web analytics

Essay Bescheidenheid

                                

In deel 1 van dit essay wordt een korte inleiding van de deugden
gegeven.
Deel 2 gaat over de sterke kant ‘nederigheid/bescheidenheid’, met
respectievelijk de onderdelen ‘definitie en geschiedenis’ en ‘kenmerken
nederig/bescheidenheid’.
Deel 3 gaat over ‘corresponderende ondeugden’, met als onderdelen
‘algemeen’, ‘narcisme’ en ‘dodelijke ondeugden’.
Deel 4 behandelt de ontwikkeling van bescheidenheid, met als
onderverdeling:  ‘langere termijn aanpak’, ‘Taylor’ en ‘korte termijn acties’.

Tenslotte is er nog een ‘databank’ waarin zich referenties en
achtergrondmateriaal bevinden

Dit essay verschaft achtergrond informatie voor ‘Avontuur Bescheidenheid’ en Uitdaging Bescheidenheid’ die onder het kopje
‘training’ op deze website staan. Bij ‘Uitdaging Bescheidenheid’ staat dit essay als Annex.

                                             INHOUD

                                                                                                                     

  Deel 1. Deugden                                                                  

Deel 2. Nederigheid en bescheidenheid                       

 2.1. Geschiedenis                                                                                          

 2.2. Kenmerken nederig/bescheidenheid                                              

Deel 3. Corresponderende ondeugden     

  • Algemeen
  • Narcisme
  • Dodelijke ondeugden (Gabrielle Taylor)

 Deel 4. Ontwikkeling bescheidenheid                         

4.1.  Langere termijn aanpak                                                 

4.2. Taylor                                                                                 

 4.3. Korte termijn acties                                                         

 Databank                                                                                        

Deel 1. Deugden 

Waarden zijn betekenisvolle, doorgaans positieve, immateriële zaken die belangrijk worden gevonden door personen, groepen of gemeenschappen. Er zijn een groot aantal waarden, variabel in aantal omdat ze een subjectieve beleving inhouden. In het boek “Moral Courage’ constateerde de auteur dat de volgende vijf kernwaarden wereldwijd gelden: eerlijkheid, respect, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en compassie (Kidder, p.10) 

Normen zijn richtlijnen en hebben een grote objectiviteit. Het zijn gedragsregels die we meestal als vanzelfsprekend beschouwen. Normen zijn afgeleid uit waarden en vormen doorgaans verboden. Anders gezegd: waarden kunnen worden genormeerd. 

Deugden zijn positieve verbindingen tussen waarden en normen. De deugd is een houding waarin een waarde concreet is geworden en die kan leiden tot een ethisch goede manier van handelen. 

Deugden zijn karaktertrekken waarin men uitmunt. Deugdzaam gedrag is een belangeloze oriëntatie op het goede en de deugd is haar eigen beloning. Deugden zijn niet aangeboren maar zijn goede houdingen en gewoontes, een tweede natuur geworden, dankzij voortdurende oefening. Deugdethiek is een ethiek van opvoeding, zelfverwerkelijking en levenskunst, waarbij het voorbeeld een centrale rol speelt. Deugden zijn positieve verbindingen tussen waarden en normen. De kern van de deugd ligt in de goede wil. Deugdethiek probeert onze passies zo te vormen dat we als het ware vanzelf het goede willen en dat nastreven ter vervolmaking van onze persoon. 

Er zijn meer definities van deugden. Volgens MacIntyre, gerenommeerd deugd- deskundige, presenteren Homerus, Sophocles, Aristoteles, het Nieuwe Testament en Middeleeuwse denkers verschillende en onverenigbare lijsten van deugden; ze geven die ook een verschillende volgorde van belangrijkheid en ze hebben verschillende, onverzoenbare deugdtheorieën. Deugden hebben in de verschillende systemen en over de tijd variabele betekenissen gekend, er is overlap vanwege abstractie en sommige vermeende deugden zijn eerder goede gewoonten dan deugden. 

Er zijn in de loop van de tijd meerdere lijsten van deugden en ondeugden geweest. De bekendste classificatie van westerse deugden zijn de vier klassieke deugden van de Griekse Oudheid, moed, maat, rechtvaardigheid en wijsheid. Daar hebben de Middeleeuwse christelijke denkers de christelijke deugden geloof, hoop en liefde aan toegevoegd. Heden ten dage zijn er diverse series van deugden, eentje wel vijftig ‘engelen van je ziel’ lang. 

De Grote Vijf (Big Five) is een bekende manier om onze persoonlijkheid in kaart te brengen. Ze beschrijft de persoonlijkheid aan de hand van vijf clusters van persoonlijkheidskenmerken, ook wel dimensies genaamd. Bescheidenheid is onder die theorie één van de zes facetten onder de dimensie vriendelijkheid. 

De Amerikaanse positieve psychologen Seligman en Peterson zijn de eersten die, in het begin van deze eeuw, een wetenschappelijke classificatie van deugden hebben opgezet (Values in Action, VIA; zie hun Character Strengths and Virtues). Wij volgen hun wetenschappelijke systeem in dit essay (Peterson & Seligman) 

Peterson en Seligman onderscheiden de componenten van goed karakter op drie niveaus van abstractie: de deugden als het meest abstracte niveau, vervolgens karaktersterkten op het middelste niveau en als derde, meest gedetailleerde en specifieke niveau, de functionele thema’s. In de behandeling van de drie in abstractie variërende begrippen van positieve eigenschappen staat het begrip ‘karaktersterktes’ centraal. 

De VIA wetenschappelijke classificatie kent zes deugden, met daarachter aangegeven de karaktersterktes, als volgt: 

  • –  Kennis en wijsheid: creatief, belangstellend/nieuwsgierig, leergierig, nadenkend, wijs;
  • –  Rechtvaardigheid: rechtschapen, leider, teamspeler;
  • –  Menselijkheid: liefdevol (zowel geven als ontvangen); vriendelijk
    (goedgeefs, koesterend, zorgzaam, mededogend, altruïstisch);
    sociaalvaardig;
  • –  Moed (pit en vastbeslotenheid): doortastend, moedig, integer,
    enthousiast;
  • –  Gematigdheid: bescheiden, vergevingsgezind, beheerst, bedachtzaam;
  • –  Transcendentie (boven jezelf uitstijgen): waardering voor schoonheid en
    topprestaties, humoristisch, godsdienstig/spiritueel, hoopvol, dankbaar.
    Karaktersterkten zijn volgens Peterson en Seligman de psychologische ingrediënten, processen of mechanismen, die de deugden definiëren. Anders gezegd, zij zijn de onderscheiden wegen om de één of andere deugd te tonen. Ze onderscheiden in totaal 24 karaktersterktes. Deze karaktersterktes worden alom gewaardeerd, hoewel een individu ze maar zelden allemaal zal bezitten.
    Uitgesloten van de classificatie van karaktersterktes per se, zijn talenten en bekwaamheden zoals intelligentie en kenmerken die niet in alle culturen gewaardeerd worden, zoals netheid, zuinigheid en stilte.
    Volgens Peterson en Seligman verschillen karaktersterktes en deugden ten minste van talenten en gaven omdat ze tot het morele domein horen. Talenten en

bekwaamheden zijn aangeboren, onveranderlijk en minder beïnvloedbaar door de wil dan karaktersterktes en deugden. 

In hun historische overzicht komen Peterson en Seligman tot de conclusie dat er op wereldniveau een sterke convergentie is over tijd, ruimte en intellectuele traditie aangaande zekere kerndeugden: rechtvaardigheid en menselijkheid zijn kenmerkend voor alle deugdsystemen. Matigheid en wijsheid volgen kort daarop als tweede groep. Transcendentie komt als vijfde, waarschijnlijk omdat deze deugd meer impliciet is en met religie verbonden is. Moed komt als laatste en vormt in traditionele zin geen onderdeel van de oosterse deugdsystemen. 

Op basis van ruim een miljoen VIA-IS questionnaires zijn volgens een 2014 onderzoek van McGrath de meest voorkomende karaktersterktes in de wereld, in volgorde van belangrijkheid: eerlijkheid, billijkheid (fairness), vriendelijkheid, gezond verstand, leergierigheid en dankbaarheid. 

De minst voorkomende karaktertrekken in de wereld zijn, in afnemende volgorde: pit, spiritualiteit, zorgvuldigheid, bescheidenheid, en zelfbeheersing. 

Maat/gematigdheid 

Maat kan op twee manieren geïnterpreteerd worden. Allereerst de juiste maat houden, waarbij volgens Aristoteles een deugd gewoonlijk het midden is tussen twee extremen. De tweede interpretatie is die van ‘gematigdheid’. 

De kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, moed en maat zijn alle vier wat men noemt scharnierdeugden: onmisbare kernen van morele kwaliteit. Daaronder ook de deugd maat: een goed mens weet precies op het goede moment te handelen: dat wil zeggen niet te vroeg en niet te laat. Hij weet op de goede manier op te treden, d.w.z. niet te autoritair en niet te weinig gezagvol. Steeds gaat het erom de juiste maat aan te houden. 

In de loop van de tijd is één van de zaken die nodig zijn voor deze deugd, namelijk zelfbeheersing, steeds meer in de plaats gekomen van het traditionele begrip maat

De kracht waarmee iemand zijn eigen verlangens en begeertes weet te bedwingen is nodig voor een maat-vol leven, maar is niet hetzelfde. 

Je zou gematigdheid kunnen definiëren als beperkingen aan je ego op leggen, ruimte maken voor de ander. Egoïsme, losbandigheid en arrogantie zijn compenserende ondeugden. 

Maat, gematigdheid kan op verschillende vlakken worden toegepast. We kunnen onderscheid maken tussen individuele maat- en sociale gematigdheids-kwaliteiten. 

De individuele gematigdheids-kwaliteiten zijn: 

Nederigheid/bescheidenheid
Spaarzaamheid
Geduld
Zedigheid, kuisheid
Zelfdiscipline, vooral op het gebied van eten en drinken 

De sociale gematigdheids-kwaliteiten zijn: Voorzichtigheid 

Berouw en vergeving 

In onze behandeling van de deugd ‘maat/gematigdheid’ concentreren we ons op het laatste, op ‘gematigdheid’. 

Omdat we de classificatie van VIA volgen, hebben we onder gematigdheid met vier karaktersterktes te maken, te weten bescheidenheid, voorzichtigheid, zelfbeheersing en vergevingsgezindheid. 

De deugd gematigdheid is, in bepaalde opzichten de keerzijde van de deugd moed. Waar moed vraagt om actie te nemen wanneer het nodig is om goed te doen, heeft gematigdheid te maken met het jezelf weerhouden van handelingen die slecht of sociaal onwenselijk zijn. Waar de moedige persoon waarschijnlijk gezien wordt als iemand van actie, geeft de gematigde persoon waarschijnlijk eerder de indruk gereserveerd, beschouwend, misschien zelfs bedaard te zijn. Het is deze terughoudendheid of beschermende kwaliteit tegen excessen die deze karaktersterktes typeert. 

Eenvoudig gezegd, vergeving beschermt tegen haat, bescheidenheid beschermt ons tegen hoogmoed, voorzichtigheid tegen slechte keuzes en zelfregulering beschermt ons tegen een ongedisciplineerd leven. 

We willen gedragsverbetering integraal benaderen door deugdelijk gedrag te promoten en ondeugdelijke tegenhangers tegelijkertijd te neutraliseren. Daarom zullen we de betreffende ondeugden onder ieder van de deugden/karaktersterktes behandelen. 

Deel 2. Nederigheid en bescheidenheid 

2.1. Geschiedenis 

De vroege monastieke heiligen Benedictus van Nursia (480 – 547) en Bernardus van Clairvaux (1090 – 1153) gaven ruim aandacht in hun geschriften aan de nederigheid. St. Benedictus in zijn Regel voor alle monniken wijdt een apart hoofdstuk aan de nederigheid, dat begint met het volgende citaat uit de Heilige Schrift: “Al wie zich verheft zal vernederd, en wie zich vernedert zal verheven worden”. 

Hij gebruikte daarbij het beeld van de ladder uit de droom van Jacob van het Oude Testament, waarbij de engelen afdalen en opklimmen, d.w.z. door hoogmoed afdalen en door nederigheid opklimmen naar het hemelse niveau. De eerste trap van nederigheid bestaat hierin, dat men, door de vreze Gods altijd voor ogen te houden, ten zeerste op zijn hoede is voor de vergetelheid, de tweede trap van nederigheid bestaat hierin dat men niet gehecht is aan zijn eigen wil en er bijgevolg geen genoegen in vindt om zijn eigen verlangens in te willigen. En zo verder de trappen op in toenemende graad van nederigheid. De twaalfde en laatste trap van nederigheid bestaat hierin, dat de monnik niet enkel in zijn hart nederig is, maar dat ook zijn hele lichaamshouding een uitdrukking is van nederigheid voor allen die hem zien: altijd houdt hij het hoofd 

gebogen en de ogen neergeslagen. Steeds is hij zich de schuld van zijn zonden bewust en is het hem alsof hij reeds voor Gods schrikwekkend oordeel moest verschijnen. 

Zodra de monnik al deze trappen van nederigheid beklommen heeft, zal hij die liefde tot God bereiken, die volmaakt is en de vrees buitensluit. Door deze liefde zal hij alles wat hij eerst met een zekere angst volbracht, nu zonder moeite nakomen, alsof hij het deed uit gewoonte of uit natuurlijke aandrift. 

Bij Bernardus van Clairvaux worden de twaalf trappen van nederigheid tegelijk de trappen van hoogmoed. Hij volgt de sporten van de ladder, zoals de heilige Benedictus die ontwierp, maar nu in tegengestelde richting. Bernardus immers beschrijft de trappen van de hoogmoed en niet die van de nederigheid. Van de nederigheid in deze omgeving kunnen we de volgende definitie geven: ‘ nederigheid is de deugd waardoor de mens zich waarlijk leert kennen en nietswaardig wordt in eigen ogen’. 

De twaalf  trappen van hoogmoed zijn:

eerste trap: nieuwsgierigheid;

tweede: onbestendigheid van gemoed;

derde: uitgelaten vrolijkheid;

vierde: grootspraak;

vijfde: buitenissigheid;

zesde: verwaandheid; 

zevende: vermetelheid;

achtste: verdediging van zijn fouten;

negende: gehuichelde bekentenis;

tiende: weerspannigheid;

elfde: vrijheid van zondigen;

twaalfde: gewoonte van zondigen.  

Zoals ten slotte de rechtvaardige, die al deze trappen beklommen heeft, reeds met een opgeruimd hart en zonder moeite wegens de goede gewoonten naar het leven snelt, zo spoedt zich onvervaard naar de dood: de goddeloze, die deze trappen is afgedaald, zich kwader gewoonte niet door zijn rede laat leiden en zich niet inhoudt met de teugel der vreze. 

De geschriften van de heilige Benedictus en van de heilige Bernardus impliceren zelfvernedering en ascetisme. Het zijn gebruiken die heden ten dage geen opgang meer doen in de westerse wereld. 

Ten tijde van Thomas van Aquino (1225 – 1274) werd hoogmoed als tegenhanger van nederigheid en als voldoende slecht gezien om onder de doodzonden gerangschikt te worden. Sommigen zagen haar zelfs als de primaire zonde, de bron van alle kwaad. 

Persoonlijk zijn velen bekend met het katholieke geloof, wat in mijn jeugd nog de nederigheid benadrukte als onderdeel van het Evangelie. Je moest je voegen naar de geboden, verboden en andere voorschriften van de katholieke kerk en er was weinig of geen ruimte voor uitzondering. Niet alleen door de kerkelijke controle, door religieuze praktijken, onder meer de biecht, maar ook door een alom gedeelde religieus-sociale cultuur was de beleving en naleving van het katholieke leven in een sterk homogeen katholiek omgeving, intensief. 

Bescheidenheid en gehoorzaamheid aan de katholieke cultuur waren het resultaat en weinig mensen vormden in die tijd een uitzondering. Die bescheidenheid nam je in je leven mee en was een zekere handicap in fora daar waar je je mening sterker zou hebben mogen verdedigen. Het gevolg was dat je niet alleen heel klein was tegenover (het perspectief) God, maar ook beperkt in je opstelling tegenover dominerende of invloedrijke bazen en fora. Het had natuurlijk ook zijn voordelen, zoals minder confrontatie en meer eensgezindheid. In deze zin, is het juist dat nederigheid soms wordt gezien als een specifiek christelijke deugd, die betrekking heeft op de relatie van menselijke wezens met een godheid, en bewustzijn van hun onbelangrijkheid in dat opzicht en in het algemeen. 

Volgens Gabriele Taylor (Gabriele), Engelse specialiste in ondeugden, symboliseert nederigheid nog altijd iets van het bovennatuurlijke en bovenmenselijke, in vergelijking waarmee individuen zich beperkt en afhankelijk voelen. Nederigheid volgens Taylor is verbonden met een gevoel van ‘eerbied’, een complex verschijnsel, dat een gevoel van ontzag, evenals van ongemak en vrees inhoudt. De term nederigheid heeft soms ook nog negatieve connotaties. Men kan aan een nederig persoon denken als zwak en passief, met neergeslagen ogen, die zelfwaardering en vertrouwen ontbeert. Anderen associëren nederigheid met vernedering, wat beelden oproept van schaamte, verlegenheid of afkeer van zichzelf. 

Niettemin hoeft nederigheid niet zulke negatieve beelden van het zelf in te houden. De deugd van de nederigheid is ondergewaardeerd. In feite kunnen nederige individuen sterk positieve zelfwaardering bezitten als zij het gevoel van eigenwaarde baseren op hun intrinsieke waarden of waardigheid, hun positieve kwaliteiten, een gevoel voor zelfcompassie, hun relaties met andere mensen of hun oriëntatie op een hogere macht. 

Onderzoek geeft aan dat in het algemeen mensen meer de neiging hebben hun zelf- imago op te krikken dan het naar beneden te halen. Dit geldt nog meer op morele dan op intellectuele terreinen. 

De essentie van nederigheid heeft betrekking op een niet-defensieve bereidheid om het eigen ik accuraat te beoordelen, inclusief sterke en zwakke kanten. Nederige individuen zullen niet opzettelijk informatie verdraaien om hun imago te verdedigen, te corrigeren of te bevestigen. Voor nederige mensen is er geen pressie voor gewichtigheid en geen dringende behoefte om zichzelf als beter te zien, of te presenteren, dan ze in werkelijkheid zijn. Zij zijn er in principe niet op uit om anderen te domineren, om gunsten te ontvangen of om hun eigen status te verhogen. Nederigheid wordt overdreven als het leidt tot hardvochtige of afkeurende benaderingen van het ik, tot het overdrijven van zwakheden en misstappen en het streng bestraffen daarvan, terwijl men karaktersterktes en successen over het hoofd ziet. 

Definitie en onderscheid tussen nederigheid en bescheidenheid 

De karaktersterkte ’nederigheid’ is een houding waarbij men accuraat zijn/haar prestaties en vermogens evalueert en die je in perspectief weet te plaatsen. Je ziet jezelf niet als speciaal en kunt jezelf wegcijferen. Anderen erkennen en waarderen nederigheid en bescheidenheid. 

Het is eigenlijk makkelijker om aan te geven wat ‘nederigheid’ niet is. Zie daarvoor de sectie ‘kenmerken’. 

Bescheidenheid (Eng. modesty) is een vorm van nederigheid (Eng. humility) die meer uiterlijk is: dingen doen om de aandacht op jezelf te verminderen; de bescheiden inschatting van eigen verdiensten en successen, ook in zaken als kledinggebruik en sociaal gedrag. Bescheiden mensen, ook nederige overigens, gaan liever op in de menigte of groep dan erboven uit te steken. Ze treden niet onnodig op de voorgrond. Bescheidenheid wordt gezien als een meer sociaal-georiënteerde eigenschap. Wanneer ‘bescheidenheid’ niet op mensen slaat, geeft het iets minder wenselijks aan, bijvoorbeeld een bescheiden prestatie. Een bescheiden persoon wordt soms gezien als iemand die zich gedwee onderwerpt aan de meningen van superieuren en beter gesitueerden, en zelf geen pit heeft. 

In dit essay gebruiken we de twee begrippen nederigheid en bescheidenheid door elkaar heen. De twee begrippen zijn voor onze doeleinden nagenoeg identiek en vanwege de negatieve connotatie is het wenselijk om nederigheid niet op zichzelf staand te gebruiken. Voor de praktische toepassing in ons spel is het onderscheid niet wezenlijk relevant. 

Het is moeilijk om betrouwbare metingen van nederigheid te vinden. Vragen aan mensen hoe nederig ze zijn, is natuurlijk vragen om moeilijkheden, in de vorm van sociaal wenselijke antwoorden. De pogingen om bescheidenheid te beoordelen zijn succesvoller geweest, omdat bescheidenheid een sociale deugd is en de zelfbeoordelingen daarvan geverifieerd kunnen worden. 

We leven natuurlijk in een omgeving en een tijd waarin de cultuur individualistisch en assertief is. In vroeger tijden in het westen en in (Oosterse, Afrikaanse) gemeenschaps- en collectieve samenlevingen in Azië en Afrika, werd egoïsme slecht beoordeeld en nederigheid aangemoedigd. In gevestigde vriendschappen is bescheidenheid nog de norm. 

Buiten de Middeleeuwen van de heiligen Benedictus van Nursia en Bernardus van Clairvaux is het moeilijk om toonbeelden van nederigheid en bescheidenheid te vinden. Religieuze figuren zoals Christus en Boeddha gaven vaak blijk van diepe nederigheid, samen met andere deugden, maar nederigheid was bij hen niet een speciaal opvallende eigenschap. Een echt nederig persoon zoekt niet het voetlicht. Mogelijk dat nederigheid het vaakst voorkomt als onzelfzuchtige dienst/service aan anderen. In ‘Strangers Drowning. Voyages to the Brink of Moral Extremity’ beschrijft Larissa Macfarquhar een aantal uitzonderlijke gevallen van ‘do-gooders’, mensen die zich totaal inzetten voor het welzijn van anderen en voor wie de wereld een permanente oorlog is voor het goede. Waarschijnlijk is de heilige (Zr) Theresa ook een goed voorbeeld van zorg voor anderen. Zij is mogelijk overreed de publiciteit te omarmen om meer goed op te roepen en een goed voorbeeld te geven. 

In een onderzoek in de V.S. op de vraag een nederig persoon te noemen, kozen deelnemers: maatjes (41%), familie (22%), populaire religieuze figuren (13%), beroemdheden (10%) en persoonlijke religieuze leiders (3%). In hun beschrijving van die personen, noemden ze zulke positieve eigenschappen, zoals zorg voor anderen (56%), succesvol zijn (47%) en een onzelfzuchtige of opofferende houding (21%). 

Op hoog politiek niveau vind je weinig bescheiden personen. In feite is er een aanzienlijk deel narcisten onder. Omdat bekende personen zoveel in het nieuws zijn, komen ze moeilijk over als bescheiden. Niettemin geloof ik dat Jimmy Carter en Obama relatief bescheiden mensen waren, die er niet per se voor eigen eer en glorie zaten, maar voor de belangen van volk en natie. Paus Franciscus is ook een bescheiden persoon. Hij nam zijn intrek in het Vaticaan in de bescheiden St Martha’s afdeling. In het bedrijfsleven zijn waarschijnlijk ook bescheiden mensen. Men zegt dat ze betere prestaties leveren dan arrogante ‘captains of industry’ die zichzelf en hun eigen belangen promoten. Volgens wetenschappelijke onderzoeken zit er een disproportioneel aantal mensen met narcistische trekjes op hogere posten in het bedrijfsleven. Ze zijn namelijk zelfverzekerd en dat stelt medewerkers gerust. Je zult dus relatief meer bescheiden personen vinden in de dienstbare sectoren van de zorg, 

religie en cultuur. Inmiddels bestuderen diverse onderzoeksgroepen de rol van nederigheid op uiteenlopende terreinen, zoals die van relaties, leiderschap en het vermogen om te leren. 

Gezien de problemen die te maken hebben met het meten van nederigheid en bescheidenheid, zeggen pure wetenschappers op dit terrein dat er niets bekend is over de correlaties of gevolgen van deze deugden. Peterson en Seligman vinden deze conclusies evenwel niet gerechtvaardigd. Onderzoeksresultaten van studies over verwante onderwerpen tonen interessante resultaten. Narcisme is daar een prominent voorbeeld van. Het is makkelijk te zeggen wat nederigheid niet is, niet opscheppen, dingen niet overdreven doen, geen aandacht proberen te trekken, niet jezelf als specialer of belangrijker te zien dan anderen. Aan de andere kant betekent het ook niet te buigen voor iedere wens of verzoek van een ander persoon en niet extreem zelfkritisch te zijn. 

2.2. Kenmerken nederig/bescheidenheid 

Nederigheid is niet hetzelfde als gebrek aan zelfvertrouwen. De nederige mens denkt niet minder over zichzelf, maar denkt minder aan zichzelf. Hij kent zichzelf en staat open voor nieuwe inzichten. En hij is niet bang om zijn gezicht te verliezen. Een gezond, robuust zelfvertrouwen is een kenmerk van nederigheid. Het is zelfs het eerste van vijf kenmerken van nederigheid die twee Amerikaanse psychologen noemen in een verkennend overzichtsartikel over de psychologie van de nederigheid (Ellen de Bruin). 

De andere vier kenmerken van nederigheid zijn volgens hen: de eigen fouten onder ogen zien, openstaan voor nieuwe informatie, gericht zijn op anderen en iedereen gelijkwaardig achten. Op een bepaald niveau, accepteren nederige mensen de absolute gelijkheid van de mensheid in hun universele perspectief. Door dit ruimere perspectief, ontwikkelen nederige personen een relatief beperkte focus op het eigen ik en de eigenschap ‘zichzelf te vergeten’ en transcendent te zijn. Deze twee eigenschappen zitten ook in de VIA ‘kennis en wijsheid’ deugd, met name leergierigheid (love of learning) en ruimdenkendheid (open-mind 

Terwijl nederigheid positieve intra-persoonlijke voordelen oplevert, is waarschijnlijk zijn grootste effect op interpersoonlijke relaties. Omdat nederige personen geen sociale dominantie zoeken, zijn ze meer bereid van anderen te leren en anderen te complimenteren met hun prestaties. Als, zoals de theorie aangeeft, nederigheid mensen helpt om hun eigenbelang opzij te zetten, dan dient nederigheid verbonden te worden met grotere niveaus van vergeving, spijt en compassie. Mensen hebben 

behoefte om ergens toe te behoren en relaties te hebben; een nederige houding zou gezonde, vibrerende interpersoonlijke relaties waarschijnlijker maken. 

De vier componenten van openstaan (ruimdenkendheid), zichzelf vergeten, bescheiden zelfbeoordeling en aandacht naar anderen, lopen ongeveer parallel met de volgende definitieve kenmerken van nederigheid: openstaan voor nieuwe ideeën, tegenstrijdige informatie en advies met de bereidheid zijn fouten te erkennen, relatief lage focus op zichzelf, zichzelf vergeten, een bescheiden oordeel over zijn kwaliteiten en prestaties en die in perspectief houden ten aanzien van de omringende wereld; en tenslotte een waardering voor de vele verschillende manieren waarop anderen kunnen en doen bijdragen aan het grotere goed. 

Wie nederig is, heeft om te beginnen een ‘kalm, accepterend zelfbeeld’ dat niet overgevoelig is voor bedreigingen van het ego. Te weinig zelfvertrouwen is geen kenmerk van nederigheid, maar van depressie. En te veel zelfvertrouwen, of erger nog, een wiebelig zelfbeeld, is eerder een kenmerk van narcisme, in veel opzichten het tegendeel van nederigheid. Nederige mensen kennen zichzelf goed en nemen zelf de verantwoordelijkheid als ze dingen verkeerd doen. Wat daarbij helpt is de derde eigenschap van nederige mensen: dat ze openstaan voor nieuwe inzichten, zowel over zichzelf als de wereld om hen heen. Nederigheid heeft een zelf-transcendent perspectief dat aanmoedigt fundamentele relaties met anderen aan te gaan. Omdat ze geloven dat andere mensen waardig en waardevol zijn, accepteren nederige mensen anderen. Ze maken zich er geen zorgen over dat ze misschien afgaan, en mede doordat ze die stress niet hebben, leren ze beter. En omdat ze hun eigen ego niet zo sterk hoeven op te poetsen, hebben ze ruimte in hun geest om oprecht blij te zijn als het goed gaat met andere mensen. Zowel narcisten als depressieve mensen zijn juist wel voortdurend met zichzelf bezig. Tot slot vinden nederige mensen dat iedereen dezelfde intrinsieke waarde heeft. We zijn allemaal gelijk, niemand is beter dan een ander. Het is wel duidelijk dat narcisten ook daar anders over denken. 

Nederige personen hebben dus een accurate (niet onderschatte) waardering van eigen kwaliteiten en prestaties. Waarlijk nederige mensen denken positief over zichzelf en hebben een goed gevoel van wie zij zijn, maar ze zijn zich ook bewust van, en kunnen, hun fouten, gaten in hun kennis en onvolkomenheden erkennen. Meest belangrijk, zij zijn tevreden zonder een centrum van aandacht te zijn of te worden geprezen voor hun daden. Bescheiden mensen gedragen zich gewoonlijk op een eenvoudige manier. Zij houden hun kwaliteiten en prestaties in perspectief. Ze staan open voor nieuwe ideeën, tegenstrijdige informatie en advies. Ze hebben waardering voor de waarde van alle dingen evenals voor de vele verschillende manieren waarop mensen en dingen aan onze wereld kunnen bijdragen. 

VIA gelooft dat een bescheiden aanpak grote voordelen voor het individu kan aandragen, zowel in termen van emotioneel welzijn als van zelfbeheersing. Een bescheiden/nederig zelfbeeld, onder omstandigheden van bedreigingen van het ego, kan mensen beschermen tegen het nemen van slechte risico’s en beslissingen. Nederige mensen genieten ook voordelen op andere manieren omdat ze vrij zijn van zelf-preoccupatie. Als individuen streven naar projectie van een overtrokken zelfbeeld, kunnen ze dat als een psychologische last ervaren. Een dergelijke last kan leiden tot de behoefte een uitweg te vinden door destructief gedrag zoals drugsmisbruik, masochisme, dieetstoornissen of, zelfs, zelfmoord. Een bescheiden benadering, in het bijzonder wanneer die vergezeld gaat van de mogelijkheid voor zelftranscendentie, zou dit nadeel moeten uitsluiten. 

De nederige persoon kan emotionele en psychologische energie sparen doordat hij niet continu zijn zelfbeeld tegen aanvallen hoeft te verdedigen. 

Nederigheid wordt geassocieerd met een gezonde zelfachting en een positieve kijk op eigen behoeften. Nederigheid betekent het helder zien van onszelf en van onze capaciteiten. Nederigheid is nodig om de waarheid te zien zowel die over onszelf als over de aard van de werkelijkheid. Zij geeft een relatief beperkte focus op het eigen ik en heeft de eigenschap ‘zichzelf te vergeten’. 

Nederige mensen demonstreren gewoonlijk hogere niveaus van dankbaarheid, vergeving, spiritualiteit en algemene gezondheid. In interpersoonlijke relaties, verschaffen nederigheid en empathie een manier om conflicten op te lossen doordat het waarschijnlijk is dat vergevingsgezindheid en verzoening aanwezig zijn. 

Als je hoog scoort in nederigheid ben je er goed in anderen de eer te geven of op de voorgrond te plaatsen. Omgekeerd leidt dit ertoe gewaardeerd en geliefd te zijn: de nederige persoon maakt makkelijk vrienden. Nederigheid beschermt je tegen het aannemen van egoïstische gedragsvormen, zoals arrogantie. 

Nederigheid versterkt sociale relaties. Nederige mensen zijn ook behulpzamer, aangenamer en royaler. Studies hebben aangetoond dat nederigheid verbonden is met volharding, zelfregulering en vriendelijkheid. 

Nederige mensen zijn ook minder bezorgd over de dood en tonen meer (religieuze) verdraagzaamheid. 

Tenslotte heeft cross-cultureel onderzoek gesuggereerd dat bereidheid tot zelfkritiek, in gepaste mate, kan helpen om zelfverbeteringsdoelen op te zetten; persoonlijke tekortkomingen worden alleen aangesproken als we willen zien dat ze bestaan. 

Echte nederigheid heeft te maken met een afwezigheid van arrogantie, (egoïstische) trots en narcistische aanspraken. Het houdt eerlijkheid met jezelf en gevoelige 

eerlijkheid met anderen in. Dat wil zeggen anderen geen ongewenst of nutteloos advies te geven, maar wel eerlijke feedback. 

Wetenschappers zijn tot de conclusie gekomen dat het cultiveren van nederigheid geen sinecure is en dat het niet van de ene op de andere dag gebeurt. Niettemin is één van de grote beloningen van nederigheid een innerlijke vrijheid om zich te beschermen tegen die delen van ons karakter en gedrag die we van onszelf en anderen proberen te verbergen. Met andere woorden we ontwikkelen op die manier een kalm, begripvol en meedogend hart. 

Echt nederige mensen zijn in staat tot dit soort gave omdat zij hun eigen sterktes en beperkingen zien en accepteren zonder defensief te zijn of te oordelen

Dit is volgens onderzoekers van nederigheid een sleutelkenmerk van nederige personen dat een krachtig mededogen voor de mensheid cultiveert. 

De voordelen van nederigheid beperken zich niet alleen tot leiders. Nederige mensen, bijvoorbeeld, weten effectiever met stress om te gaan en geven hogere niveaus van fysiek en mentaal welzijn aan. Ze tonen ook grotere vrijgevigheid, behulpzaamheid en dankbaarheid, allemaal eigenschappen die ons kunnen helpen dichter bij anderen te staan. 

In scherpe tegenstelling met wat kan gebeuren in geval van sterke gevoelens van aanspraak, kan een bescheiden zelfbeeld conflict-escalatie voorkomen. Na een confrontatie kan een bereidheid naar eigen zwakke punten te kijken, aanleiding zijn om vergeving te zoeken en te schenken. Mensen zijn meer vergevingsgezind in de mate dat ze inzien dat ze dezelfde fout hadden kunnen maken als die hun aangedaan is (zie het gedicht van de Romeinse keizer Marcus Aurelius). 

Onderzoek van Scripps College heeft gevonden dat nederigheid met openheid tegenover andere personen, kenotische empathie genaamd, de sleutel is voor een florerende gemeenschap en een functionerende democratie. Ze is interactief en interpersoonlijk, eerder dan intellectueel en houdt de bevestiging in van de waarde en waardigheid van mensen, zelfs, en in het bijzonder, in de afwezigheid van gedeeld begrip. 

Het is duidelijk dat nederig-/bescheidenheid een groot aantal voordelen bezit, op zichzelf en nog meer in vergelijking met de nadelen van de ondeugd trots, arrogantie of narcisme. 

Het is dus zaak nederigheid en bescheidenheid te promoten in opvoeding en gedrag. 

Deel 3. Corresponderende ondeugden 

3.1 Algemeen 

Nederigheid, eerder dan de constatering van bepaalde gedachten of gedrag, kan ook aangegeven worden als de afwezigheid van een defensieve houding of van ondeugdelijk gedrag zoals hoogmoed, arrogantie, narcisme en andere vormen van zelfverheerlijking. 

We hebben van het begin af gezegd dat deugden en corresponderende ondeugden gezamenlijk aangepakt moeten worden. We staan maar zelden op het nulpunt tussen deugd en ondeugd, meestal meer in de richting van de ondeugd dan andersom en het is dus zaak de ondeugd te bestrijden om de deugd eigen te worden. 

Corresponderende ondeugden bij nederigheid zijn: hoogmoed, narcisme, ijdelheid, verwaandheid en arrogantie. Bij bescheidenheid: onbescheidenheid, pretentie, schaamteloosheid, machtszucht, brutaliteit, hoogmoed en zelfvoldaanheid. Dus er is een flinke overlap tussen de compenserende ondeugden van nederigheid en bescheidenheid. 

Recent onderzoek suggereert dat ‘trots’ geconcipieerd en ervaren wordt op twee verschillende manieren. De eerste, ‘authentieke trots’ wordt geassocieerd met gevoelens van zelfvertrouwen, eigenwaarde en productiviteit en is positief gecorreleerd met een sociaal wenselijk persoonlijkheidsprofiel, gekenmerkt door extraversie, inschikkelijkheid, nauwgezetheid, emotionele stabiliteit en een hoge zelfachting. 

Personen met een hoge graad van authentieke trots hebben een groter gevoel van doelgerichtheid in het leven. Ze letten niet alleen op hun eigen kwaliteiten, maar ook op grotere sociale problemen. 

Authentieke trots komt voor uit het nemen van verantwoordelijkheid voor een specifieke actie die als positief en sociaal waardevol wordt beschouwd. Men krijgt een gevoel van trots door het doen van dingen waartoe men in staat is, en die inspanning en vastberadenheid vragen. Het resultaat is grotere zelfwaardering. 

De huidige westerse cultuur, anders dan de Middeleeuwse, moedigt, onder het mom van zelfwaardering, het nastreven van trots aan. Als men de schuld van sociale misstanden, zoals drugsverslaving en geweld, probeert te plaatsen, wijst de moderne wereld vaak naar geringe zelfwaardering. Individuen zien authentieke trots nu niet alleen als acceptabel maar ook als waardevol. Gunstig over zichzelf oordelen kan voordelen opleveren zoals positieve gevoelens en zelfvertrouwen om doelen na te 

streven. Door aandacht te vestigen op de voordelen van positieve waardering van het eigen ik, kunnen we evenwel makkelijk de voordelen over het hoofd zien van de pretentieloze karaktersterkte nederigheid/bescheidenheid. 

De tweede vorm, ‘egoïstische trots’ of ‘hoogmoed’ wordt gekenmerkt door egoïsme en arrogantie en gaat samen met onvriendelijkheid, agressie, lage zelfachting en schaamte. 

Arrogantie, hoogmoed en egoïstische trots worden in veel onderzoek door elkaar gebruikt. Wij volgen dat voorbeeld. 

Egoïstische arrogantie geeft een agressieve (tegenover assertieve), gesloten houding en is een masker voor onzekerheid. Het gaat vaak gepaard met narcisme, onzekerheid en onvoldoende vertrouwen voor zelfonderzoek. Verwaandheid en ijdelheid getuigen eveneens van onzekerheid. Bijgevolg dienen zelfrespect, zelfwaardering en eigenliefde vergroot te worden. Volgens de Amerikaanse staatsman en filosoof Benjamin Franklin was hoogmoed de moeilijkste van de ondeugden om te overwinnen! 

Arrogantie komt voort uit trots, niet op basis van bepaalde acties, zoals authentieke trots, maar op basis van de hele persoon. Egoïstische trots houdt verband met narcisme, waarbij belangrijke acties niet het gevolg zijn van inspanning, maar van een misplaatst gevoel van een superieure status. 

Egoïstische trots betekent een trots beeld van jezelf hebben, eerder dan wat je in werkelijkheid bent. Het steunt op een vervreemding van het ik en vormt daarbij een kloof tussen zoals we zijn en het zelfbeeld dat we hebben. Die trots staat dus in de weg om dingen te zien zoals ze werkelijk zijn. 

De twee typische reacties op ‘gewonde’ trots zijn schaamte en vernedering. 

Egoïstische trots of hoogmoed (hubris) werd algemeen beschouwd als de oorspronkelijke en ernstigste van de zeven doodzonden en, erger nog, de oorsprong van de andere doodzonden. Ze wordt nu gezien als het verlangen om belangrijker of aantrekkelijker te zijn dan anderen, het niet willen toekennen van verdiende complimenten aan anderen en uitzonderlijke eigenliefde. Hoogmoed is trots die zonder eerlijke verdienste gebruikt wordt om innerlijke onzekerheid te verjagen. Misschien het meest bekende voorbeeld is het verhaal van Lucifer, waarbij zijn trots (wens om met God te concurreren) zijn val uit de hemel veroorzaakte en leidde tot zijn transformatie in Satan. 

Er is ook een verband tussen nederigheid, arrogantie en macht. Macht is daarbij een potentiële vijand van nederig/bescheidenheid. Het kan een corrumperende invloed hebben op ons gedrag. Dacher Keltner zegt dat macht ons minder afhankelijk maakt van anderen. Macht corrumpeert omdat het leidt tot: 

Er zijn 5 

manieren om te stoppen macht te misbruiken: 

  • –  empathie tekorten en verminderde morele gevoelens;
  • –  impulsief zelfbelang;
  • –  onbeleefdheid en gebrek aan respect; en
  • –  verhalen over uitzonderlijkheid.
  • –  bewustzijn van je gevoelens van macht;
  • –  oefenen in nederigheid. Hoe meer we onze macht anderen te beïnvloeden,
    met bescheidenheid benaderen, hoe groter onze werkelijke macht is;
  • –  zich concentreren op anderen en op allerlei manieren geven;
  • –  oefenen in respect. Door anderen te respecteren, maken we hen waardig;
  • –  verander de psychologische context van machteloosheid: bijvoorbeeld in de
    vorm van vrouwenemancipatie, minder ongelijkheid en antiracisme.

    3.2 Narcisme
    De ondeugden hoogmoed, arrogantie en narcisme zijn traditioneel de tegenhangers van de deugd nederigheid. Narcisme is de laatste jaren verder bestudeerd; omdat het een belangrijke ondeugd is, besteden we er hier extra aandacht aan.
    Narcisme ligt op een continuüm van gezond tot pathologisch. Gezond narcisme (authentieke trots) is onderdeel van normaal menselijk functioneren. Het kan gezonde eigenliefde en zelfvertrouwen betekenen, gebaseerd op echte prestaties, de capaciteit om tegenslagen te overwinnen en om steun te putten uit interpersoonlijke relaties. Terwijl het moeilijk kan zijn voor narcisten om duurzame relaties op te bouwen, hebben ze enkele voordelen in het begin van sociale contacten. Narcisme is dan geassocieerd met grotere extraversie, een bepaalde stijl van humor en charmant gedrag. Narcisten kunnen in het begin charmant gevonden worden. Narcisten ontlenen enkele voordelen aan hun verheven zelfachting, zoals een geringe sociale vrees en hoge zelfachting. Ze omgeven zichzelf met bewonderaar(ster)s en proberen aan te pappen met populaire en aantrekkelijke anderen. De charmes van een narcist worden echter snel doorzichtig en laten bij anderen de indruk achter van oppervlakkigheid, vijandigheid en arrogantie. Narcisme wordt een probleem wanneer het individu gepreoccupeerd raakt met zichzelf, uitzonderlijke bewondering en goedkeuring van anderen nodig heeft en geringschatting toont voor de gevoelens van anderen.
    Tracy heeft onderzoek gedaan dat aangeeft dat groepsleden die trots gedrag tentoonstellen, authentiek of egoïstisch, vaak als leiders worden aangewezen. Ze zijn

disproportioneel vertegenwoordigd in leidende functies, wat in geval van narcisten nadelen kan opleveren voor het constructief functioneren van de groep. Bij taken waar deductieve logica een rol speelde, hadden narcistische leiders betere resultaten, zelfs als groepsleden ze niet aardig vonden en het lidmaatschap van de groep niet op prijs stelden. Leiders met authentieke trots aan de andere kant hadden betere groepsresultaten als het ging over creativiteit of innovatie. Ze waren ook meer geliefd en groepsleden waardeerden hun werk meer. 

Zowel narcisten als depressieve mensen zijn voortdurend met zichzelf bezig. Narcisme is een trots die wordt aangenomen om een innerlijk gevoel van onzekerheid te verdrijven. De trots van narcisten gaat niet over het zich goed voelen, maar over het vermijden zich slecht te voelen. Ze zijn kwetsbaar voor schaamte, hebben problematische relaties en weinig nauwe vrienden. 

Als de narcist niet de gewenste aandacht krijgt, kunnen drugsverslaving en ernstige depressies optreden. 

Te veel zelfvertrouwen, of erger nog, een wiebelig zelfbeeld, is een kenmerk van narcisme. Dat is in veel opzichten het tegendeel van nederigheid. Het ego van narcisten is heel gemakkelijk te kwetsen, ze zoeken dan ook voortdurend reparerende bevestiging. 

Narcisten hebben ook geen duidelijk beeld van hun goede en slechte eigenschappen. Ze blazen hun positieve eigenschappen op en geven anderen de schuld van hun fouten. 

Narcisme bestaat in gradaties en we onderscheidden eerder ‘authentieke’(positieve) trots van ‘egoïstische (negatieve) trots 

(N.B. Je kunt de Nederlandse Narcissistic Inventory Test doen bij Quest op: https://tests.quest.nl/psychologie) 

Narcisme is geïdentificeerd met een onzekere zelfwaardering, wat suggereert dat narcisten waarschijnlijk flink wat energie spenderen om hun opgeblazen zelfbeeld in stand te houden. 

Narcisme als zeldzame persoonlijkheidsstoornis (NPD) is in 1980 toegevoegd aan het psychiatrisch handboek DSM-III. 

Het is moeilijk om degelijke statistieken over het voorkomen van NPD te vinden. Dit komt omdat weinig mensen met NPD, behandeling zoeken. En als ze het wel doen, ontkennen ze dat ze narcistische symptomen of persoonlijkheidstrekken hebben. Volgens de DSM wordt een half tot één percent van de algehele bevolking gediagnosticeerd met NPD. Onder de klinische bevolking varieert het aandeel tussen de 2 en de 16%. In de loop van het leven zou NPD bij 6.2 % van de bevolking 

voorkomen, meer bij vrouwen (7.7%) dan bij mannen (4.8%). Het raakt typisch meer jongeren dan ouderen. 

Een narcistische persoonlijkheidsstoornis is tweezijdig. Aan de ene kant staat een opgeblazen gevoel van zelfbelang en zucht naar bewonderd worden centraal, aan de andere kant is er sprake van een extreem gevoel van minderwaardigheid en onzekerheid. Narcistisch gedrag is vaak lastig te herkennen. 

Een aantal narcistische kenmerken op een rij: 

  • –  Verslaafd aan aandacht. Iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis wil constant bewonderd worden;
  • –  Arrogantie, een groot ego. Mensen met narcisme zijn ervan overtuigd dat zij ‘bijzonder’ zijn en hebben illusies van onbegrensd succes;
  • –  Gebrek aan emoties en aan empathie;
  • –  Gespeeld charmant;
  • –  Agressief gedrag en geen grensafbakening;
  • –  Machtswellust en uitbuiting van anderen;
  • –  Gebrek aan schuldgevoelens of berouw;
  • –  Extreem jaloers;
  • –  Schaamteloos;
  • –  Overdreven rechten en aanspraken;


    Er zijn nog andere narcistische symptomen; diep van binnen zijn mensen met narcisme vaak eenzaam, kwetsbaar en hebben ze een groot minderwaardigheidsgevoel. Mensen met narcistische kenmerken zijn dan ook erg gevoelig voor krenking en afwijzing. Kritiek op hun gedrag leidt in hun gedachten vaak tot het onderuithalen van hen als persoon. Ze reageren dan vaak met woede en verbergen daarmee de onmacht, onzekerheid en schaamte die ze diep van binnen voelen. In tegenstelling met wat algemeen gedacht wordt, is defensieve zelf hoogachting, niet lage zelfachting, verbonden met meer gewelddadig gedrag.
    Daarbij komt dat narcisten grote moeite hebben met het verdragen van echte intimiteit, omdat dan wordt verlangd dat zij zich kwetsbaar tonen.
    Oorzaken van narcistische persoonlijkheidsstoornis ( NPD).
    Onderzoekers weten niet zeker wat de oorzaken van NPD zijn. Er zijn veel theorieën over. De meeste specialisten onderschrijven een bio-psychosociaal model van oorzaken, wat wil zeggen dat die waarschijnlijk te wijten zijn aan een combinatie van biologische en genetische (erfelijke) factoren, sociale factoren (hoe iemand omgaat in vroege jaren met gezin, vrienden en andere kinderen) en psychologische factoren

(persoonlijkheid en temperament, gevormd door omgeving en aangeleerde methoden om met stress om te gaan). 

Sommige wetenschappers hebben narcisme als een ‘moderne epidemie’ bestempeld. Bepaald onderzoek geeft aan dat er de afgelopen decennia een maatschappelijke verschuiving is geweest van het collectieve naar het individuele. NPD schijnt toe te nemen; het voorkomen van NPD zou in het eerste decennium van deze eeuw verdubbeld zijn. NPD komt meer voor onder jongere volwassenen, wat zou kunnen aangeven dat het de laatste tijd toegenomen is onder jongeren. Slechts drie percent van mensen boven de 65 jarige leeftijd had in onderzoek enige ervaring met NPD, terwijl tien procent dat had bij jongeren tussen twintig en dertig jaar. Deze aanwijzing is des te sterker omdat NPD pas geconstateerd kan worden vanaf het 18de jaar. 

Een andere onderzoek (Ho et al) bevestigt wat we al weten over trends in levensduur van narcistische en egocentrische eigenschappen. Jonge volwassenen in deze studie zijn mogelijk al in een stadium geweest wanneer het geloof in hun onoverwinnelijkheid aan het veranderen was als gevolg van versoberende ervaringen. Met het vorderen in leeftijd maken mogelijk de meeste mensen dit soort verandering mee, zodat tegen middelbare leeftijd, zelfwaardering meer afhankelijk wordt van waar men werkelijk toe in staat is. 

Opvoeding en omgeving spelen een belangrijke rol. Kinderen worden niet geboren met een narcistische persoonlijkheid maar ontwikkelen deze geleidelijk. Kinderen worden door hun ouders makkelijk op een voetstuk geplaatst en kunnen zo narcistische trekken krijgen. Narcisme zou pas voor het eerst tot uiting komen wanneer kinderen rond de zeven jaar oud zijn. Op die leeftijd leren ze een oordeel over zichzelf te vormen door zich met anderen te vergelijken. Rond die leeftijd is het ook mogelijk om narcistische trekken te stimuleren, iets wat we in de afgelopen decennia meer zijn gaan doen. Sommigen zien dit als een uitvloeisel van de neoliberale filosofie die onder invloed van theoreticus Ayn Rand en de Chicago School sterk verspreid is geworden in de (westerse) wereld. 

Reality TV shows hebben een grote narcistische ‘content’, zowel qua personages als qua gedrag en daar kijken veel jongeren naar. Bij kinderen zou meer aandacht aan empathie gegeven dienen te worden. De meeste ouders proberen hun kinderen te leren om aardig te zijn. De algemene culturele richting is evenwel ze aan te moedigen succes te hebben en in zichzelf te geloven, in plaats van aandacht voor anderen te hebben. 

Er zijn ook aanwijzingen dat sociale media zoals Facebook tot haantjesgedrag aanleiding geven. 

Kun je een narcist veranderen? 

Aangezien narcisme is gebaseerd op bepaalde kernovertuigingen die mensen in hun jeugd ontwikkelen, kan het ook worden afgeleerd, zeggen geleerden. Met hulp van vrienden of partners kunnen narcisten grip krijgen op hun gevoelens. Onderzoek levert daarvoor twee strategieën aan. Zo kan het superioriteitsgevoel van een narcist afnemen wanneer hij of zij oefent om meer naar zichzelf te kijken. Door na te denken over persoonlijke groei, leer je hoe je dingen bij jezelf kunt verbeteren. Dat vermindert de behoefte om telkens beter dan een ander te willen zijn. Ook het vormen van warme, hechte relaties kan een narcist helpen. Bij een langdurige intieme relatie kunnen superioriteitsgevoelens afzwakken en plaats maken voor wederkerige gevoelens van waardering en liefde. Daarbij moet de eerste stap wel zijn dat men bereid is zich te verplaatsen in een ander en een empathische of compassievolle houding aan te nemen. Dat is lastig want gebrekkige empathie bij narcisten is geen kwestie van niet kunnen maar van niet willen. We moeten niet voortdurend op een voetstuk geplaatst worden; en dat begint bij de opvoeding van kinderen (thuis, op school en in het sociale leven). 

Persoonlijkheidsstoornissen zijn moeilijk te behandelen. Mensen met NPD zijn niet op behandeling uit en zijn vaak hoogst defensief over hun narcisme. Zelfs als ze behandeling ondergaan, kunnen ze er moeite mee hebben om hun narcistische trekken te erkennen. Of ze gebruiken therapie als een manier om bewondering op te wekken of anderen de schuld te geven van hun moeilijkheden. Mensen met NPD kunnen namelijk charmant en manipulatief zijn. 

Op interpersoonlijk terrein vinden we op langere termijn grote nadelen van narcisme. Daar schijnt nederigheid een betere optie te zijn. Als mensen niet te veel in beslag worden genomen door het handhaven van een heel positieve zelfachting, zullen ze niet tegen anderen uitvallen die die zelfachting bedreigen of uitdagen. Narcisten scoren hoog op metingen van concurrentie, overheersing, vijandigheid en woede. Bescheiden zelfachting daarentegen kan conflict-escalatie voorkomen of verminderen. 

Na een misstap, nodigt de bereidheid naar zijn fouten te kijken mensen uit vergeving te zoeken en te geven. Mensen zijn meer vergevingsgezind in de mate waarin ze kunnen erkennen dat ze eenzelfde fout hadden kunnen begaan als hun zelf aangedaan is. Narcisme daarentegen is negatief gerelateerd met het zoeken van vergeving. 

Narcisten zijn ook eerder bereid om zich op manieren te gedragen die interpersoonlijke conflicten veroorzaken, zoals vreemd gaan. En met de eer gaan strijken van partners bij gezamenlijke projecten. Empathie, zorg en betrokkenheid correleren negatief met narcisme. Narcisten hebben ook moeite om dankbaarheid te erkennen of uit te drukken. 

Van een sociaal standpunt gezien, zijn gevoelens van aanspraken en rechten een bijzonder belangrijk onderdeel van narcisme. Narcisten vinden dat ze recht hebben op speciale behandeling en andere voordelen en ze zijn er op gespitst om alles te vergaren waar ze denken recht op te hebben. 

3.3 Dodelijke ondeugden (Gabrielle Taylor) 

Gabrielle Taylor schreef een diepgaand boek (Deadly Vices) over ondeugden. We citeren en verwijzen daar regelmatig naar in deze sectie. Van speciaal belang voor ons hier is de ondeugd egoïstische trots, vroeger hoogmoed (Eng. hubris) genoemd. Volgens haar zijn er drie soorten trots en die zijn niet allemaal corrumperend. Zij verwijst naar de Engelse filosoof David Hume, die het duidelijk vond dat trots niet altijd een ondeugd is en dat het vaak geprezen is als een deugd. Maar het is zowel beschouwd geweest als een volmaakt begerenswaardige deugd, waarschijnlijk als ‘authentieke trots’, als een absoluut vernietigende ondeugd. Zich trots voelen over het een of ander bij een speciale gelegenheid kan best helemaal onschuldig of zelfs gunstig zijn voor degenen die die emotie ervaren, b.v. een fraai verzorgde tuin of succesvolle kinderen. Gevoelens van trots richten zich uiteindelijk op de eigen persoon. Emotionele, authentieke trots van dit soort, eerder besproken, is niet direct relevant voor trots als deugd of ondeugd. Trots van dit soort drukt een passend gevoel van onze eigen kracht uit en komt dus neer op terechte zelfachting. 

Er kunnen ten minste drie hoofdtypes van negatieve trots onderscheiden worden; die zijn ijdelheid, verwaandheid en arrogantie. Ieder van deze types bestrijkt meerdere gevallen en elk individu dat ijdel, verwaand of arrogant is kan dat meer of minder zijn. Volgens Taylor hebben ze gemeenschappelijke kenmerken, terwijl arrogantie het meest dodelijke van de drie is. 

Het overheersende kenmerk van een totaal ijdel persoon is de fascinerende zorg om haar verschijning en uiterlijk, hoe ze over komt op anderen. Veel tijd en energie wordt gespendeerd om voor anderen en zichzelf de realiteit te verbloemen. Meest voor de hand liggend, maar niet alleen, is de uiterlijke verschijning van de persoon, die het centrum van aandacht en zorg is. Ze zijn bovenal bezorgd over de indruk die ze maken op de wereld om hen heen; zij zien hun verschijning als een manier om lof en applaus te oogsten, waarop zij dan op hun beurt kunnen reageren met een versterkte zelfachting. Een dergelijke houding is niet die van een persoon die een solide zelfwaardering heeft. Integendeel, zij zoekt haar waarde in het oordeel van anderen. Dit plaatst haar in een precaire situatie, want de reactie van anderen is iets waar je niet op af kunt gaan, vooral als vleierij, in plaats van eerlijke overtuiging, de ijdele behaagt. Het gehoor kan inderdaad wispelturig en onbetrouwbaar zijn; bewustzijn van die instabiliteit leidt op zijn beurt weer tot onzekerheid bij de ijdeltuiten, een vicieuze cirkel. In hun constante zoektocht voor specifieke reacties, zien ijdele personen anderen alleen maar als een potentieel gehoor waar bewondering uit gepeurd kan worden, een situatie die het onmogelijk maakt correcte persoonlijke relaties op te bouwen. 

Verwaande personen lijken veel op ijdele mensen in dat zij ook van anderen afhankelijk zijn om de overtuiging van hun eigen uitmuntendheid te handhaven, maar zij verschillen in de aard van hun afhankelijkheid. Terwijl ijdelen anderen nodig hebben om een geflatteerd beeld van zichzelf te krijgen, gebruiken verwaanden anderen om hun eigen superioriteit vast te stellen. Verwaande personen kijken naar anderen om in diens minderwaardigheid hun eigen superioriteit te bevestigen. Maar een zelfachting die continu bevestiging nodig heeft is een valse zelfachting. 

Bij arrogante trots (hoogmoed) speelt vergelijking geen rol: het is de trots die een belangrijkheid pretendeert die het niet heeft. Een ander onderscheid met ijdelheid en verwaandheid is dat arrogantie volledig naar zichzelf verwijst. Wat het des te dodelijker maakt. 

Net als ijdelen substitueren arrogante personen, illusie voor realiteit, maar anders dan hen, zijn ze onverschillig voor bewondering en goedkeuring van anderen. Hun zelfvertrouwen heeft geen behoefte op deze manier of door vergelijking gevoed te worden. 

Alle vormen van trots hebben betrekking op een relatie van zelf en de ander. IJdelheid en verwaandheid zijn ondeugdelijk in dat ze, op verschillende manieren, deze relatie verzieken en daardoor een gewicht aan hun eigen positie toekennen, die in het geheel niet in verhouding staat met het belang wat ze aan anderen toekennen, wiens rol voornamelijk is om in hun egoïstische behoeften te voorzien. In hun afhankelijkheid van anderen erkennen ijdelen en verwaanden hun wederzijdse bestaan. Arrogante trotsen, echter, schijnen niet die steun van anderen nodig te hebben. Zij zien zichzelf als superieur en uniek, op een verschillend niveau. Zij zijn exclusief op zichzelf gericht; hun wereldbeeld is het beeld van zichzelf in de wereld. 

Er zijn diverse kanten aan de misvattingen van de arrogante trotsen. Ze denken van zichzelf dat ze een waardensysteem hebben dat superieur is aan dat van anderen. Maar dit is niet het geval; integendeel arrogante personen kunnen helemaal geen correcte grip op de wereld van waarden hebben, omdat ze geen toegang hebben tot enige vorm van objectiviteit, en bijgevolg geen maatstaf hebben om onderscheid te maken tussen subjectieve en objectieve waardenbepalingen. Ten tweede, waar er geen mogelijkheid is voor subjectief/objectief onderscheid, is er ook geen mogelijkheid voor kennisverwerving. Er kan geen beroep worden gedaan op wat voor waarheidscriteria dan ook, terwijl het bezit daarvan een noodzakelijke voorwaarde voor kennis is. Arrogante trotsen kunnen noch kennis van anderen, noch van zichzelf hebben als waardenbepalende personen. Evenwel, zelfkennis hangt tenminste af van het ernstig nemen van de reactie van anderen op zichzelf en daar zijn arroganten niet toe in staat. Tenslotte brengt het gebrek aan die faciliteit de onmogelijkheid met zich mee van welke zelfontwikkeling dan ook. Hun situatie is volledig statisch. Gegeven bovenstaande eigenschappen moet het duidelijk zijn dat arrogante personen lijden aan een verschrompeld zelf, beroofd als ze zijn van constructieve relaties met anderen en essentiële soorten kennis. Het contrast is dan ook groot tussen hun fantasiezelf en hun echte zelf. Arrogante personen zien zichzelf als god en daarom als perfect. Hun kernverlangens zijn dan ook om die positie te bevestigen en in stand te houden. Dat is een verlangen maar überhaupt verlangens te hebben is een moeilijkheid voor arroganten. De weg naar overleving is afgesloten en zelfvernietiging is inherent in de situatie van arrogante trotsen

IJdelen en verwaanden zoeken overduidelijk naar steun voor hun zelfbeeld en daarom is het duidelijk dat zij niet zeker zijn van hun situatie. Zij zijn betrokken in een proces van constante herbevestiging van hun waarde door het vermijden van zelfkennis. Arrogante trotsen schijnen niet de behoefte aan een dergelijke bevestiging te hebben. Sinds natuurlijk geen van hun waarderingen echt zijn, kan hun zelfbeoordeling ook niet ernstig genomen worden, maar dat wil niet zeggen dat ze zichzelf niet veilig wanen in hun superioriteitsgevoelens. Maar omdat ze zichzelf in een dermate geïsoleerde situatie hebben geplaatst is elke bedreiging van hun zelfbeeld uitgesloten. Ze hebben geen behoefte aan geruststelling omdat ze zichzelf helemaal beschermd hebben door hun onaantastbare fantasie. Verre van het aangeven van een gevoel van zekerheid, wijzen zulke stappen eerder op een weigering om het probleem van een waardevol zelf onder ogen te zien. Misschien dat dit de trotse arroganten het recht geeft de positie te bekleden van de dodelijkste van alle ondeugden. 

Van de arroganten, de jaloersen, de rancuneuzen en de wellustigen kan gezegd worden dat de verlangen-structuur van hun ondeugd zodanig is dat, op onderscheiden manieren, ze geneigd zijn tot agressief gedrag, dat schadelijk is voor anderen. 

Deel 4. Ontwikkeling bescheidenheid 

In ons dagelijkse leven nemen we niet vaak de tijd om te experimenteren met ons gedrag. We vinden dat iets goed genoeg werkt en houden het daarbij. Om te veranderen hebben we inzicht in onszelf en motivatie nodig! 

Auteurs, onder wie de bekende gelukonderzoeker Sonja Lyubomirsky, betogen dat nederigheid niet alleen een stabiele persoonlijkheidseigenschap hoeft te zijn, maar dat mensen weleens een nederige bui kunnen hebben. Bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind, bij een religieuze ervaring, als iemand iets groots verricht of als mensen diep 

contact maken met iemand die vergelijkbare problemen heeft. Dit is een hoopvol idee, menen de psychologen: als nederigheid niet louter een stabiele eigenschap is, zou je het in theorie bij mensen kunnen aanleren en cultiveren. Als je weet waarmee het samenhangt en waaruit het precies bestaat. 

Als zelfontwikkeling gezien wordt als een gemotiveerde en deels controleerbare strategie, schijnt volgens VIA, nederigheid binnen het bereik van de meeste mensen te liggen. 

Thumos is Grieks voor het bezielde motivatie gevoel. In het Superbetter spel spreekt men van uitdaging. Het kan ook door woede gevoed worden. Lichamelijke conditie, lichaamsbeweging en gymnastiek wegen mee in de bereidheid om uitdagingen te accepteren. Alleen al tien keer je vuisten boven je hoofd ballen geeft al een kick voor verdere actie. 

We hebben eerder gezien dat de deugd nederig/bescheidenheid grote potentiële voordelen heeft, zowel voor individuen als voor de maatschappij in het algemeen. In een tijd dat steeds meer mensen gemotiveerd schijnen te zijn door aanspraken/rechten en narcisme – en deze kwaliteiten in anderen vaak zelfs gewaardeerd schijnen te zijn – hebben we als tegengif nederig/bescheidenheid nodig voor de sociale problemen die met isolement en arrogantie gepaard gaan. 

Maar hoe kunnen we die cultiveren? De resultaten van recent onderzoek over nederigheid zou ons kunnen helpen nederiger te worden, maar suggereren tegelijkertijd dat er grenzen zijn aan wat de wetenschap ons over nederigheid kan vertellen. Wetenschappers wantrouwen eigen verslagen (self-reports) over nederigheid. Misschien moeten we onderscheid maken tussen een lange en een korte- termijn aanpak van nederigheid. De laatste schept ons met het probleem op dat kortdurende methoden duurzame vorming moet opleveren. 

Deugdzame activiteiten dienen zo veel mogelijk overeen te stemmen met de vier kardinale deugden. Promotie van nederig/bescheidenheid moet gebeuren volgens de deugdethiek en de meest hoogstaande morele principes. 

4.1 Langeretermijnaanpak 

Jong geleerd, oud gedaan! 

De VIA heeft als hypothese dat de factoren die een veilige gehechtheid met anderen teweeg brengen, ook de basis voor nederigheid leggen. 

Gedegen geborgenheid geeft een gevoel van veiligheid die kan dienen als een stootblok tegen de gevolgen van negatieve feedback. Een gevoel van veiligheid zal op zichzelf echter onvoldoende zijn om nederigheid te veroorzaken omdat een sterk geborgen persoon arrogant zou kunnen worden wanneer die geen realistische feedback krijgt. Om nederig te worden is het essentieel dat een kind in zijn opvoeding zowel positieve als constructieve negatieve feedback krijgt. Dergelijke lessen zouden kunnen komen van ouderlijk voorbeeldgedrag, of van nederig-makende feedback. Realistische feedback, van ouder of leraar, over sterktes en zwaktes zouden speciaal nuttig kunnen zijn, in het bijzonder als die overgebracht wordt in een sfeer van zorg en respect. Andere bronnen van nederig makende feedback kunnen zijn: ontzag- inboezemende ervaringen, onderwijsmethoden die de grenzen van menselijke kennis benadrukken, of situaties waarin de persoon met mislukking of ontgoocheling te maken krijgt. 

Wat waarschijnlijk niet goed zou werken voor het aanleren van nederigheid zouden opvoedings-of onderwijsmethoden zijn die: a/ een sterke nadruk leggen op prestatie, uiterlijk, populariteit of andere externe bronnen van zelfwaardering, in het bijzonder wanneer die gecombineerd worden met perfectionistische prestaties; b/ onjuiste, uitzonderlijke lof of kritiek; c/ veelvuldige vergelijking van het kind met broers/zussen of andere leeftijdsgenootjes; d/ communiceren met het kind dat hij of zij beter of slechter is dan andere kinderen. Zulke praktijken zouden het kind er toe kunnen bewegen externe bevestiging voor een gevoel van geborgenheid te zoeken, en ze zouden het kind kunnen aanmoedigen om concurrerende, negatieve vergelijkingen te maken. 

Omdat identiteitsontwikkeling een noodzakelijke voorwaarde is voor de aanwezigheid van nederigheid of bescheidenheid, zullen factoren die dit proces faciliteren ongetwijfeld de ontwikkeling van deze twee deugden stimuleren: het verschijnsel van gehechtheid, de ontwikkeling van een zelfgevoel, de opkomst van onafhankelijkheid in de kindertijd, het openstaan voor nieuwe ervaringen, ervaring met beslissingen maken en levensbezinning en integratie op hogere leeftijd. Democratisch ouderschap bevordert de identiteitsontwikkeling van adolescenten; autocratisch en vrijblijvend ouderschap doen dat niet. 

Verbondenheid met gezin en familie bevordert identiteitsvorming. Stimulerend gedrag, zoals uitleg, empathie en verdraagzaamheid, bevorderen identiteitsontwikkeling beter dan remmend gedrag, zoals veroordelen en ontwaarden. 

Deze factoren en andere bevorderen de ontwikkeling van nederigheid en bescheidenheid slechts indirect. Directe invloeden, zowel positief als negatief, op deze deugden zijn tot nu toe niet onderzocht. 

Een aantal studies suggereert een bescheidener zelfpresentatie bij vrouwen dan bij mannen. Vanwege de metingsproblemen rond nederigheid, heeft VIA geen gegevens die rechtstreeks geslachtsverschillen in nederigheid aangeven. 

Er is een hele batterij aan mogelijkheden om mensen te stimuleren deugdzame gevoelens en houdingen te ontwikkelen. 

In dienst van accuraatheid, schijnen mensen bereid te zijn om wat negatieve feedback te accepteren. 

Godsdienstgerichtheid promoot nederigheid door zelftranscendentie. Eenvoudigweg zich klein of afhankelijk voelen (b.v. christendom) zou misschien niet voldoende zijn om te leiden tot de niet-defensieve positie die we met nederigheid associëren. In feite zou een constant gevoel van omlaag gehaald te worden, sommige individuen tot een status van schaamte of onbelangrijkheid kunnen brengen. Voor religies om nederigheid te promoten moeten ze mensen aanmoedigen om zich niet alleen als klein te zien maar ook als waardevol en geborgen. 

Methoden van Alcohol Anonymous, karakterontwikkelingsprogramma’s, spirituele disciplines en psychotherapeutische ingrepen zouden ook effectief kunnen zijn in het versterken van nederigheid. Maar empirische tests, zegt VIA, ontbreken op al deze gebieden. 

Hoewel empirische gegevens schaars zijn, suggereren bestaande theorie en onderzoek enkele strategieën die nederigheid-gerelateerde doeleinden zouden kunnen bevorderen zoals accuraatheid, zelfverwezenlijking en een bereidheid om zelfwaardering omlaag te schroeven op een bepaald terrein. Om accurate zelfwaardering te bevorderen, bijvoorbeeld, schijnt het essentieel te zijn om mensen eerlijke feedback te geven over zowel hun sterktes als hun zwaktes, bij voorkeur al vanaf jonge leeftijd. Methoden van de literatuur over eerbied en ontzag zouden gebruikt kunnen worden om competentie voor zelfverwezenlijking te vergroten. Stichtelijke christelijke literatuur suggereert een aantal gedragsmethodes die tegen zelfverheerlijking zouden kunnen werken, bijvoorbeeld nederige handenarbeid. Het zoeken naar vergeving of het bijhouden van een dankbaarheidsdagboek zouden eveneens bescheiden-makend kunnen zijn als ieder van deze activiteiten mensen meer bewust maakt van hun verplichtingen aan anderen. Het smeden van nauwe relaties zou ook grotere nederigheid en bescheidenheid kunnen bevorderen. Bepaald onderzoek suggereert dat de zichzelf-dienende tendens verminderd of geëlimineerd wordt in het kader van vriendschappen.

VIA veronderstelt dat al deze methoden, op zichzelf, onvoldoende zullen zijn om nederige geestesgesteldheden te verkrijgen, laat staan versterking van nederigheid als een karaktertrek, tenzij ze leiden tot een verandering in levensstijl. Deze conclusie is waarschijnlijk van toepassing op alle pogingen om welke karaktersterkte dan ook te vergroten, maar is bijzonder toepasselijk bij nederigheid. 

Een ander potentieel probleem is dat als mensen feedback krijgen die tegenstrijdig of emotioneel pijnlijk te accepteren is, ze die informatie eenvoudigweg niet eigen maken. 

Ieder van de voorgaande benaderingen zou contraproductief kunnen zijn als ze iemand hopeloos, beschaamd of onbelangrijk laten voelen, gevoelens die op hun beurt negatieve emoties of reacties kunnen oproepen. Mensen verdedigen zich vaak tegen een bedreiging (toiletten schoonmaken, voeten wassen) door zelfverheffing of door zich agressief te gedragen. Succesvolle nederigheidsoefeningen, kortom, vereisen een delicaat evenwicht: zij moeten een persoon aanmoedigen om zelffocus te reduceren of een nieuw zelfperspectief te krijgen zonder te voelen dat hun ego uitgewist of beschadigd wordt. 

VIA is van mening dat mensen eerder bereid en in staat zijn om nederigheid te cultiveren als ze een gevoel van veiligheid of waarde hebben dat niet helemaal afhankelijk is van zelfwaardering. VIA suggereert daarom dat elke methode, hulpbron of relatie die iemand met alternatieve methoden zou voorzien om zich veilig te voelen, naast die van de zelfevaluatie, nederigheid zou faciliteren. Een gevoel van zekerheid zou kunnen komen van religie, van geborgenheid met de ouders of andere naasten die een onvoorwaardelijk positieve houding communiceren. Het zou ook nuttig kunnen zijn om rolmodellen te observeren die in staat stellen om, zonder overreactie, zowel positieve als negatieve informatie over zichzelf te accepteren. Afgezien van de gebruikte methoden, zou het doel zijn om het individu in staat te stellen zich voldoende veilig te voelen om niet-defensief zowel sterktes als zwaktes te erkennen. 

4.2 Taylor 

Om wegen te vinden om arrogante, egoïstische trots en narcistisch gedrag aan te pakken stond Taylor stil bij compenserende deugden, waar we hieronder verder op in gaan. In het volgende leunen we sterk op haar werk. 

In het proberen te vinden van methoden om nederigheid en bescheidenheid te ontwikkelen, moeten we tegelijkertijd proberen manieren te vinden om de invloed van de ondeugdelijke tegenhangers van die twee deugden te beperken of te elimineren. We moeten dus proberen wegen te vinden om arrogante, egoïstische trots en narcistisch gedrag aan te pakken. 

In hun houding tegenover zichzelf zijn ondeugdzamen zelfvernietigend. Een compenserende deugd zou dan op de een of andere manier heilzaam voor dat zelf moeten zijn; waar de ondeugden vernietigen en corrumperen, zou een compenserende deugd moeten genezen. De gerichtheid op zichzelf van ondeugdzamen wordt normaliter gezien als weerspiegeld in hun houding tegenover anderen. Op verschillende manieren en in diverse graden kunnen ze allemaal aangeduid worden als morele solipsisten (solipsisme is de filosofische leer dat alleen ons eigen ik en zijn bewustzijnsdaden bestaan); hun zelf-preoccupatie wordt gecomplementeerd door onverschilligheid tegenover anderen. 

Zelfgenezing vereist het verwijderen van die onverschilligheid tegenover anderen. Ondeugdzamen waarderen zichzelf niet. Ze missen zelfachting, zelfrespect en eigenliefde. Dat zijn de geneeskrachtige deugden die ze allemaal nodig hebben. Maar om deze zelfs maar tot op een beperkt niveau te bezitten, is het nodig hun solipsistische positie op te geven. De morele solipsist slaagt er niet in anderen te zien als zelfstandige personen. Om anderen te erkennen moet je je zowel rekenschap kunnen geven van hun bewustzijn en ten minste af en toe een begeleidend gevoel erover hebben. Noem het transcendentie, waarvan er meerdere niveaus zijn. Het minste wat vereist is, is een verschuiving van de totale zelffocus. 

Elementaire sympathie, de geschiktheid om zichzelf rekenschap te geven van de staat van bewustzijn van de ander buiten zichzelf om, is noodzakelijk voor het vermijden van moreel solipsisme en voor het bezit van een zelf-genezende deugd. Meer is vereist als het als een deugd moet worden beschouwd, want elementaire sympathie kan samengaan met een serie negatieve reacties. Om motivatie te verschaffen voor zijn positieve aanwending en zijn genezende invloed op de persoon te garanderen, moet elementaire sympathie gecomplementeerd worden door het zelf overstijgende gevoelens. 

Dergelijke gevoelens spelen een rol in een vollere sympathievorm, maar in het bijzonder bij persoonlijke liefde en het is liefde dat een vooraanstaande kandidaat is voor de status van genezende deugd. De rol van liefde is verder speciaal van betekenis in deze context door de leerstelling dat ondeugd, liefde is die op diverse manieren gedegenereerd is. Bijgevolg is het belangrijk zelfrespect, eigenwaarde, eigenliefde en liefde voor de ander te ontwikkelen. 

Zelftranscendentie, gerichtheid buiten zichzelf, is een noodzakelijke voorwaarde voor eigenliefde. Zowel liefde voor een ander als echte eigenliefde zijn genezende deugden, maar het is eigenliefde dat het meest van toepassing is op de situatie van ondeugdzamen. Vanuit dit gezichtspunt is zijn belangrijkste element het gevoel van eigenwaarde dat het inhoudt, een eigenwaarde die tenminste een zeker niveau van relatieve objectiviteit bevat. Het bezit van zelfachting zou de constante zoektocht naar zelfbescherming onnodig maken, waartoe ondeugdzamen veroordeeld zijn. Met een geringere behoefte aan zelfbescherming is er ook een geringere behoefte aan het web van zelfbedrog waarin zij verstrikt zitten. 

Personen hoog in zelftranscendentie waarderen goede relaties met anderen, rechtvaardigheid en zijn mededogend en vergevingsgezind. Als hoogmoedige personen aangemoedigd konden worden om deze waarden te adopteren zouden ze waarschijnlijk minder vlug onmiddellijke beloningen grijpen en in plaats daarvan meer gaan lijken op degenen met een hoge graad van authentieke trots. 

Dr Jessamy Hibberd, een klinische psycholoog in Londen, zegt dat zelfkritiek het grootste obstakel is voor het vormen van nieuwe gewoonten en dat je bij gedragsverandering zelf-compassie moet tonen. Studie na studie toont aan dat zelfkritiek gecorreleerd is met minder motivatie en geringere zelfcontrole, in het bijzonder wanneer geconfronteerd met mislukking. 

Individuele deugden kunnen corresponderen met een specifieke ondeugd, in ons geval nederigheid/bescheidenheid met trots/arrogantie. 

De schade eigen aan het bezit van één van de ondeugden heeft invloed op alle competenties van een persoon. Het is dan te verwachten dat het goede van een compenserende deugd eveneens gespreid wordt. Ook is het niet verbazingwekkend dat gegeven de overlap en de connecties tussen de ondeugden, de compenserende deugden eveneens overlappen en onderling connecties hebben. 

Voor de verschillende vormen van ondeugdelijke trots schijnen nederigheid en bescheidenheid de vanzelfsprekende complementaire deugden te zijn. Maar geen van de twee schijnt een bijzonder veelbelovende kandidaat te zijn. 

De echt bescheiden persoon moet niet alleen haar gedrag regelen maar ook haar wil inschakelen, wat niet wil zeggen dat ze zichzelf niet kan laten gelden. Aanspraken op anderen kunnen tenslotte perfect gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk zijn. 

Bescheidenheid brengt eerder een evenwichtige beoordeling van zijn krachten en zijn beperkingen met zich mee, en daarbij van zijn/haar positie ten aanzien van anderen. Een bescheiden persoon, die zich relatief zeker voelt in haar beoordeling van zelfwaarde, hoeft niet te steunen op vleierij of op een vergelijking met anderen om in een gunstig licht te verschijnen. Bescheidenheid zou de deugd kunnen zijn die ijdele en verwaande personen nodig hebben. Maar bescheidenheid lijkt niet de (trotse) arrogante personen te raken, want in hun isolerende verafgoding van zichzelf, verwaardigen zij zich niet zulke oppeppers te gebruiken voor hun zelfwaardering. Het is een andere versie van nederigheid die op hun van toepassing is. 

Arrogante personen schenken weinig of geen aandacht aan de rechten van anderen. Een gevoel van rechtvaardigheid zou dit corrigeren. Bijgevolg kunnen rechtvaardigheid en het vertrouwen dat daarmee gepaard gaat, voorgesteld worden als een complementaire deugd voor de bestrijding van arrogantie. 

Traditioneel is het model voor deugdzamen geweest dat in hun geval de rede controle heeft. Sinds ondeugdzamen gekenmerkt zijn als irrationeel, zou rationaliteit gezien kunnen worden als een van de prominente kenmerken van het bezit van deugden. 

De irrationaliteit en de rationaliteit van respectievelijk de ondeugden en de deugden hebben geen betrekking op de verhouding tussen ‘passie’ en ‘rede’. Zij verwijzen in plaats daarvan naar het complex van cognitieve, affectieve en wilsinstellingen en toestanden betrokken bij de houding en richting van zorgzaamheid. Voor ondeugdzamen is de focus van zorgzaamheid exclusief hun eigen situatie, en de irrationaliteit van hun houding zit in zijn gebrek aan cohesie en daaruit voortvloeiend bedrog van zichzelf. Omgekeerd draagt de rationaliteit van de deugdzamen bij aan hun authenticiteit. Dit omdat zij niet leven in een fantasiewereld die alleen draaiende kan worden gehouden door vervorming en onderdrukking van verlangens, een proces dat de persoon aan haar lot overlaat en haar berooft van de controle over zijn leven. Rationele zorgzaamheid is een stap tegen egocentrisme. 

4.3. Korte-termijn acties 

Verandering begint met zelfbewustzijn, zelfbeoordeling, empathie en goede communicatie, inclusief goed luisteren. Met het identificeren van zwakke plekken en het nemen van een beslissing om één of meer gewoontes te veranderen. Het belangrijkste is dat je eerlijk met jezelf moet zijn zegt Zbigsky Zackkrewski. Je kunt moeilijk invloed op de maatschappij hebben als je niet eerst jezelf veranderd hebt. Grote vredestichters zijn allemaal mensen van integriteit, eerlijkheid en nederigheid. 

Het leven verandert voortdurend en men dient na te gaan of oude gewoontes en overtuigingen nog dienstbaar zijn. Een gebrek aan zelfbewustzijn is giftig. Het tegengif is nadenken en bezinnen. Maak van één aspect van je identiteit geen overheersend deel van wie je bent. Hoe strakker we aan een identiteit vasthouden, hoe moeilijker het wordt om er later bovenuit te groeien. 

Voor het veranderen van een gewoonte of karaktertrek is het nuttig om een plannetje op te stellen dat vooral leunt op plaats en tijd, de meest frequente elementen in een uitvoeringsplan. 

In een perfecte wereld, zegt Clean, zou de beloning van een goede gewoonte de gewoonte zelf zijn. Dit is het kenmerk van ware deugdbeoefening! In de praktijk, zegt de schrijver, voelen goede gewoonten als waardevol aan nadat ze iets opgeleverd hebben. 

Vicki Zakrzewski geeft drie wetenschappelijk verantwoorde tips om je ego te temmen: a/ omarm je menselijkheid; b/ oefen in mindfulness en mededogen; en c/ druk dankbaarheid uit. 

Omarm je menselijkheid. 

Nederige mensen hebben de kwaliteit om mislukking of kritiek te weerstaan. Dat komt van hun gevoel van intrinsieke menselijke waarde in plaats van op uiterlijkheden af te gaan. Als er iets niet uitkomt volgens de verwachtingen, vinden ze niet dat er iets fout is met ze. Het betekent alleen maar dat ze menselijk zijn, net als de rest van ons. Wetenschappers suggereren dat het gevoel van deze intrinsieke waarde voortkomt uit geborgenheid, of een gezonde, nauwe emotionele band met naasten, gewoonlijk verzorgers, in de kindertijd. De ervaring van onvoorwaardelijke acceptatie en liefde, vooral wanneer we jong zijn, kan als buffer dienen tegen de effecten van kritiek of mislukking. 

Ongelukkigerwijs kende niet iedereen van ons een veilige geborgenheid in de kindertijd. Eén onderzoek vond dat een overstelpende 40 % van volwassenen zich ook 

nu niet veilig geborgen voelen. Gelukkigerwijze kan dit gemis geheeld worden door positieve relaties, zoals met vrienden, romantische partners of zelfs met een hogere macht. Een methode is dus het vinden van partners die er geborgen gehechtheidsstijlen op na houden. Positieve ervaringen met zulke personen kunnen, in de loop van de tijd, onveilige impulsen opheffen. 

Oefen in mindfulness en zelfmededogen 

Mindfulness en zelf-mededogen zijn de laatste jaren in verband gebracht met grotere psychologische veerkracht en emotioneel welzijn. Zonder deze laatste is het moeilijk om nederigheid te cultiveren. Volgens wetenschappers, hebben nederige mensen een correct zelfbeeld, zowel wat hun zwaktes als wat hun sterktes aangaat. Dat helpt ze om te zien wat aan hun innerlijk veranderd zou mogen worden. Mindfulness versterkt ons zelfbewustzijn door zonder te oordelen stil te staan bij onze gedachten en emoties. Als we oordelen over wat er binnen in ons gebeurt, vormen we een verwrongen beeld van onszelf. Reflectie op eigen gedrag, meditatie en mindfulness zijn in het algemeen effectief bij het aankweken van deugden. Filosofeer over levensperspectief en dood, het meest nederig-makende feit in het leven. Dat geeft grotere psychologische veerkracht en emotioneel welzijn en is goed voor nederigheid. 

Een authentiek nederig persoon heeft een robuust zelfvertrouwen. Mogelijk wel een kritische maar geen negatieve houding of gedrag tegenover zichzelf. Te veel zelfkritiek vermindert motivatie en zelfcontrole. Dat zelfvertrouwen is op basis van eigen waarden/waardigheid, positieve kwaliteiten, prestaties, zelfcompassie, relaties of hogere macht. 

Wijsheid en bescheidenheid opdoen door levenservaring. Neem deel aan sociale activiteiten en doe praktische, eventueel ontnuchterende ervaringen en nederig makende feedback op. Riskeer tegenslagen en leer ermee om te gaan. 

Succesvolle nederigheidsoefeningen eisen delicaat evenwicht tussen minder zelffocus en het voorkomen van ego-schade. 

Indien anderen erbij betrokken zijn, ben empathisch. Ben je steeds bewust van de situatie en behoeften van anderen en geef ze ruim de gelegenheid om hun mening kenbaar te maken. Probeer zelf vooral te luisteren; ben blij voor de ander. 

Met vrienden/partners samenwerken. Eventueel deelnemen aan steungroep. Warme, geborgen gehechtheidsstijlen met anderen onderhouden. Openstaan voor nieuwe informatie/inzichten; open communicatie, niet bang zijn het gezicht te verliezen. 

Oefenen in eenvoud, gehoorzaamheid, beleefdheid, respect, vrijgevigheid, behulpzaamheid, dankbaarheid en vergeving. Dat gedrag brengt ons dichter bij anderen. 

Oefenen in dankbaarheid. 

Door ‘dankjewel’ te zeggen, erkennen we de gaven die in ons leven komen en, bijgevolg, de waarde van andere mensen. Dankbaarheid kan ons minder doen focussen op ons zelf en meer op anderen, een kenmerk van nederige mensen. Een recente studie kwam tot de conclusie dat dankbaarheid en nederigheid elkaar wederkerig versterken. Dankbaarheid uitdrukken kan nederigheid in ons opwekken en nederige mensen hebben een grotere capaciteit om dankbaarheid uit te drukken. 

Enkele eenvoudige manieren om dankbaarder te worden zijn de volgende: 

Houd een dankbaarheidsdagboek bij. Met alleen maar twee weken elke dag drie ervaringen aan te geven, die ons in de loop van de dag een dankbaar gevoel bezorgden, is geconstateerd dat levensvoldoening kan toenemen en bezorgdheid kan afnemen. Zulke positieve resultaten kunnen wel een half jaar aanhouden. Individuele dankbaarheidsbrieven hebben eenzelfde positief effect. 

Herinner je slechte tijden en realiseer je hoe goed je het in vergelijking nu hebt, ook met anderen, hier en elders. 

Stel jezelf drie vragen over je ervaring met anderen: wat heb ik ontvangen, wat heb ik gegeven en wat voor problemen heb ik veroorzaakt? 

Deel je dankbaarheid met anderen om relaties te versterken. 

Gebruik je zintuigen, reuk, smaak, gehoor, gevoel, etc. Gezien door de lens van dankbaarheid is het menselijk lichaam niet alleen een wonderlijke creatie, het is ook een gave. 

Gebruik visuele geheugensteuntjes. De twee belangrijkste obstakels voor dankbaarheid zijn vergeetachtigheid en een gebrek aan bedachtzaam bewustzijn. 

Maak de belofte dankbaarheid te betuigen. Onderzoek toont aan dat een toezegging om iets te doen de waarschijnlijkheid vergroot dat die actie uitgevoerd wordt. 

Taalgebruik en betekenisgeving. Dankbare mensen hebben een speciale linguïstische stijl die de taal spreken van gaven, zegeningen, geluk en overvloed. Dit kan de bewustwording van anderen aanwakkeren. Bij dankbaarheid moet je niet focussen op hoe inherent goed je bent, maar eerder op de inherent betekenisvol goede dingen die anderen voor jou hebben gedaan. 

Gebarentaal. Dankbaar gedrag omvat onder meer lachen en dankjewel zeggen. Dankbare handelingen roepen gevoelens van dankbaarheid op. 

Denk buiten gebaande paden. Als je optimaal gelegenheden wilt benutten om je toepassen en beleven van dankbaarheid te oefenen, moet je creatief zoeken naar nieuwe situaties en omstandigheden. 

Het is niet alleen de deugd van nederig/bescheidenheid promoten, maar ook de invloed van eventueel arrogante trots of narcisme verminderen of elimineren. Samen met de uitdaging om nieuw gedrag aan te leren, moet je ook nog eerder gedrag ontwennen. Er kan terugval komen. Herhaling van het nieuwe gedrag wordt dan extra nuttig. Na een poosje gaat het proces van conflictresolutie aan het nieuwe gedrag de voorkeur geven. 

Manieren om de ondeugd te bestrijden: 

  • –  Oefenen om meer naar jezelf te kijken (persoonlijke groei, zelfverbetering). Narcisme: met hulp van vrienden/partners grip op gevoelens krijgen.
  • –  Defensieve houding, oordeel, dominantie en statusverhoging vermijden.
  • –  Zelfoverschatting inperken door perspectiefverandering.
  • –  Zelftranscendentie noodzakelijke voorwaarde voor eigenliefde.
  • –  Verwijderen van onverschilligheid voor anderen. Door meer
    zelftranscendentie (b.v. godsdienst), betere relaties met anderen, meer
    rechtvaardigheid, mededogen en vergevingsgezindheid.
  • –  Zelfachting, zelfrespect, eigenwaarde, eigenliefde voor zichzelf en liefde
    voor de ander ontwikkelen.
  • –  Een gevoel van rechtvaardigheid en respect voor de rechten van anderen is corrigerend voor arrogante personen.
  • –  Aangaan van warme, hechte relaties voor het afzwakken van superioriteitsgevoelens en ontwikkeling van empathie en eventueel liefde.
  • –  Elementaire sympathie komt met zelftranscendentie; persoonlijke liefde.
  • –  Niet opscheppen, dingen niet overdreven doen, geen aandacht proberen
    te trekken, niet jezelf als specialer of belangrijker te zien dan anderen.

    Databank

    De databank is voor verdere studie en referentie en bevat allerlei gegevens, inclusief boeken, artikelen, films/video’s, muziek, liederen en spreuken.
    Meer titels en extracten van publicaties zijn te vinden op de website ‘deugd.net’.
  • –  Armenta, Christina N. & Sonja Lyubomirsky. How Gratitude Motivates Us to Become Better People. May 23, 2017
  • –  Aurelius, Marcus Antoninus. Overpeinzingen. 2006 – Stichting Ars Floreat – www.arsfloreat.nl
  • –  Brown, Lachlan. Osho explains how to practice meditation. https://hackspirit.com. July 19, 2017, 5:55 am
  • –  Brown, Lachlan. How to love yourself: 15 steps to believing in yourself again. 5 Dec. 201 https://hackspirit.com
  • –  Bruin, Ellen de. ‘Nederigheid – de moeder van alle deugden’, Volkskrant 4 januari 2014. Verwijst naar twee Amerikaanse psychologen die vijf kenmerken van nederigheid behandelen. Oorspronkelijk artikel in Social and Personality Psychology Compass (December 2013).
  • –  Brummelman, Eddie. Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld’. 2019
  • –  Charles, Jeffrey. Humility: Development and analysis of a scale. A Dissertation Presented for the Doctor of Philosophy Degree. Elliott University of Tennessee, jelliot5@utk.edu August 2010
  • –  Clear, James. Atomic Habits. 2018
  • –  Comte-Sponville, André. Kleine Verhandeling over de Grote Deugden.
    Olympus, 2001.
  • –  Duhigg, Charles. The Power of Habits. 2012.
  • –  Keltner, Dacher. The Power Paradox: How we Gain and Lose Influence. Penguin Press. 2016
  • –  Kidder, Rushworth M. Moral Courage, E-book. Harper Collins Publishers. 2005
  • –  Lee, Sheldon. Character and Storytelling for Games. 2013.
  • –  Maiti, Sandra. The Enneagram of Passions and virtues. Penguin Books,
    2009.
  • –  Muller Robert. Decide to be peaceful; to be happy; to be thankful; to
    forgive; to dream; to hope; to network. www.deugd.net (gedichten).
  • –  Peterson, Christopher en Seligman, Martin E.P. Character Strengths and Virtues. A Handbook and Classification. Oxford University Press. 2004.
  • –  Roumen, Ton. Omarm Jezelf. Berne Media, 2019.
  • –  Sarner, Moya. Is gratitude the secret of happiness? The Guardian
    newspaper, 19 0ctober 2018.
  • –  Schaufeli, Wilmar en Pieternel Dijkstra. Bevlogen aan het werk. Thema, Zaltbommel 2011.
  • –  Shakespeare, William. De Mooiste gedichten van William Shakespeare. Het Parool, Wereldpoëzie, 2006. P. 62.
  • –  Taylor, Gabriele. Deadly Vices. Oxford University Press. 2006
  • –  Tracy Jessica. Take Pride: Why the Deadliest Sin Holds the Secret to Human
    Success.
  • –  Tracy, J. L., & Robins, R. W. (2007). The psychological structure of pride: A
    tale of two facets. Journal of Personality and Social Psychology, 92(3), 506–
    525.
  • –  Vozza, Stephanie. Six Ways To Stay Motivated When You Really Want To
    Quit. www.fastcompany.com, 27 Oct 2015.
  • –  Wood, Wendy. Good Habits, Bad Habits. 2019.
  • –  Worthington, Everett L. Jr. The Paradox of Humility. September 1, 2007.
  • –  Zak, Paul J. Why Your Brain Loves Good Storytelling. GSSC, University of
    California. October 28, 2014
  • –  Zakrzewski, Vicki . How Humility Will Make You the Greatest Person Ever.
    January 12, 2016. Greater Good Science Centre, University of Berkeley, California.