mensen uit vergeving te zoeken en te geven. Mensen zijn meer vergevingsgezind in de mate waarin ze kunnen erkennen dat ze eenzelfde fout hadden kunnen begaan als hun zelf aangedaan is. Narcisme daarentegen is negatief gerelateerd met het zoeken van vergeving.
Narcisten zijn ook eerder bereid om zich op manieren te gedragen die interpersoonlijke conflicten veroorzaken, zoals vreemd gaan. En met de eer gaan strijken van partners bij gezamenlijke projecten. Empathie, zorg en betrokkenheid correleren negatief met narcisme. Narcisten hebben ook moeite om dankbaarheid te erkennen of uit te drukken.
Van een sociaal standpunt zijn gevoelens van aanspraken en rechten een bijzonder belangrijk onderdeel van narcisme. Narcisten vinden dat ze recht hebben op speciale behandeling en andere voordelen en ze zijn er op gespitst om alles te vergaren waar ze denken recht op te hebben.

3.3 Dodelijke ondeugden (Gabrielle Taylor)

Witte seringen, ook symbool voor bescheidenheid

Gabrielle Taylor schreef een diepgaand boek (Deadly Vices) over ondeugden. We citeren en verwijzen daar regelmatig naar in deze sectie. Van speciaal belang voor ons hier is de ondeugd egoïstische trots, vroeger hoogmoed (Eng. hubris) genoemd. Volgens haar zijn er drie soorten trots en die zijn niet allemaal corrumperend. Zij verwijst naar de Engelse filosoof David Hume, die het duidelijk vond dat trots niet altijd een ondeugd is en dat het vaak geprezen is als een deugd. Maar het is zowel beschouwd geweest als een volmaakt begerenswaardige deugd als een absoluut vernietigende ondeugd. Zich trots voelen over het een of ander bij een speciale gelegenheid kan best helemaal onschuldig of zelfs gunstig zijn voor degenen die die emotie ervaren, b.v. een fraai verzorgde tuin of succesvolle kinderen. Gevoelens van trots richten zich uiteindelijk op de eigen persoon. Emotionele, authentieke trots van dit soort, eerder besproken, is niet direct relevant voor trots als deugd of ondeugd. Trots van dit soort drukt een passend gevoel van onze eigen kracht uit en komt dus neer op terechte zelfachting.


Er kunnen ten minste drie hoofdtypes van negatieve trots onderscheiden worden; die zijn ijdelheid, verwaandheid en arrogantie. Ieder van deze types bestrijkt meerdere gevallen en elk individu dat ijdel, verwaand of arrogant is kan dat meer of minder zijn. Volgens Taylor hebben ze gemeenschappelijke kenmerken, terwijl arrogantie het meest dodelijke van de drie is.
Het overheersende kenmerk van een totaal ijdel persoon is de fascinerende zorg om haar verschijning en uiterlijk, hoe ze over komt op anderen. Veel tijd en energie wordt gespendeerd om voor anderen en zichzelf de realiteit te verbloemen. Meest voor de hand liggend, maar niet alleen, is de uiterlijke verschijning van de persoon, die het centrum van aandacht en zorg is. Ze zijn bovenal bezorgd over de indruk die ze maken op de wereld om hen heen; zij zien hun verschijning als een manier om lof en applaus te oogsten, waarop zij dan op hun beurt kunnen reageren met een versterkte zelfachting. Een dergelijke houding is niet die van een persoon die een solide zelfwaardering heeft. Integendeel, zij zoekt haar waarde in het oordeel van anderen. Dit plaatst haar in een precaire situatie, want de reactie van anderen is iets waar je niet op af kunt gaan, vooral als vleierij, in plaats van eerlijke overtuiging, de ijdele behaagt.
Het gehoor kan inderdaad wispelturig en onbetrouwbaar zijn; bewustzijn van die instabiliteit leidt op zijn beurt weer tot onzekerheid bij de ijdeltuiten, een vicieuze cirkel. In hun constante zoektocht voor specifieke reacties zien ijdele personen anderen alleen maar als een potentieel gehoor waar bewondering uit gepeurd kan worden, een situatie die het onmogelijk maakt correcte persoonlijke relaties op te bouwen.
Verwaande personen lijken veel op ijdele mensen in dat zij ook van anderen afhankelijk zijn om de overtuiging van hun eigen uitmuntendheid te handhaven, maar zij verschillen in de aard van hun afhankelijkheid. Terwijl ijdelen anderen nodig hebben om een geflatteerd beeld van zichzelf te krijgen, gebruiken verwaanden anderen om hun eigen superioriteit vast te stellen. Verwaande personen kijken naar anderen om in diens minderwaardigheid hun eigen superioriteit te bevestigen. Maar een zelfachting die continu bevestiging nodig heeft is een valse zelfachting.
Bij arrogante trots (hoogmoed) speelt vergelijking geen rol: het is de trots die een belangrijkheid pretendeert die het niet heeft. Een ander onderscheid met ijdelheid en verwaandheid is dat arrogantie volledig naar zichzelf verwijst. Wat het des te dodelijker maakt.
Net als ijdelen substitueren arrogante personen, illusie voor realiteit, maar anders dan hen, zijn ze onverschillig voor bewondering en goedkeuring van anderen. Hun zelfvertrouwen heeft geen behoefte op deze manier of door vergelijking gevoed te worden.
Alle vormen van trots hebben betrekking op een relatie van zelf en de ander. IJdelheid en verwaandheid zijn ondeugdelijk in dat ze, op verschillende manieren, deze relatie verzieken en daardoor een gewicht aan hun eigen positie toekennen, die in het geheel niet in verhouding staat met het belang wat ze aan anderen toekennen, wiens rol voornamelijk is om in hun egoïstische behoeften te voorzien. In hun afhankelijkheid van anderen erkennen ijdelen en verwaanden hun wederzijdse bestaan. Arrogante trotsen, echter, schijnen niet die steun van anderen nodig te hebben. Zij zien zichzelf als superieur en uniek, op een verschillend niveau. Zij zijn exclusief op zichzelf gericht; hun wereldbeeld is het beeld van zichzelf in de wereld
Er zijn diverse kanten aan de misvattingen van de arrogante trotsen. Ze denken van zichzelf dat ze een waardensysteem hebben dat superieur is aan dat van anderen. Maar dit is niet het geval; integendeel arrogante personen kunnen helemaal geen correcte grip op de wereld van waarden hebben, omdat ze geen toegang hebben tot enige vorm van objectiviteit, en bijgevolg geen maatstaf hebben om onderscheid te maken tussen subjectieve en objectieve waardenbepalingen. Ten tweede, waar er geen mogelijkheid is voor subjectief/objectief onderscheid, is er ook geen mogelijkheid voor kennisverwerving. Er kan geen beroep worden gedaan op wat voor waarheidscriteria dan ook terwijl het bezit daarvan een noodzakelijke voorwaarde voor kennis is. Arrogante trotsen kunnen noch kennis van anderen, noch van zichzelf hebben als waardenbepalende personen. Evenwel, zelfkennis hangt tenminste af van het ernstig nemen van de reactie van anderen op zichzelf en daar zijn arroganten niet toe in staat. Tenslotte brengt het gebrek aan die faciliteit de onmogelijkheid met zich mee van welke zelfontwikkeling dan ook. Hun situatie is volledig statisch. Gegeven bovenstaande eigenschappen moet het duidelijk zijn dat arrogante personen lijden aan een verschrompeld zelf, beroofd als ze zijn van constructieve relaties met anderen en essentiële soorten kennis. Het contrast is dan ook groot tussen hun fantasiezelf en het echte zelf. Arrogante personen zien zichzelf als god en daarom als perfect. Hun kernverlangens zijn dan ook om die positie te bevestigen en in stand te houden. Dat is een verlangen maar überhaupt verlangens te hebben is een moeilijkheid voor arroganten. De weg naar overleving is afgesloten en zelfvernietiging is inherent in de situatie van arrogante trotsen.
IJdelen en de verwaanden zoeken overduidelijk naar steun voor hun zelfbeeld en daarom is het duidelijk dat zij niet zeker zijn van hun situatie. Zij zijn betrokken in een proces van constante herbevestiging van hun waarde door het vermijden van zelfkennis. Arrogante trotsen schijnen niet de behoefte aan een dergelijke bevestiging te hebben. Sinds natuurlijk geen van hun waarderingen echt zijn, kan hun zelfbeoordeling ook niet ernstig genomen worden, maar dat wil niet zeggen dat ze zichzelf niet veilig wanen in hun superioriteitsgevoelens. Maar omdat ze zichzelf in een dermate geïsoleerde situatie hebben geplaatst is elke bedreiging van hun zelfbeeld uitgesloten. Ze hebben geen behoefte aan geruststelling omdat ze zichzelf helemaal beschermd hebben door hun onaantastbare fantasie. Verre van het aangeven van een gevoel van zekerheid, wijzen zulke stappen eerder op een weigering om het probleem van een waardevol zelf onder ogen te zien. Misschien dat dit de trotse arroganten het recht geeft de positie te bekleden van de dodelijkste van alle ondeugden.
Van de arroganten, de jaloersen, de rancuneuzen en de wellustigen kan gezegd worden dat de verlangen-structuur van hun ondeugd zodanig is dat, op onderscheiden manieren, ze geneigd zijn tot agressief gedrag, dat schadelijk is voor anderen.


 4. Ontwikkeling bescheidenheid

Inleiding


In ons dagelijkse leven nemen we niet vaak de tijd om te experimenteren met ons gedrag. We vinden dat iets goed genoeg werkt en houden het daarbij. Om te veranderen hebben we inzicht in onszelf en motivatie nodig!
Auteurs, onder wie de bekende geluksonderzoeker Sonja Lyubomirsky, betogen dat nederigheid niet alleen een stabiele persoonlijkheidseigenschap hoeft te zijn, maar dat de meeste mensen weleens een nederige bui kunnen hebben. Bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind, bij een religieuze ervaring, als iemand iets groots verricht of als mensen diep contact maken met iemand die vergelijkbare problemen heeft. Dit is een hoopvol idee, menen de psychologen: als nederigheid niet louter een stabiele eigenschap is, zou je het in theorie bij mensen kunnen aanleren en cultiveren. Als je weet waarmee het samenhangt en waaruit het precies bestaat.
Als zelfontwikkeling gezien wordt als een gemotiveerde en deels controleerbare strategie, en niet als een kennisillusie, schijnt, volgens VIA, nederigheid binnen het bereik van de meeste mensen te liggen.
Thumos is Grieks voor het bezielde motivatie gevoel. Het kan door woede gevoed worden. In het SuperBetter spel spreekt men van uitdaging. Lichamelijke conditie, lichaamsbeweging en gymnastiek wegen mee in de bereidheid om uitdagingen te accepteren. Alleen al tien keer je vuisten boven je hoofd ballen geeft al een kick voor verdere actie.
We hebben eerder gezien dat de deugd nederig/bescheidenheid grote potentiële voordelen heeft, zowel voor individuen als voor de maatschappij in het algemeen. In een tijd dat steeds meer mensen gemotiveerd schijnen te zijn door aanspraken/rechten en narcisme – en deze kwaliteiten in anderen vaak zelfs gewaardeerd schijnen te zijn – hebben we het antidoot nederig/bescheidenheid nodig voor de sociale problemen die met isolement en arrogantie gepaard gaan.
Maar hoe kunnen we die cultiveren? De resultaten van recent onderzoek over nederigheid zou ons kunnen helpen nederiger te worden, maar suggereren tegelijkertijd dat er grenzen zijn aan wat de wetenschap ons over nederigheid kan vertellen. Wetenschappers wantrouwen eigen verslagen (self-reports) over nederigheid. Misschien moeten we onderscheid maken tussen lange en korte-termijn aanpak van nederigheid. De laatste schept ons met het probleem op dat kortdurend methoden duurzame vorming moet opleveren.
Deugdzame activiteiten dienen zo veel mogelijk overeen te stemmen met de vier kardinale deugden. Promotie van nederig/bescheidenheid moet gebeuren volgens de deugdethiek en de meest hoogstaande morele principes.

4.1 Langere termijn aanpak

Jong geleerd, oud gedaan!
De VIA heeft als hypothese dat de factoren die een veilige gehechtheid met anderen teweeg brengen, ook de basis voor nederigheid leggen.
Gedegen geborgenheid geeft een gevoel van veiligheid die kan dienen als een stootblok tegen de gevolgen van negatieve feedback. Een gevoel van veiligheid zal op zichzelf echter onvoldoende zijn om nederigheid te veroorzaken omdat een sterk geborgen persoon arrogant zou kunnen worden wanneer die geen realistische feedback krijgt. Om nederig te worden is het essentieel dat een kind leert dat zowel positieve als negatieve feedback de moeite waard zijn. Dergelijke lessen zouden kunnen komen van ouderlijk voorbeeldgedrag, of van nederig-makende feedback. Realistische feedback, van ouder of leraar, over sterktes en zwaktes zouden speciaal nuttig kunnen zijn, in het bijzonder als die overgebracht wordt in een sfeer van zorg en respect. Andere bronnen van nederig makende feedback kunnen zijn: ontzag-inboezemende ervaringen, onderwijsmethoden die de grenzen van menselijke kennis benadrukken, of situaties waarin de persoon met mislukking of ontgoocheling te maken krijgt.
Wat waarschijnlijk niet goed zou werken voor het aanleren van nederigheid zouden opvoedings-of onderwijsmethoden zijn die: a/ een sterke nadruk leggen op prestatie, uiterlijk, populariteit of andere externe bronnen van zelfwaardering, in het bijzonder wanneer die gecombineerd worden met perfectionistische prestaties; b/ onjuiste, uitzonderlijke lof of kritiek; c/ veelvuldige vergelijking van het kind met broers/zussen of andere leeftijdsgenootjes; d/ communiceren met het kind dat hij of zij beter of slechter is dan andere kinderen. Zulke praktijken zouden het kind er toe kunnen bewegen externe bevestiging voor een gevoel van geborgenheid te zoeken, en ze zouden het kind kunnen aanmoedigen om concurrerende, negatieve vergelijkingen te maken.
Omdat identiteitsontwikkeling een noodzakelijke voorwaarde is voor de aanwezigheid van nederigheid of bescheidenheid, zullen factoren die dit proces faciliteren ongetwijfeld de ontwikkeling van deze twee deugden stimuleren: het verschijnsel van gehechtheid, de ontwikkeling van een zelfgevoel, de opkomst van onafhankelijkheid in de kindertijd, het openstaan voor nieuwe ervaringen, ervaring met beslissingen maken en levensbezinning en integratie op hogere leeftijd. Democratisch ouderschap bevordert de identiteitsontwikkeling van adolescenten; autocratisch en vrijblijvend ouderschap doen dat niet.
Verbondenheid met gezin en familie bevordert identiteitsvorming. Stimulerend gedrag, zoals uitleg, empathie en verdraagzaamheid, bevorderen identiteitsontwikkeling beter dan remmend gedrag, zoals veroordelen en ontwaarden.
Deze factoren en andere bevorderen de ontwikkeling van nederigheid en bescheidenheid slechts indirect. Directe invloeden, zowel positief als negatief, op deze deugden zijn tot nu toe niet onderzocht.
Een aantal studies suggereert een bescheidener zelfpresentatie bij vrouwen dan bij mannen. Vanwege de metingsproblemen rond nederigheid, heeft VIA geen gegevens die rechtstreeks geslachtsverschillen in nederigheid aangeven. Niettemin hebben vrouwen in het algemeen een iets lagere zelfwaardering dan mannen.
Er is een hele batterij aan mogelijkheden om mensen te stimuleren deugdzame gevoelens en houdingen te ontwikkelen.
In dienst van accuraatheid, schijnen mensen bereid te zijn om wat negatieve feedback te accepteren.
Godsdienstgerichtheid promoot nederigheid door zelftranscendentie. Eenvoudigweg zich klein of afhankelijk voelen (b.v. christendom) zou misschien niet voldoende zijn om te leiden tot de niet-defensieve positie die we met nederigheid associëren. In feite zou een constant gevoel van omlaag gehaald te zijn, sommige individuen tot een status van schaamte of onbelangrijkheid kunnen brengen. Voor religies om nederigheid te promoten moeten ze mensen aanmoedigen om zich niet alleen als klein te zien maar ook als waardevol en geborgen.

Alcohol Anonymous, karakterontwikkelingsprogramma’s, spirituele disciplines en psychotherapeutische ingrepen zouden ook effectief kunnen zijn in het versterken van nederigheid. Maar empirische tests, zegt VIA, ontbreken op al deze gebieden.
Hoewel empirische gegevens schaars zijn, suggereren bestaande theorie en onderzoek enkele strategieën die nederigheid-gerelateerde doeleinden zouden kunnen bevorderen zoals accuraatheid, zelfverwezenlijking en een bereidheid om zelfwaardering omlaag te schroeven op een bepaald terrein. Om accurate zelfwaardering te bevorderen, bijvoorbeeld, schijnt het essentieel te zijn om mensen eerlijke feedback te geven over zowel hun sterktes als hun zwaktes, bij voorkeur al vanaf jonge leeftijd. Methoden van de literatuur over eerbied en ontzag zouden gebruikt kunnen worden om competentie voor zelfverwezenlijking te vergroten. Stichtelijke christelijke literatuur suggereert een aantal gedragsmethodes die tegen zelfverheerlijking zouden kunnen werken, bijvoorbeeld nederige handenarbeid. Het zoeken naar vergeving of het bijhouden van een dankbaarheidsdagboek zouden eveneens nederig makend kunnen zijn als ieder van deze activiteiten mensen meer bewust maakt van hun verplichtingen aan anderen. Het smeden van nauwe relaties zou ook grotere nederigheid en bescheidenheid kunnen bevorderen. Bepaald onderzoek suggereert dat de zichzelf-dienende tendens verminderd of geëlimineerd wordt in het kader van vriendschappen
VIA veronderstelt dat al deze methoden, op zichzelf, onvoldoende zullen zijn om nederige geestesgesteldheden te verkrijgen, laat staan versterking van nederigheid als een karaktertrek, tenzij ze leiden tot een verandering in levensstijl. Deze conclusie is waarschijnlijk van toepassing op alle pogingen om welke karaktersterkte dan ook te vergroten, maar is bijzonder duidelijk het geval bij nederigheid.
Een ander potentieel probleem is dat als mensen feedback krijgen die tegenstrijdig of emotioneel pijnlijk te accepteren is, ze die informatie eenvoudigweg niet eigen maken.
Ieder van de voorgaande benaderingen zou contraproductief kunnen zijn als ze iemand hopeloos, beschaamd of onbelangrijk laten voelen, gevoelens die op hun beurt negatieve emoties of reacties kunnen oproepen. Mensen verdedigen zich vaak tegen een bedreiging (toiletten schoonmaken, voeten wassen) door zelfverheffing of door zich agressief te gedragen. Succesvolle nederigheidsoefeningen, kortom, vereisen een delicaat evenwicht: zij moeten een persoon aanmoedigen om zelffocus te reduceren of een nieuw zelfperspectief te krijgen zonder te voelen dat hun ego uitgewist of beschadigd is.
VIA is van mening dat mensen eerder bereid en in staat zijn om nederigheid te cultiveren als ze een gevoel van veiligheid of waarde hebben dat niet helemaal afhankelijk is van zelfwaardering.
VIA stelt daarom voor dat elke methode, hulpbron of relatie die iemand met alternatieve methoden zou voorzien om zich veilig te voelen, naast die van de zelfevaluatie, nederigheid zou faciliteren. Een gevoel van zekerheid zou kunnen komen van religie, van geborgenheid met de ouders of andere naasten die een onvoorwaardelijk positieve houding communiceren. Het zou ook nuttig kunnen zijn om rolmodellen te observeren die in staat en bereid zijn om, zonder overreactie, zowel positieve als negatieve informatie over zichzelf te accepteren. Afgezien van de gebruikte methoden, zou het doel zijn om het individu in staat te stellen zich voldoende veilig te voelen om niet-defensief zowel sterktes als zwaktes te erkennen.

4.2 Gabriele Taylor

Om wegen te vinden om arrogante, egoïstische trots en narcistisch gedrag aan te pakken stond Taylor stil bij compenserende deugden, waar we hieronder verder op in gaan.
In het proberen te vinden van methoden om nederigheid en bescheidenheid te ontwikkelen, moeten we tegelijkertijd proberen manieren te vinden om de invloed van de ondeugdelijke tegenhangers van die twee deugden te beperken of te elimineren. Wie daarover geschreven heeft is Gabrielle Taylor. In het volgende leunen we sterk op haar werk. We moeten dus proberen wegen te vinden om arrogante, egoïstische trots en narcistisch gedrag aan te pakken.
In hun houding tegenover zichzelf zijn ondeugdzamen zelfvernietigend. Een compenserende deugd zou dan op de een of andere manier heilzaam voor dat zelf moeten zijn; waar de ondeugden vernietigen en corrumperen, zou een compenserende deugd moeten genezen. De gerichtheid op zichzelf van ondeugdzamen wordt normaliter gezien als weerspiegeld in hun houding tegenover anderen. Op verschillende manieren en in diverse graden kunnen ze allemaal aangeduid worden als morele solipsisten (solipsisme is de filosofische leer dat alleen ons eigen ik en zijn bewustzijnsdaden bestaan); hun zelf-preoccupatie wordt gecomplementeerd door onverschilligheid tegenover anderen.
Zelfgenezing vereist het verwijderen van die onverschilligheid tegenover anderen. Ondeugdzamen waarderen zichzelf niet. Ze missen zelfachting, zelfrespect en eigenliefde. Dit zijn de geneeskrachtige deugden die ze allemaal nodig hebben. Maar om deze zelfs maar tot op een beperkt niveau te bezitten, is het nodig hun solipsistische positie op te geven. De morele solipsist slaagt er niet in anderen te zien als zelfstandige personen. Om anderen te erkennen moet je je zowel rekenschap kunnen geven van hun bewustzijn en ten minste af en toe een begeleidend gevoel erover hebben. Noem het transcendentie, waarvan er meerdere niveaus zijn. Het minste wat vereist is, is een verschuiving van de totale zelffocus.
Elementaire sympathie, de geschiktheid om zichzelf rekenschap te geven van de staat van bewustzijn van de ander buiten zichzelf om, is noodzakelijk voor het vermijden van moreel solipsisme en voor het bezit van een zelf-genezende deugd. Meer is vereist als het als een deugd moet worden beschouwd, want elementaire sympathie kan samengaan met een serie negatieve reacties. Om motivatie te verschaffen voor zijn positieve aanwending en zijn genezende invloed op de persoon te garanderen, moet elementaire sympathie gecomplementeerd worden door het zelf overstijgende gevoelens.
Dergelijke gevoelens spelen een rol in een vollere sympathievorm, maar in het bijzonder bij persoonlijke liefde en het is liefde dat een vooraanstaande kandidaat is voor de status van genezende deugd. De rol van liefde is verder speciaal van betekenis in deze context door de leerstelling dat ondeugd, liefde is die op diverse manieren gedegenereerd is. Bijgevolg is het belangrijk zelfrespect, eigenwaarde, eigenliefde en liefde voor de ander te ontwikkelen.
Zelftranscendentie, gerichtheid buiten zichzelf, is een noodzakelijke voorwaarde voor eigenliefde. Zowel liefde voor een ander als echte eigenliefde zijn genezende deugden, maar het is eigenliefde dat het meest van toepassing is op de toestand van ondeugdzamen. Vanuit dit gezichtspunt is zijn belangrijkste element het gevoel van eigenwaarde dat het inhoudt, een eigenwaarde die tenminste een zeker niveau van relatieve objectiviteit bevat. Het bezit van zelfachting zou de constante zoektocht naar zelfbescherming onnodig maken, waartoe ondeugdzamen veroordeeld zijn. Met een geringere behoefte aan zelfbescherming is er ook een geringere behoefte aan het web van zelfbedrog waarin zij verward zitten.
Personen hoog in zelftranscendentie waarderen goede relaties met anderen, rechtvaardigheid en zijn mededogend en vergevingsgezind. Als hoogmoedige personen aangemoedigd konden worden om deze waarden te adopteren zouden ze waarschijnlijk minder vlug onmiddellijke beloningen grijpen en in plaats daarvan meer gaan lijken op degenen met een hoge graad van authentieke trots.
Dr Jessamy Hibberd, een klinische psycholoog, zegt dat zelfkritiek het grootste obstakel is voor het vormen van nieuwe gewoonten en dat je bij gedragsverandering zelf-compassie moet tonen. Studie na studie toont aan dat zelfkritiek gecorreleerd is met minder motivatie en geringere zelfcontrole, in het bijzonder wanneer geconfronteerd met mislukking.
Individuele deugden kunnen corresponderen met een specifieke ondeugd, in ons geval nederigheid/bescheidenheid met trots/arrogantie.
De schade eigen aan het bezit van één van de ondeugden heeft invloed op alle competenties van een persoon. Het is dan te verwachten dat het goede van een compenserende deugd eveneens gespreid wordt. Ook is het niet verbazingwekkend dat gegeven de overlap en de connecties tussen de ondeugden, de compenserende deugden eveneens overlappen en onderling connecties hebben.
Als je erover nadenkt welke motiverende kracht gepompt zou kunnen worden in degenen die lakse kwaliteiten hebben, dan is ‘thumos’, het bezielde motivatiegevoel, precies wat nodig is om ze te helpen overwinnen wat ze zien als een beletsel voor welk engagement dan ook. Woede is minstens een veelbelovende kandidaat voor deze rol. Woede kan extern gericht zijn op een persoon of activiteit in de wereld, of intern, waar het zich kan richten op de afkeer van de persoon om zich te engageren met wat hij denkt dat waardevol is en krachtig genoeg kan zijn om welke gevoelens dan ook opzij te zetten die hem tegenhouden. Zelfs als dit alleen maar neer komt op ‘schijnmoed’, functioneert die in het geval van lakse personen als een complementaire deugd.
Woede en gevoelens van het ‘thumos-type’ in het algemeen kunnen een soort moed of motivatie oproepen en kunnen daardoor de persoon helpen in het confronteren van moeilijkheden en gevaren.

Voor de verschillende vormen van ondeugdelijke trots schijnen nederigheid en bescheidenheid de vanzelfsprekende complementaire deugden te zijn. Maar geen van de twee schijnt een bijzonder veelbelovende kandidaat te zijn.
De echt bescheiden persoon moet niet alleen haar gedrag regelen maar ook haar wil inschakelen, wat niet wil zeggen dat ze zichzelf niet kan laten gelden. Aanspraken op anderen kunnen tenslotte perfect gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk zijn.
Bescheidenheid brengt eerder een evenwichtige beoordeling van zijn krachten en zijn beperkingen met zich mee, en daarbij van zijn/haar positie ten aanzien van anderen. Een bescheiden persoon, die zich relatief zeker voelt in haar beoordeling van zelfwaarde, hoeft niet te steunen op vleierij of op een vergelijking met anderen om in een gunstig licht te verschijnen. Bescheidenheid zou de deugd kunnen zijn die ijdele en verwaande personen nodig hebben. Maar bescheidenheid lijkt niet de geheel arrogante personen te raken, want in hun isolerende verafgoding van zichzelf, verwaardigen zij zich niet zulke oppeppers te gebruiken voor hun zelfwaardering. Het is een andere versie van nederigheid die op hun van toepassing is.
Arrogante personen schenken weinig of geen aandacht aan de rechten van anderen. Een gevoel van rechtvaardigheid zou dit natuurlijk corrigeren. Bijgevolg kunnen rechtvaardigheid en het vertrouwen dat daarmee gepaard gaat, voorgesteld worden als een complementaire deugd voor arrogantie.
Traditioneel is het model voor deugdzamen geweest dat in hun geval de rede controle heeft. Sinds ondeugdzamen gekenmerkt zijn als irrationeel, zou rationaliteit gezien kunnen worden als een van de prominente kenmerken van het bezit van deugden.
De irrationaliteit en de rationaliteit van respectievelijk de ondeugden en de deugden hebben geen betrekking op de verhouding tussen ‘passie’ en ‘rede’ en zij verwijzen in plaats naar het complex van cognitieve, affectieve en wilsinstellingen en toestanden betrokken bij de houding en richting van zorgzaamheid. Voor ondeugdzamen is de focus van zorgzaamheid exclusief hun eigen situatie, en de irrationaliteit van hun houding zit in zijn gebrek aan cohesie en daaruit voortvloeiend bedrog van zichzelf. Omgekeerd draagt de rationaliteit van de deugdzamen bij aan hun authenticiteit. Dit omdat zij niet leven in een fantasiewereld die alleen draaiende kan worden gehouden door vervorming en onderdrukking van verlangens, een proces dat de persoon aan haar lot overlaat en haar berooft van de controle over zijn leven. Rationele zorgzaamheid is een stap tegen egocentrisme.

4.3 Korte-termijn acties

Verandering begint met zelfbewustzijn, zelfbeoordeling, empathie en goede communicatie, vooral luisteren. Met het identificeren van zwakke plekken en het nemen van een beslissing om één of meer gewoontes te veranderen.
Het belangrijkste is dat je eerlijk met jezelf moet zijn zegt Zbigsky Zackrewski. Identificeer eigen zwakke plekken. Je kunt moeilijk invloed op de maatschappij hebben als je niet eerst jezelf veranderd hebt. Grote vredestichters zijn allemaal mensen van integriteit, eerlijkheid en nederigheid.
Het leven verandert voortdurend en men dient na te gaan of oude gewoontes en overtuigingen nog dienstbaar zijn. Een gebrek aan zelfbewustzijn is giftig. De antidoot (= tegengif) is nadenken en bezinnen. Maak van één aspect van je identiteit geen overheersend deel van wie je bent. Hoe strakker we aan een identiteit vasthouden, hoe moeilijker het wordt om er later bovenuit te groeien.

Voor het veranderen van een gewoonte of karaktertrek is het nuttig om een plannetje op te stellen dat vooral leunt op plaats en tijd, de meest frequente elementen in een uitvoeringsplan.
In een perfecte wereld, zegt Clean, zou de beloning van een goede gewoonte de gewoonte zelf zijn. Dit is het kenmerk van ware deugdbeoefening! In de praktijk, zegt de schrijver, voelen goede gewoonten als waardevol aan nadat ze iets opgeleverd hebben.
Zackrewski geeft drie wetenschappelijk verantwoorde tips om je ego te temmen: a/ omarm je menselijkheid; b/ oefen in mindfulness en mededogen; en c/ druk dankbaarheid uit.

Omarm je menselijkheid.
Nederige mensen hebben de kwaliteit om mislukking of kritiek te weerstaan. Dat komt van hun gevoel van intrinsieke menselijke waarde in plaats van op uiterlijkheden af te gaan. Als er iets niet uitkomt volgens de verwachtingen, vinden ze niet dat er iets fout is met ze. Het betekent alleen maar dat ze menselijk zijn, net als de rest van ons. Wetenschappers suggereren dat het gevoel van deze intrinsieke waarde voortkomt uit geborgenheid, of een gezonde, nauwe emotionele band met naasten, gewoonlijk verzorgers, in de kindertijd. De ervaring van onvoorwaardelijke acceptatie en liefde, vooral wanneer we jong zijn, kan als buffer dienen tegen de effecten van kritiek of mislukking.
Ongelukkigerwijs kenden veel van ons geen veilige geborgenheid in de kindertijd. Eén onderzoek vond dat een overstelpende 40 % van volwassenen zich niet veilig geborgen voelen. Gelukkigerwijze kan dit gemis geheeld worden door positieve relaties, zoals met vrienden, romantische partners of zelfs met een hogere macht. Een methode is dus het vinden van partners die er geborgen gehechtheidsstijlen op na houden. Positieve ervaringen met zulke personen kunnen, in de loop van de tijd, onveilige impulsen opheffen.


Oefen in mindfulness en zelfmededogen
Mindfulness en zelf-mededogen zijn de laatste jaren in verband gebracht met grotere psychologische veerkracht en emotioneel welzijn. Zonder deze laatste is het moeilijk om nederigheid te cultiveren. Volgens wetenschappers, hebben nederige mensen een correct zelfbeeld, zowel wat hun zwaktes als wat hun sterktes aangaat. Dat helpt ze om te zien wat aan hun innerlijk veranderd zou mogen worden. Mindfulness versterkt ons zelfbewustzijn door zonder te oordelen stil te staan bij onze gedachten en emoties. Als we oordelen over wat er binnen in ons gebeurt, vormen we een verwrongen beeld van onszelf. Reflectie op eigen gedrag, meditatie en mindfulness zijn in het algemeen effectief bij het aankweken van deugden. Filosofeer over levensperspectief en dood, het meest nederig-makende feit in het leven. Dat geeft grotere psychologische veerkracht en emotioneel welzijn en is goed voor nederigheid.
Een authentiek nederig persoon heeft een robuust zelfvertrouwen. Mogelijk wel een kritische maar geen negatieve houding of gedrag tegenover ik. Te veel zelfkritiek vermindert minder motivatie en zelfcontrole. Dat zelfvertrouwen is op basis van eigen waarden/waardigheid, positieve kwaliteiten, prestaties, zelfcompassie, relaties of hogere macht.
Wijsheid en bescheidenheid opdoen door levenservaring. Neem deel aan sociale activiteiten en doe praktische, eventueel ontnuchterende ervaringen en nederig makende feedback op. Riskeer tegenslagen en leer ermee om te gaan.
Succesvolle nederigheidsoefeningen eisen delicaat evenwicht tussen minder zelffocus en het voorkomen van ego-schade.
Indien anderen erbij betrokken zijn, ben empathisch. Ben je steeds bewust van de situatie en behoeften van anderen en geef ze ruim de gelegenheid om hun mening kenbaar te maken. Probeer zelf vooral te luisteren; ben blij voor de ander.
Met vrienden/partners samenwerken. Eventueel deelnemen aan steungroep. Warme, geborgen gehechtheidsstijlen met anderen onderhouden. Openstaan voor nieuwe informatie/inzichten; open communicatie, niet bang zijn gezicht te verliezen.
Oefenen in eenvoud, gehoorzaamheid, beleefdheid, respect, vrijgevigheid, behulpzaamheid, dankbaarheid en vergeving. Dat gedrag brengt ons dichter bij anderen.


Oefenen in dankbaarheid.

Door ‘dankjewel’ te zeggen, erkennen we de gaven die in ons leven komen en, bijgevolg, de waarde van andere mensen. Dankbaarheid, eenvoudigweg, kan ons minder doen focussen op ons zelf en meer op anderen, een kenmerk van nederige mensen. Een recente studie kwam tot de conclusie dat dankbaarheid en nederigheid elkaar wederkerig versterken. Dankbaarheid uitdrukken kan nederigheid in ons opwekken en nederige mensen hebben een grotere capaciteit om dankbaarheid uit te drukken. Voor meer suggesties, zie dankbaarheid in de tweede werkweek van het analoge spel.
Het is niet alleen de deugd van nederig/bescheidenheid promoten, maar ook de invloed van eventueel arrogante trots of narcisme verminderen of elimineren. Samen met de uitdaging om nieuw gedrag aan te leren, moet je ook nog eerder gedrag ontwennen. Er kan terugval komen. Herhaling van het nieuwe gedrag wordt dan extra nuttig. Na een poosje gaat conflict resolutie aan het nieuwe gedrag de voorkeur geven.

Manieren om de ondeugd te bestrijden:

  • Oefenen om meer naar zichzelf te kijken (persoonlijke groei, zelfverbetering). Narcisme: met hulp van vrienden/partners grip op gevoelens krijgen.
  • Defensieve houding, oordeel, dominantie en statusverhoging vermijden.
  • Zelfoverschatting inperken door perspectiefverandering.
  • Zelftranscendentie noodzakelijke voorwaarde voor eigenliefde.
  • Verwijderen onverschilligheid voor anderen. Door meer zelftranscendentie (b.v. godsdienst), betere relaties met anderen, meer rechtvaardigheid, mededogen en vergevingsgezindheid.
  • Zelfachting, zelfrespect, eigenwaarde, eigenliefde en liefde voor de ander ontwikkelen.
  • Een gevoel van rechtvaardigheid en respect voor rechten anderen is corrigerend voor arrogante trotsen.
  • Aangaan van warme, hechte relaties voor het afzwakken van superioriteitsgevoelens en ontwikkeling van empathie en eventueel liefde.
  • Elementaire sympathie komt met zelftranscendentie; persoonlijke liefde.
  • Niet opscheppen, dingen niet overdreven doen, geen aandacht proberen te trekken, niet jezelf als specialer of belangrijker te zien dan anderen.

5. Spel-randvoorwaarden

Karakters en verhalen voor spelen
Sheldon Lee, in ‘Character and Storytelling for Games’, zegt dat spelen en verhalen veel gemeenschappelijks hebben. Allebei gaan ze over hoe we met angst omgaan. Allebei kunnen ze ons over de wereld en onszelf vertellen. Spelen zijn van een heel andere aard dan verhalen.
Beide kunnen ons uitdagen, ons laten lachen of in tranen brengen. Ieder van de twee kan los van de ander bestaan, en totaal amusant zijn. Maar, soms kunnen ze allebei samen bestaan, op elkaar teren of samen iets ontwikkelen dat groter is dan de som van de twee samen.
De sleutel tot voldoening gevend entertainment is evenwicht tussen de samenstellende delen. Evenwicht is een hoofdzorg op veel terreinen van spelontwerp, evenals van schrijven.
Als je inzicht en perspectief aan het leven toevoegt, wordt het drama. Het drama spreekt ons als mensen aan en kan ons leven verrijken. Als je echter beeldtaal zonder betekenis toevoegt, wordt het leven niet gedramatiseerd, maar goedkoop gemaakt.
Er is een basisprincipe dat alle entertainment draaiende houdt en dat is: entertainment = lol. En er dient flink wat humor in het verhaal te zitten. Niets verhelpt een slecht gevoel zo goed als een stevige lach. Zorg voor een “sexy” uitziende game.
Als je nauwgezet naar het publiek luistert, zegt dat: a/ neem me naar een plek waar ik nog nooit geweest ben; b/ maak iets van mij wat ik anders nooit zou worden; c/ laat me dingen doen die ik anders nooit zou kunnen doen.
Er is meer komedie dan tragedie in computerspelen. Spelers hebben een hekel om slachtoffer te worden. Verder is het ook veel makkelijker om mensen aan het lachen dan aan het huilen te krijgen.
Je moet het publiek een thema geven dat ze begrijpen en waarin ze geïnteresseerd zijn. Of het nu de universele heldentocht is die Joseph Campbell nagetrokken heeft in de diverse culturen (zie hierna) of de Griekse tragedies van uit elkaar gereten families, geef jouw spelverhaal een reden waarom het verteld moet worden. Ieder spelverhaal, net als ieder toneelstuk, moet beginnen met een thema. Dit thema geeft je je afloop en alle stappen die daar naar toe leiden.
Een thema is op zich alleen niet voldoende om het verhaal aan het rollen te krijgen; een conflictsituatie evenmin. Het zijn personages die het verhaal aansturen, zowel wanneer ze enige speler/karakter (solo spelen), multi spelers/karakters tegelijk of niet-speler/karakter zijn. Ze zijn allemaal belangrijk.
Vanzelfsprekend is actie het belangrijkste element. Verhalen kunnen bestaan zonder karakter (veel Hollywood films en de meeste actiespelen), maar ze kunnen niet bestaan zonder actie.
Respecteer je karakters. Geef ze een leven en een doel. Vermijd stereotypen. Respecteer je verhalen. Geef ze een gewicht gelijk aan je gameplay. Vermijdt clichés. Construeer verhaal en gameplay tegelijkertijd, zodat ze elkaar kunnen ondersteunen: synergie.
Voor het scheppen van motivatie om anderen te helpen, moet een verhaal eerst aandacht genereren door spanning gedurende de vertelling op te roepen. In dat geval is het waarschijnlijk dat aandachtige kijkers/luisteraars de emoties van de karakters gaan delen en na het einde van het verhaal doorgaan de gevoelens en het gedrag van die karakters na te bootsen.
Als je wilt motiveren, overtuigen of herinnerd wilt worden, begin met een verhaal van menselijke strijd en uiteindelijke triomf. Het zal de harten van mensen veroveren, na eerst hun hersens ingepalmd te hebben.

De weg van de held


Joseph Campbell ontdekte een thema dat in verhalen uit alle culturen en windrichtingen keer op keer terugkwam. Het algemene thema dat hij ontdekte noemde hij treffend ‘De reis van de held’. Dit thema beschrijft in essentie de ‘levensreis’ of spirituele zoektocht die iemand aangaat op zoek naar zijn of haar eigen identiteit. Het thema spreekt een verlangen aan dat ieder van ons koestert. In ieder mens zit een diep verlangen zichzelf te zijn, of meer te worden. In zijn Reis van de Held onderscheidt Campbell zeven stappen. Niet alle verhalen bevatten alle stappen. Sommige gaan maar over één stap, andere vertellen de hele reis zoals het bekende verhaal van Odysseus. De zeven stappen zijn als volgt: 1. Oproep tot het avontuur. De reis begint met een gebeurtenis – meestal iets onverwachts – die ons verlangen wekt; 2. De overwinning van weerstanden om het avontuur aan te gaan. Er zijn duizend en één goede redenen om niet aan de oproep te beantwoorden. Deze weerstand staat symbool voor het loskomen van je huidige omgeving; 3. Magische helpers langs de weg – Als de held heeft besloten zijn weg te kiezen, vindt al snel een ontmoeting plaats met een beschermende figuur. Vaak in de vorm van een oude man of vrouw. Deze ‘gids’ staat symbool voor de weldoende, behoedende kracht van het lot; 4. De wachters aan de drempel. Met de personificatie(s) van het lot als zijn gids vervolgt de held zijn weg tot aan de grens van het onbekende. Daarachter ligt de duisternis, het onbekende, het gevaar. De held is op de grens van zijn comfortzone gekomen. Het overschrijden van die grens betekent het ontmoeten van je angst. Maar voor iedereen die over moed en bekwaamheid beschikt, zal het gevaar wijken; 5. De weg der beproevingen – Zodra de held de drempel heeft overschreden, en daarmee zijn comfortzone heeft uitgebreid, betreedt hij een droomlandschap vol vreemde, veranderlijke en tweeslachtige vormen. Al deze externe vormen staan symbool voor zijn eigen innerlijke angsten; 6. De mystieke bruiloft (vereniging) – Als alle hindernissen en monsters zijn overwonnen, volgt meestal een mystiek huwelijk tussen de triomferende held en de godin/koningin van de wereld. Deze godin staat symbool voor volmaakte schoonheid, het antwoord op al het oorspronkelijke verlangen van de held; 7. De terugkeer naar de wereld De reis van de held is pas afgelopen als hij weer is teruggekeerd naar zijn eigen wereld. Hij wordt hierbij geconfronteerd met een ‘botsing’ met de wereld. Hoe vertaalt de held zijn inzichten naar de wereld? Dit is de laatste taak van de held. Een valkuil voor de held is hierbij de eigen weg dwingend aan anderen op te leggen. In plaats daarvan kun je ‘magisch helper’ worden door anderen aan te moedigen ook hun eigen weg te gaan.

Mission statement


Zet mission statement op om wangedrag te stoppen en formuleer doelen met streeftermijn; stel een lijst op met positieve veranderingen die je door wilt voeren. Je moet doelen stellen, d.w.z. reële en concrete voornemens. Mensen die dat doen bereiken in het algemeen meer. Het algemene manco is dat goede voornemens niet specifiek genoeg, niet tijdgebonden zijn en het doel niet realistisch is. Je voornemen moet dus altijd specifiek, meetbaar, acceptabel, tijdsgebonden en realistisch zijn. Dat wordt ook wel de SMART-methode genoemd. Met die methode breng je zo precies mogelijk in kaart wat je wil bereiken. Er is daardoor meer kans dat je je daadwerkelijk aan een goed voornemen houdt.
Nederig/bescheidenheid ontwikkelen door activiteiten in toenemende moeilijkheidsgraad (b.v. fysiek, emotioneel, sociaal) aan te gaan. Dit door Ingewikkelde keuzes te vergemakkelijken; taken te structureren en op te splitsen in kleine stappen; begin met kleine/kortdurende verbeteringen voordat je grote/duurzame verbeteringen aanpakt.
Als je je aandacht richt op een verafgelegen, reusachtig doel, dan devalueer je de kleine dagelijkse vorderingen en maak je ze waardeloos. Wat je nodig hebt zijn redelijk uitdagende doelstellingen, veeleisend, maar haalbaar.
Je moet ook aansluiten bij belevingswereld en bij levensechte situaties én aansluiten bij huidig gedrag, voorkeuren en customer journey van de deelnemers.


Het spel dient op drie niveaus aangepakt, namelijk: weten, kunnen en doen, Praktisch gesproken gaat het om: motivatie, houding en zelf-effectiviteit. Het laatste is de verwachting die personen hebben over hun eigen vermogen om bepaald gedrag te kunnen uitvoeren, oftewel het zelfvertrouwen in dat bepaalde gedrag. Bij elke beheersing van een nederigheidskwaliteit word je algemene zelfcontrole versterkt. Vergroten van kennis alleen is niet effectief.

Onmetelijk universum ………..

Referenties

Meer titels en extracten van publicaties zijn te vinden op de website ‘deugd.net’.

  • C. Peterson and M. Seligman. Character Strengths and Virtues. A Handbook and Classification. Oxford University Press. 2004
  • VIA = Values in Action Institute.www.viacharacter.org
  • Everett L. Worthington Jr. The Paradox of Humility, September 1, 2007.
  • Sonja Lyubomirsky. The Myths of Happiness.(2013)
  • Philip Tetlock and Dan Gardner, ‘Superforecasting: the Art and Science of Prediction’. Random House. 2015.
  • Dr Jessamy Hibberd, is a London-based Chartered Clinical Psychologist, author and commentator, with over 15 years in clinical practice. Her latest book: The Imposter Cure.
  • Jessica Tracy, Take Pride: Why the Deadliest Sin Holds the Secret to Human Success.
  • Tracy, J. L., & Robins, R. W. (2007). The psychological structure of pride: A tale of two facets. Journal of Personality and Social Psychology, 92(3), 506–525.
  • Eddie Brummelman. Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld’. Nieuwezijds Uitgeverij. mei 2019 .
  • Gabriele Taylor. Deadly Vices. 2006. Clarendon, Oxford University Press.
  • Larissa Macfarquhar. Strangers Drowning. Voyages to the Brink of Moral Extremity’ . Allen Lane, Penguin, Random House UK. 2015.
  • Joseph Campbell, De Held met de Duizend Gezichten. AnkhHermes, Uitgeverij. 2020
  • Dacher Keltner. The Power Paradox: How we Gain and Lose Influence. Penguin Press. 2016,
  • Sandra Maiti. The Enneagram of Passions and virtues. Penguin Books, 2009.
  • Vicki Zakrzewski. It’s so hard to be humble. January 12, 2016
    Greater Good Science Centre, University of Berkeley, California.
  • Why Your Brain Loves Good Storytelling, Paul J. Zak, October 28, 2014. GSSC, University of California?
  • Sheldon Lee. Character Development and Storytelling for Games. 2013.
  • Jane McGonigal, Super Better. HarperCollins Publishers. 2016
  • Scripps College Researcher Michael Spezio Find Humility/Empathy is Key to Flourishing Community, Functioning Democracy. CLAREMONT, Calif. (PRWEB) November 15, 2018
  • Lachlan Brown ‘How to love yourself: 15 steps to believing in yourself again’, 5 Dec. 201 https://hackspirit.com › how-to-love-yourself
  • Drie publicaties over gewoontevorming:
    a. Charles Duhigg. The Power of Habit (2012). Cornerstone / Cornerstone Ras.
    b. James Clear. ‘Atomic Habits’ (2018). Cornerstone Digital
    c. Wendy Wood. Good habits, Bad habits’ (2019). Pan Macmillan.
  • Robert Muller: Decide to be peaceful; to be happy; to be thankful; to forgive; to dream; to hope; to network. (www.deugd.net, gedichten)
  • Nederigheid – de Moeder van Alle Deugden. De Volkskrant, 4 jan 2014. Ellen de Bruin. Verwijst naar twee Amerikaanse psychologen die vijf kenmerken van nederigheid behandelen. Oorspronkelijk artikel in Social and Personality Psychology Compass (December 2013).
Belangstelling en steun, wat een sympathie!