Ons Deugd Blog

Gracián. Niet voortdurend schertsen

Het verstand kenmerkt zich door ernst, die hoger wordt aangeslagen dan geestigheid,. Wie altijd grapjes maakt, wordt niet ernstig genomen. Men behandelt hem hetzelfde als iemand die liegt: men gelooft hem niet op zijn woord. De een wordt gewantrouwd om zijn leugens, de ander om zijn grappen. Men weet bij hen nooit wanneer hun verstand spreekt, wat erop neerkomt dat men hun dat niet toekent. Niets is zo storend als voortdurende geestigheid. Het komt vaak voor dat iemand de naam verwerft een vlot prater te zijn, maar zijn reputatie van zinnigheid verliest. Er is niets tegen een grapje op zijn tijd, als men voor de rest maar ernstig is.


Optimisme

Het is algemeen bekend dat optimisme een positieve en vruchtbare levenshouding is. Er zijn enkele uitzonderingen die beweren dat optimisme bedrieglijk is en dat de lieden die daarin geloven zichzelf voor de gek houden. De deugd zit ook hier in de midden, maar het staat voor mij als een paal boven water dat een optimistische kijk op het leven productiever is en gelukkiger maakt.
De groene Amsterdammer heeft zijn nummers 28 en 29 van 11 juli geheel aan ‘Optimisme in Bange Dagen’ gewijd. Ralf Bodelier & Mirjam Vossen schrijven daarin een artikel onder de titel ‘Europa zakt weg in Droefenis. Leren van Aziatisch optimisme’. Bodelier en Vossen, gesteund door de Franse politicoloog Dominique Moïsi, stellen dat er een optimismekloof gaapt in de wereld. Vooral Europeanen zijn somber, met Italianen en Hongaren aan de top. Maar liefst tachtig procent van de Italianen denkt dat de extreme armoede in de wereld de afgelopen twintig jaar is toegenomen. Slechts zes procent weet dat dat de extreme armoede is gedaald, zelfs met meer dan de helft. Aziaten kijken heel wat positiever naar de wereld. Onze somberheid bedreigt de democratie. Pessimisme viert hoogtij in vrijwel heel Europa. Ruim twee derde van alle Europeanen denkt dat de wereld er slechter voor staat dan twintig jaar geleden.
Het sombere wereldbeeld beperkt zich niet tot extreme armoede. Het strekt zich ook uit bijvoorbeeld tot onderwijs en watervoorziening. 85 % van alle Afrikaanse kinderen zit momenteel op de basisschool en maar liefst 2,6 miljard mensen, één derde van de wereldbevolking, kreeg de afgelopen 25 jaar de beschikking over schoon drinkwater.
Europeanen weten maar amper hoe de wereld erop is vooruitgegaan. Dat maakt hen niet alleen zwartgallig over het heden, maar vooral ook over de toekomst. Terwijl veel wereldwijde trends meer dan bemoedigend zijn: minder armoede, minder klimaatdoden, minder kindersterfte, minder slachtoffers van oorlog, een stijgende levensverwachting, zakt Europa weg in droefenis. Europa mist hoop en vertrouwen zei Moïsi tien jaar geleden al. Net als in Amerika heerst in Europa een cultuur van angst. Angst voor de ander. Angst voor economische onzekerheid of ineenstorting. Angst voor een ongewisse en dreigende toekomst.
Hoe anders is dat in Vietnam. Nog maar dertig jaar geleden was Vietnam een van de armste landen in de wereld. Vietnam is inmiddels een middeninkomensland. Meer dan acht op de tien Vietnamezen verwachten dat zijzelf en hun familie het de komende vijftien jaar beter zullen krijgen. China, India en Indonesië komen qua optimisme dicht in de buurt. Het zijn opkomende landen in Zuidoost Azië die de afgelopen decennia een enorme groei beleefden. En ze herbergen een bevolking die dat met eigen ogen zag en meemaakte. In amper dertig jaar tijd daalde de extreme armoede van 66 naar 0.7 procent.
In de wereld gaapt een forse optimismekloof, met aan de ene kant rijke landen als Europa, Amerika en Japan. En aan de andere kant opkomende economieën, vooral in Azië.
Een belangrijke verklaring van deze kloof ligt voor de hand: mensen in China en Vietnam zagen de razendsnelle afname van problemen als armoede, infectieziekten en kindersterfte met eigen ogen. Daardoor geloven ze ook dat dit mogelijk is in de rest van de wereld. En al klinkt dat logisch, tegelijkertijd is het ook opmerkelijk. Het betekent dat optimisme en pessimisme niet zozeer te maken hebben met iemands concrete omstandigheden in het hier en nu; de humeuren zijn hoofdzakelijk relatief. Optimisme en pessimisme ontstaan door je eigen situatie in het hier en nu te vergelijken met die van anderen of met die van jezelf in het recente verleden. Relatief verval wordt doorgaans gevoeld als absoluut verval.
Het Europese gevoel van wereldwijd verval is om meerdere redenen problematisch. Allereerst omdat het niet ondersteund wordt door feiten. Europeanen schatten de toestand in de wereld steevast veel en veel somberder in dan zij daadwerkelijk is. Een op feitelijkheid gebaseerde opvatting van de wereld om ons heen is simpelweg een waarde op zich. Het is ronduit idioot dat juist in ons deel van de wereld, waarin mensen het langst, best en hoogst zijn opgeleid, zo weinig kennis over wereldwijde ontwikkelingen voorhanden is.
Onterecht pessimisme ontneemt ons ook de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen oplossingen voor problemen die wel werken en oplossingen die niet of zelfs averechts uitpakken. Wie ten onrechte meent dat armoede, kindersterfte of analfabetisme in Afrika stijgen, zal al snel concluderen dat investering in ontwikkelingssamenwerking geen zin had, geen zin heeft en nooit zin zal hebben!
Vervolgens brengt pessimisme, gebaseerd op gebrekkige kennis van feitelijke trends, ook de democratie in gevaar. Zowel Trump als de Brexit was bepaald geen resultaat van op feiten gebaseerde campagnes, maar van een tendentieuze aanpak en ‘fake news’.
De laatste reden waarom de perceptie van een wereldwijde neergang problematisch is, is misschien wel de belangrijkste: kennis van vooruitgang hangt samen met inzet voor een betere wereld. ‘Rationele optimisten’ geloven veel vaker dat hun inzet een verschil kan maken. Zij zijn ook meer dan gemiddeld bereid om actie te ondernemen voor de problemen waarover ze zich zorgen maken.
Er is iets in het Aziatische voorbeeld van optimisme in objectief mindere omstandigheden waar wij van kunnen leren. Willen we in Europa weer overeind komen, dan moeten we de vooruitgang, die er ontegenzeggelijk is, weer met eigen ogen kunnen waarnemen. In ons geval betekent dat iemand, binnen of buiten de media, ons dat allemaal vertelt. Dat kan met spannende cijfers en statistiek, beelden, muziek, met films, met opwindende boeken of met vernieuwende journalistiek.

Wat ook helpt is inzicht in de mechanismen onder ons pessimisme, d.w.z. kennis over onze eigen emoties, zoals onze angst voor neergang en verval. Het gevoel van verval is relatief en heeft weinig te maken met ons daadwerkelijke welzijn. Het is een gevoel dat we bovendien projecteren op de rest van de wereld.
Gemakkelijk zal het niet gaan zeggen Bodelier & Vossen. In een wereld die steeds complexer wordt, groeit het verlangen op je emoties te vertrouwen. Het kosmopolitisme uit de jaren tachtig en negentig is verdrongen door het nationalistische verlangen naar eigen cultuur, volk en traditie. En overal hebben ze baat bij pessimisme, ondergangsvisioenen en zwartkijkerij. Hoe dramatischer ons wereldbeeld, hoe eerder we ons terugtrekken en ruimte geven aan sterke mannen die de toekomst afsluiten en het verleden verheerlijken. Als we de uitdagingen waarvoor we staan het hoofd willen bieden, hebben we behalve moed en hoop ook kennis van de werkelijkheid nodig.

Uit naam van de Mensheid/In the Name of Humanity

           
Ricardo Petrella

In 2015 heeft de bekende schrijver en geleerde Ricardo Petrella het boek ‘Au Nom de l’Humanité’ uitgebracht. (Geen Engelse vertaling kunnen vinden, maar zie beneden). Daarin bekritiseert Petrella het huidige sociaaleconomische wereldsysteem en roept hij op tot belangrijke ingrepen om de wereld te redden. Hij is vooral kritisch op het financiële systeem dat louter op winst jaagt en tot grote inkomensverschillen leidt. In de conclusie op het einde van het boek zegt Petrella dat er drie globale uitdagingen zijn, te weten

  • Armoede uitroeien
  • Ontwapening
  • Een einde maken aan het huidige financiële systeem

De politiek en de bestaande machten, grotendeels onder invloed van het internationale bedrijfsleven, zal die veranderingen tegenhouden. Hij roept een coalitie van

  • Kunstenaars, schrijvers, poëten
  • Agrariërs en werklieden
  • Wetenschappers en opvoeders
  • Ondernemers
  • De wereld van gelovigen (zonder onderscheid naar geslacht, kleur, etc.
    op om zich te mobiliseren voor het tot stand brengen van een rechtvaardige en duurzame globale ontwikkeling.

Roberto Savio, oprichter van Inter Press services heeft een opiniestuk aan het boek van Petrella gewijd onder de titel Time for a new Paradigm (in het Engels). Het geeft een uitstekende samenvatting van het boek en het opiniestuk wordt hieronder gereproduceerd

Roberto Savio, oprichter IPS

ROME, Jan 8 2019 (IPS) – The person most qualified to write the foreword for the latest work by Riccardo Petrella, In the Name of Humanity, would actually be Pope Francis, who, using other words but speaking of values and making denouncements, has often argued what the reader will find in its pages.
I quote him, because words like “solidarity”, “equality”, “social justice” or “participation” – now used only by Pope Francis I – have now disappeared from today’s political vocabulary. I was called to this task because I have spent my life in favour of information that would give citizens the tools to be conscious actors. But the reason why from a “professional” I have become an “activist” in the campaign for world governance is precisely because I see information as directly responsible for the drift in which we find ourselves.
Riccardo Petrella is a central point of reference for those who have not yet given up on seeing the governance of globalisation in terms of values and ideals. Riccardo has behind him a long series of struggles for a different economy and has denounced the dangers of neoliberal globalisation from the outset.
We owe it to him if the theme of “commons” began to be debated, in particular that of water as a public good, at a time when the Italian government of Silvio Berlusconi was pushing for its privatisation.
He did so in an era – the period immediately after the fall of the Berlin Wall – which today seems distant but which was of exceptional intellectual and political violence. Anyone who did not blindly adhere to the “single thought” introduced by the World Bank, the International Monetary Fund and the U.S. Treasury (the so-called Washington Consensus) was seen as either a nostalgist of the Soviet era or a dangerous subversive.

VN duurzame ontwikkelingsdoelen 2015 – 2030


Petrella, with few other economists, had the strength to oppose the Washington Consensus, deriding the general inebriation which reached levels that today seem impossible. I still remember a conference held by IPALMO in May 1991 in Milan, where the then director general of the World Trade Organization, Renato Ruggiero, described the world as still blocked by the concept of nation or regional agreements (such as the European Union and the North American Free Trade Agreement) now overtaken by the course of history.
Globalisation was to have eliminated all frontiers, we were to have had a single currency, there were to be no more wars and the benefits of globalisation were to have rained down on all the citizens of the world, something that the theory of development and redistribution had failed to do. It took a generation of disappointed and marginalised people for the truth to become evident.
This book is the result of forty years of study, research, and social and academic engagement by Riccardo, gathered here in an organic way. It is a holistic engagement, with a humanist vision of the economy, of society and of the consequences of the crisis that dominates us.
Reading it, faced with the wealth of data and reflections it offers, the African proverb comes to mind: “When an old man dies, a library burns to the ground”. But beyond the contents, what makes the book stimulating is that it communicates a moral engagement and a human empathy rare in this era of transition from a world that is unsustainable to one that is inevitable, but which we cannot yet see well. In his Letters from Prison, Antonio Gramsci wrote that “in the interregnum a great variety of morbid symptoms appear”.


Petrella analyses these symptoms in a meticulous but clear way, and they are symptoms for which today’s politics and finance certainly have no answer. The book is an organic work, analysing each symptom on the basis of data and proposals, helping us to walk in the shadow evoked by Gramsci.
Finally we see that there are alternatives to the drift of a world of finance which – in the search for profit – comes into collision with the very productive economy of which it was only to have been a lubricant. And in turn politics, like the productive economy, is subject to the world of finance. Today, the production of goods and services, that is, the sphere in which men and women play a role, accounts for one-fortieth of financial transactions. Greed has led banks to engage in more and more criminal actions: since the Great Crisis of 2008, major banks have paid a total of 220 billion dollars in fines …

Armoede uitroeien


According to numerous historians, the course of history has been changed above all by two factors: Greed and Fear. After the fall of the Berlin Wall it even came to be said that history had ended, as Francis Fukuyama wrote, and that we were entering a post-ideological world.
The unification of the world into a single winning ideology, capitalism, was to have led to the end of clashes, in a united international reality dedicated to economic growth. What Fukuyama did not see is that capitalism without controls was to take the world back in time.
On this Petrella offers incontrovertible data and echoes Oxfam when it says that in 2020 social inequalities in Britain will be equal to those of the era of Queen Victoria, when an unknown German philosopher was writing some chapters of Das Kapital in the Reading Room of the British Museum … The statistics on inequality are known to all: in the last two decades, capital has become increasingly concentrated in a few hands and a large part of humanity sees its level of life, health and education decrease, to the point that the International Monetary Fund is even beginning to whisper that inequality is a brake on growth.
As for Fear, it took the Brexit to start seeing the rapidly growing nationalist, xenophobic and populist drift in European countries (and also in the United States with Donald Trump). Fear has transformed countries that once were a symbol of civic-mindedness and tolerance – like the Netherlands and the Nordic countries – into racist countries that even confiscate the few personal jewels of refugees (Denmark).
In just two years, the advance of the extreme right in Austria, France, Germany, Poland, Slovakia and Hungary – until now considered a series of local coincidences – is finally creating a debate in traditional parties that have no concrete response to the causes of Fear.
Also because, as Petrella says, we are faced with a system that is a factory of poverty, which is not a natural phenomenon but a creation of the system itself. The challenges to be solved all derive from wrong answers.
Peace is being tackled with an increase in military engagement, the environment with ecological devastation, democracy with the privatisation of political power. Justice is witnessing an increase in injustice, the economy is in a financial and speculative drift, and the sense of life of citizens – who have lost the value of solidarity and accept the commodification of all that surrounds them – is crumbling. No concern is voiced that more is being spent per person on marketing in the world than on education …

zwaarden omsmeden in ploegscharen


The drift in which we find ourselves is affecting democracy, which has become a formal process, devoid of the conscious and active participation of citizens. In the Name of Humanity observes what should now be clear to all and is certainly not to the system in power: we are at a global impasse that no one, with the paradigms in place, is able to solve.
In an analytical but communicative way, this is the starting point for the list of Gramsci’s shadows: the lack of representation of humanity, the use of God, Nation and Money to transform into destroyers those who are still convinced of being constructors; and the data of the global impasse. Herein lies the importance of the book.
The analysis of the transitional era in which we find ourselves is roughly divided into two schools of thought. The first is that of those who believe that the current system is perhaps in crisis but that the answer may come from politicians – perhaps new ones – who, in every country, are able to give concrete and efficient answers with bold reforms. The second, and growing, school of thought argues that the current system is the cause of the problems to be solved and that without deep changes in vision and strategies the drift will continue.
This latter school of thought – which, moreover, is followed only by a small number of victims, many of whom are on the margins of society or are so frustrated as to take refuge in individual pessimism without hope – is a school strong in analysis and denunciation but poor in proposals.
And it is here that the book offers its own positive originality: an organic and holistic plan of proposals which invoke a pact for Humanity as the basis for the re-foundation of society. A re-foundation that declares poverty illegal, that leads to disarmament and the end of speculative finance … However, in order to achieve this re-foundation, it is necessary to return to talking about values and finding a consensus and world participation around them, because without common values it is not possible to build together and without a global response national or local actions serve little. This book, as well as being an analysis, is also a manual for action.
In this sense it is important that In the Name of Humanity sees the light in a moment of generational sacrifice. My generation, overwhelmed by Greed and Fear, by selfishness and the decline of politics, lives parameters of retirement and security that young people can only dream of.
The British referendum clearly demonstrated how the older generations are above all self-referential and feel no inter-generational responsibility. The elderly voted 65% for Brexit, deciding the future of young people, who were 75% in favour of Remain. This is the result of the absence of common values and the dramatic lack of policies for engaging young people, while those of fiscal rigour and priorities for the survival of the financial system abound – the most emblematic demonstration of current priorities.
To save banks from the 2008 crisis, it is estimated that so far the contribution to finance has amounted to eight trillion dollars. Youth policies do not exceed 500 million dollars.

hervorming van het financiële stelsel


It is no wonder that young people take refuge in a pessimistic individualism, creating their own communities only virtually on the Internet; that they lack representation and participation and, above all, for the first time in modern history, idols and points of reference.
Petrella’s book is an important instrument for young people because it transmits a message of hope that does not exist today. It is not inevitable that the world will continue like this. We have the instruments to change it. But to do that we have to go back to talking about values and going back to speaking with and understanding each other. In the Name of Humanity should be distributed free in schools …
Fifteen years have passed since the first meeting of the World Social Forum in Porto Alegre, where we – protagonists of different stories – gathered to denounce the unsustainability of neoliberal globalisation.
The scepticism and rejection that accompanied the WSF process have not prevented the Washington Consensus from today being just a discredited instrument of the past and the proponents of globalisation from admitting that the denunciations of the WSF had a real basis. As Petrella says, we can only emerge from the crisis with bold measures.
This book will be received as a utopia, or rather a chimera, by the beneficiaries of the current system. In 15 years time, it will be interesting to see how many will have been forced to admit that the analyses and the actions that Petrella proposes were not so far from the course of history.
Those who shoot at the stars can take heart from a Sri Lankan legend … there was a young boy who shot an arrow at the stars every night and was laughed at until one day the king organised an archery contest and that boy won because he was the one who shot furthest!

                    
Occupy movement: oproep tot revolutie

Gracián. Geen speelbal van uw humeur zijn.

Het is een teken van grootheid nooit toe te geven aan vluchtige opwellingen. Voorzichtigheid gebiedt ons over onze gemoedstoestand na te denken, vast te stellen wat wij werkelijk willen, ons in te houden, en zelfs het tegendeel te overwegen. Zo kunnen wij op de weegschaal van het gezond verstand spontaniteit tegen bedachtzaamheid afwegen. Zelfkennis is het begin van zelfverbetering.

zelfkennis…

Omarm jezelf

                  

Dit is de titel van een recent boek van Ton Roumen dat de waarheid behandelt van dat zelfrespect, zelfwaardering en eigenliefde essentieel zijn voor een goed leven, voor zichzelf en voor anderen.


Ik citeer hieronder een extract van zijn fantastische ‘compassiemeditatie’, bladzijde 38:


‘Ik adem in, ik adem uit
Ik ontspan mijn hart
Mijn hart is een licht dat straalt en mijn hele wezen verlicht
In mijn hart voel ik liefde, ik ben liefde
Ik veranker mijn hart in liefde en laat die stromen
Ik laat me door liefde openen, liefde die heelt
Ik ben liefde, vrede en licht
Liefde is het enige wat er echt toe doet in het leven, in mijn leven
Vanuit mijn hart en heel mijn wezen geef ik liefde aan wie haar wil aanvaarden
Liefde verbindt me met het oneindige, met God en opent mijn hart’

Gracián. De goede afloop in het oog houden

Sommige mensen schenken meer aandacht aan een strenge werkmethode dan een succesvol resultaat. Toch zal de oneer van de mislukking altijd zwaarder wegen dan de waardering voor de toewijding. Wie wint hoeft geen verantwoording af te leggen. De buitenwereld heeft geen oog voor de toedracht, alleen voor het goede of slechte resultaat. Daardoor verliest men nooit aanzien als men in zijn opzet slaagt. Een goede afloop geeft glans aan het geheel, hoe ondoelmatig de gebruikte middelen ook leken. Als een goede afloop niet volgens de regels van de kunst valt te bereiken, is het soms de kunst juist tegen deze regels in te gaan

Gracián. Bedachtzaamheid betekent meer zekerheid.


natuur, vruchtbaar voor bedachtzaamheid

Wat goed wordt afgehandeld, is vlug genoeg afgehandeld. Een snel opgetrokken bouwsel wordt snel gesloopt. Wat oneindig lang dient te duren, vergt echter langdurige arbeid. Men moet uitsluitend naar volmaaktheid streven; alleen deze is duurzaam. Intelligentie die gepaard gaat met grondigheid leidt tot onsterfelijke scheppingen. Wat van veel waarde is , kost veel; het edelste metaal (goud) is immers ook het zwaarste en heeft het hoogste smeltpunt.

Hebzucht en andere ondeugden

                    

Recentelijk zijn er enkele interessante studies verschenen over de bovengenoemde menselijke kwaliteit van hebzucht. Allereerst is er de dissertatie van Terri Seuntjes ‘ The Psychology of Greed’. Meer recent nog is er het boek van Jeroen Linssen ‘Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid’. Verder wordt de ‘ondeugd’ van de hebzucht ook behandeld in het eerdere boek van ‘Deadly Vices’ van Gabriele Taylor. Om te zien of er iets aan de negatieve kanten van hebzucht te doen valt, hebben we het recent uitgekomen boek ‘The Power of Character Strengths’ van Ryan Niemiec en Robert McGrath geconsulteerd. Dit gaat over de bevordering van zes deugden , onderverdeeld in 24 karaktersterktes, waarvan matigheid er één is. Jeroen Linssen geeft een breed filosofisch beeld van de ontwikkeling van hebzucht sinds de Oudheuid. Terri Seuntjes benadert het fenomeen hebzucht als een persoonlijkheidskenmerk van de kant van individuen en groepen. Gabriele Taylor bespreekt de ondeugden als groep, waaronder ook hebzucht. Tenslotte hebben de Amerikanen een suggestie hoe je de negatieve kanten van de ondeugden concreet kunt bestrijden. Deze werken zijn samen behulpzaam in de promotie voor deugdvorming. Dit in de veronderstelling dat om het gedrag van de mens te verbeteren je niet alleen de deugden moet promoten maar tegelijkertijd ook de ondeugden moet bestrijden, en dat in een integrale benadering.
Jeroen Linssen geeft in zijn boek ‘Hebzucht’ aan dat in de Oudheid en de Middeleeuwen het oordeel over ongebreidelde bezitsdrang negatief was.
In de middeleeuwen werd het denken over hebzucht gevoed door wat erover in de Bijbel stond. Met name dat het zondig was, de op één na ergste zonde zelfs, na die van hoogmoed. Je mocht wel ambachtelijk verdienen, een product maken en verkopen, maar dat negatieve oordeel kleefde wel aan de handel. Je werd verondersteld geen winst te maken en geen rente te vragen. Het laatste stond gelijk aan woeker. In de islam is rente vragen nog steeds omstreden, zo niet verboden. Om de hel te vermijden, moesten woekeraars het toegeëigende geld teruggeven en berouw tonen.
De opkomst van de geldeconomie tussen 1000 en 1300 dwong de samenleving tot gematigder opvattingen over hebzucht. Vanwege de toegenomen handel werden er toch winsten gemaakt. Maar dit werd door de kerkelijke autoriteiten niet goedgekeurd. In de twaalfde en dertiende eeuw lieten rijkaards daarom vaak in hun testament opnemen dat hun erfgenamen de opbrengsten van woekeren moesten teruggeven, of gebruiken om hun ziel te redden. De kerk opende nog een andere deur naar de redding door een nieuwe afdeling toe te voegen aan het hiernamaals. Naast het paradijs en de hemel kwam er het vagevuur, waar mensen niet eeuwig maar slechts tijdelijk waren verdoemd.
Onder invloed van het calvinisme werden ook de opvattingen over het maken van winst bijgesteld. Na de Middeleeuwen werd hebzucht door filosofen vaak gezien als een afleidingsmanoeuvre voor oorlog voeren. Door vorsten over te halen zich in de handel te begeven, dus hebzuchtig te worden, zouden ze minder tijd overhouden voor hun oorlogszucht. Ook heden ten dage worden agressieve geopolitieke impulsen van politici afgeremd door economische belangen
De echte omslag kwam toen afscheid genomen werd van het idee dat wanneer de een winst maakt de ander verliest, het zero-sum-game. De bekende econoom Adam Smith praatte op een sublieme manier de hebzucht – het eigenbelang – van de enkeling goed, omdat een onzichtbare hand het welzijn van iedereen zou bevorderen. Hebzucht werd daarmee omgevormd tot de motor van de economie.
Linssen spreekt van een langzame normalisering van de hebzucht daarna. De zware zonde van weleer is een zegenrijk instrument geworden. En er kwamen eufemismen zoals ‘welbegrepen eigenbelang’, ambitie en passie.
Het is in onze cultuur steeds moeilijker niet hebzuchtig te zijn want we worden geacht ondernemer van ons eigen leven te zijn, net zoals dat ook van instellingen wordt gevraagd. Een wereld die de nadruk legt op vooruitgang en presteren lijkt het goed te kunnen vinden met de ‘hebzucht’. De Kerk heeft in de 19de eeuw het verbod op rente afgeschaft en nog niet zo lang geleden het vagevuur. De auteur verwacht dat de politiek de dominantie van de hebzucht niet teniet kan doen. Toch zal de hebzucht gedempt dienen te worden als we de aarde niet willen overbelasten met onze verlangens naar een uitgebreid pakket van materiële zaken.

Terri Seuntjes

Terri Seuntjes definieert hebzucht als een onverzadigbaar verlangen naar meer. De definitie heeft twee delen: allereerst ontevredenheid met wat men heeft en ten tweede, als men krijgt wat men begeert, blijft het verlangen naar meer bestaan.
Als onderdeel van haar studie heeft Seuntjes een gevalideerde ‘hebzucht-schaal’ ontwikkeld om de inhaligheid van Nederlanders te meten. Gemiddeld scoort de Nederlander 2.8 op een schaal van 1 tot 5. De enquête is ingevuld door zo’n 100.000 personen in het kader van een groot salarisonderzoek.
Het onderzoek heeft de volgende bevindingen opgeleverd:

  • De verschillen tussen individuen zijn groot. Ook tussen beroepsgroepen. De meest hebzuchtigen zitten in de olie-industrie. De makelaardij staat op nummer twee, bankiers en verzekeraars op drie, de handel op vier. De minst hebzuchtigen zitten in de sectoren onderwijs, onderzoek en gezondheid.
  • Jongeren zijn over het algemeen hebzuchtiger dan ouderen.
  • Er is weinig steun voor de hypothese dat mannen hebzuchtiger zijn dan vrouwen.
  • De meeste religieuze geschriften veroordelen hebzucht. Niet-religieuzen zijn in het algemeen hebzuchtiger dan leden van een religieuze gemeenschap.
  • Mensen op de rechtervleugel van het politieke firmament zijn hebzuchtiger dan op de linkervleugel
  • Hebzucht wordt vaak gezien als een belangrijk motief in financiële zaken. Hebzuchtige personen hebben aan de ene kant een hoger maandelijks inkomen, maar aan de andere kant geven ze meer geld uit; ze hebben ook kleinere besparingen en grotere schulden.
  • Hebzuchtigen komen er makkelijker toe om te liegen in hun eigen voordeel of om zich te laten omkopen. Ze bedriegen ook makkelijker hun partner.
  • Hebzuchtigen hebben een zwakkere zelfdiscipline en zijn vaker jaloers en materialistisch.
  • Een andere hebzucht schaal (VAVS) constateerde een correlatie met andere ondeugden, evenals met Macchiavellisme, narcisme en psychopathie.
  • Terwijl de wens naar materiële bezittingen de kern van de hebzucht vormt, kan hebzucht zich ook uitstrekken naar andere behoeften zoals macht, status, eten en seks. Hebzucht is geassocieerd met jaloezie als men het gewenste bij anderen ziet en ambieert
  • Hebzucht omvat zowel de behoefte om te krijgen als om dingen vast te houden, maar verwerving is belangrijker dan retentie, zoals gierigheid en spaarzaamheid.
  • Hebzucht differentieert zich naar gelang behoefte aan verschillende zaken, bijvoorbeeld voor de vrouw kleren, voor de man partners.
  • De situatie waarin men zich bevindt kan invloed hebben op de sterkte van de hebzucht want deze kan min of meer verleidelijk zijn. Schaarste van een gewenst goed kan de gevoelde behoefte eraan doen stijgen
  • Huidige sociaaleconomische status en rijkdom of armoede spelen geen rol in de mate van hebzucht; jeugdarmoede daarentegen leidt tot een hogere score op de hebzuchtschaal.
  • Hebzucht vergroot de kans op ‘tunnel-visie’ en het zich niet bekommeren om anderen.

Hebzucht, concludeert het onderzoek, is op zichzelf niet slecht. Hebzucht kan nuttig zijn in bepaalde situaties en niet nuttig in andere. Hebzucht geassocieerd met de behoefte om iets te hebben kan initiatief en ondernemingslust stimuleren. Hebzucht kan niet alleen voordelen voor de bezitter ervan hebben maar ook voor de maatschappij in het algemeen. Het is de motor van ons economische systeem. In het communistische systeem lag dat anders, maar dat heeft de aanval van het hebzuchtige westerse model niet overleefd.
Uitzonderlijk hebberig te zijn is niet goed, maar helemaal niet hebberig te zijn is niet noodzakelijk beter. Te weinig ambitie of verlangens kan tot geringere prestaties en tot verveling leiden. De sleutel tot een gelukkig leven schijnt te bestaan uit een goede balans tussen meer willen hebben en te weten wanneer het genoeg is. Inhalerige personen hebben wensen die niet in vervulling kunnen gaan. Ze zijn gericht op productiviteit maar schijnen niet gelukkiger te zijn. Ze hebben minder zelfachting en een lagere levensvoldoening Hebzuchtigen werken harder, hebben meer inkomen en schijnen rijkdom te willen maximaliseren, maar niet noodzakelijk hun welzijn. Rijkelui genieten minder van positieve emoties, wat op zijn beurt tot minder geluk leidt. Een gevolg ook van de prioriteiten die men in het leven stelt.

Gabriele Taylor in haar boek ‘Deadly Vices’ besteedt aandacht aan het complete gamma van de ondeugden. Die zijn van christelijke oorsprong en bestaan uit de volgende zeven: luiheid, afgunst, hebzucht, hoogmoed, woede, wellust en vraatzucht.
Alle ondeugden richten zich primair op het eigen ik en haar positie in de wereld. Ze zijn allemaal destructief en verhinderen het floreren van het zelf.
Er zijn gradaties van ondeugden; ze zijn een onderdeel van het complexe fenomeen ‘karakter’ met alle consequenties van dien. Deugden reduceren en ontwrichten de visie van degenen die in de greep van de ondeugden zijn en ze zijn daarbij instrumenteel in het belemmeren van de bloei van de persoon.
Een bepaalde ondeugd kan een andere schadelijke karaktertrek veranderen, bijvoorbeeld hoogmoed kan gierigheid of lafheid voorkomen of verminderen. Linssen constateert dat de beoefening van de hebzucht de welvaart tot stand heeft gebracht en gevoelens van agressie heeft voorkomen of verminderd.
Taylor zegt dat hebzucht onbegrensd verlangen kent. Oorspronkelijk was de zonde van de hebzucht een buitengewone voorliefde voor rijkdom en de macht die daaruit voortvloeit. Hebzucht is niet beperkt tot de wereld van materiële bezittingen. Taylor en Seuntjes constateren beiden dat hebzucht diverse vormen kan aannemen zoals gierigheid en verkwisting met als gemeenschappelijk kenmerk een ‘onredelijke’ houding ten aanzien van geld of materiële bezittingen. Wellust en vraatzucht zijn een zekere vorm van hebzucht. Afgunst is een specifieke vorm van hebzucht. Onder de ondeugden is feitelijk alleen de luiheid vrij van hebzucht.
De ondeugden vertonen structurele overeenkomsten. Als men in de grip van één is, is het waarschijnlijk dat men ook geraakt wordt door andere ondeugden. De gierigaards zijn in de grip van een overweldigende behoefte aan zekerheid. Zij zijn hebzuchtig omdat ze hun schat willen behouden en vergroten. De meeste hoogmoedigen zijn hebzuchtig in de zin dat ze meer behoefte aan bewondering en vleierij hebben.
Matigheid kan gezien worden als een correctie op alle vormen van hebzucht, inclusief behoeftes aan waardering, macht, applaus of onafhankelijkheid. Matigheid, kuisheid, geduld en ijver zijn, samen met ‘moed’, de deugden die het zelf betreffen en de ’corrigerende’ groep van deugden vormen. Matigheid en alle andere deugden van het egocentrische of ‘corrigerende’ type zijn niet primair van toepassing op specifieke gedragingen maar eerder op de het algehele levensperspectief van de betrokkene. Het bezit van matigheid brengt niet alleen het bezit van de ‘corrigerende ’deugden, maar zal ook andere deugden met zich brengen.
Onze rede is de basis voor de controle van onze passies. Volgens deze zienswijze is zelfdiscipline een belangrijke deugd en is verstandelijke zorgzaamheid een beweging tegen egocentrisme.
De lijst van ondeugden is al eeuwen goud en heeft de tand des tijds goed doorstaan. Hoewel de zwaarte van de ondeugden sterk is gereduceerd is het alsnog mogelijk dat de ondeugden bepaalde personen sterk in hun greep hebben.

Karaktersterktes.

The Power of Character Strengths sluit hier op aan. De karaktersterkte die we speciaal op het oog hebben is die van zelfregulering (self-regulation) die ons beschermt tegen een ongedisciplineerd leven. Ze is één van de vier karaktersterktes onder de deugd Matiging (Temperance) van deze wetenschappelijke deugdclassificatie. De andere drie sterktes zijn: vergeving, nederigheid en voorzichtigheid.
Zelfregulering is een complexe karaktersterke. Ze heeft te maken met het onder controle houden van je begeertes en emoties en het reguleren van wat je doet. Zelfregulering helpt om een gevoel van evenwicht, orde en vooruitgang in het leven te houden. De mantra van de zelfregulerende persoon is dat je weet wanneer ‘genoeg, genoeg is’. Wanneer je op je best in zelfregulering bent, oefen je discipline en controle uit op je leefgewoontes, emoties en impulsen, terwijl je jezelf toestaat spontane pleziertjes te hebben en redelijk flexibel te blijven in je dagelijkse routine.
Een centraal element van zelfregulering is gedisciplineerd zijn, d.w.z. gepaste beslissingen maken over wat je eet, drinkt en in het algemeen consumeert, evenals je niveau van activiteit. Zelfregulering kan op diverse manieren plaatsvinden. Naast het regelen van je gewoontes, gedrag, impulsen en emoties, kun je ook je aandacht beheersen, bijvoorbeeld door mindfulness.
De vijand van zelfregulering is zoiets als ‘uitstel discount’ dat plaats vindt wanneer de betrokkene een beter lange termijn resultaat opoffert voor een meer onmiddellijk resultaat.
Zelfregulering is waardevol om meerdere redenen, zoals minder zorg en depressie, sterkere emotionele controle, betere prestaties op velerlei terreinen, betere persoonlijke aanpassing, een groter gevoel van zelfacceptatie en zelfachting in relaties en, niet het geringste voordeel, het voorkomen en beheersen van verslavingen. Zelfregulering kun je volgens het boek versterken door bezinning over een aantal vragen, zoals wat zijn je best gereguleerde levensterreinen en de redenen daarvoor, welke gebieden in je leven zouden er wel bij varen als je meer zelfcontrole uitoefende; en de reacties van anderen op je zelfregulering.
Het schijnt ook leerzaam te zijn deze karaktertrek bij anderen te identificeren en er met hen over te praten. Het boek geeft aanwijzingen hoe je stappen kunt nemen in je contacten, op het werk, in je omgeving en voor jezelf. Bij het laatste bijvoorbeeld kun je je dagelijks leven effectiever organiseren, een betere manier vinden om je werkplek in te richten of je voorbereidingen voor de dag te treffen. En vervolgens dit organisatieprincipe toepassen op steeds bredere onderwerpen.
Je kunt zelfregulering te weinig of teveel toepassen. Een chronisch ondergebruik staat centraal voor een groot aantal persoonlijke en sociale problemen waar mensen mee worstelen. Veel mensen maken te weinig gebruik van zelfregulering in één of meer van de volgende: seksuele verlangens, geld, eten, drinken, werken, lichamelijke oefening, concentratie, emoties, impulsen en lichaamshouding. Zelfregulering werkt als een spier – hij kan vermoeid worden door overmatig gebruik in minder dan zeven minuten. Het is ook en spier die versterkt kan worden door oefening.
Je kunt ook teveel reguleren. Personen die dat doen beheersen zichzelf teveel en kunnen iedere stap van hun leven controleren. Ze zijn geremd en onvoldoende flexibel. Hun overmatig gebruik van discipline kan obsessief worden en hun persoonlijke relaties danig verstoreWe komen hier nog even terug op Gabriele Taylor en haar ideeën omtrent de bestrijding van de ondeugden. In de houding tegenover zichzelf gedragen de ondeugdzamen zich op een schadelijke manier. Ze zijn in diverse vormen en gradaties morele solipsisten. Hun zelf-preoccupatie wordt aangevuld door onverschilligheid tegenover anderen
Zichzelf genezen vereist de verwijdering van de onverschilligheid ten aanzien van anderen. De ondeugdzamen hebben geen waardering voor zichzelf. Zij ontbreken zelfachting, zelfrespect en waarschijnlijk eigenliefde. Dit zijn geneeskrachtige deugden die ze nodig hebben. Maar om deze tot op een beperkt niveau eigen te zijn, dienen ze van hun solipsistische houding af te komen. Er is daarbij ook zelftranscendentie nodig. Bewustzijn en gevoelens zijn transcendent als hun focus op iets anders gericht is dan het eigen ik. Het vraagt op zijn minst een verschuiving in het gezichtspunt weg van het zelf.
Basis-sympathie, de capaciteit om de ander gewaar te worden, is noodzakelijk voor het voorkomen van moreel solipsisme. Basissympathie voor de ander is nodig voor het bezit van een zichzelf-genezende deugd. Het is liefde die een prominente kandidaat is voor de status van een genezende deugd. De rol van de liefde is hoogst relevant vanwege de doctrine dat deugden geperverteerde liefde in diverse vormen zijn. Liefde volgens de filosoof Kant heft het isolement op dat het gevolg is van geheel op het eigen gerichte gevoelens.
Zowel liefde voor een ander en ware eigenliefde zijn geneeskrachtige deugden, maar het is eigenliefde die het meest relevant is voor de ondeugdzamen. Daarbij is eigenwaarde het belangrijkste, een eigenwaarde die tenminste een graad van relatieve objectiviteit heeft. Zelfachting maakt het overbodig continu naar zelfbescherming te zoeken waartoe ondeugdzamen zijn veroordeeld. Door de behoefte aan zelfbescherming re verminderen is er een geringere behoefte aan een web van zelfbedrog waarin ondeugdzamen zijn verstrikt.

Van ondeugd naar deugd via liefde

Zoals Linssen het in ‘Hebzucht’ aangeeft heeft de ondeugd van de hebzucht zijn scherpe kanten verloren. De eerdere ondeugd is deels deugd maatschappelijk deugdzaam geworden. Ook, zegt hij, zijn andere hoofdzonden hun scherpe kantjes kwijtgeraakt. Wellust is amper nog een gangbare term en de seksualiteit is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw tot vollere bloei gekomen. Dat was ook wel nodig, en nog, omdat de Kerk seksualiteit vooral als een voortplantingsfenomeen heeft gezien en niet als expressie van diep wederzijds verlangen. Hetzelfde geldt voor hoogmoed. Het was lange tijd de hoofdzonde omdat men geen concurrent van God kon zijn. Maar de hedendaagse cultuur vraagt dat men zich zo sterk mogelijk ontplooit. In onze maatschappij worden kinderen met veel zorg en liefde opgevoed en zijn de omgangsvormen doorgaans positief, zelfs vriendelijk. Minder kans dus voor de ondeugden die volgens Dante een vorm van gedegenereerde liefde zouden zijn.

Karakterontwikkeling

                               
                                

In diverse blogs hebben we ‘Values in Action’ (VIA) genoemd, een op de wetenschap gebaseerd karakter en sterkekanten systeem, ontworpen door de Amerikaanse positieve psychologen Martin Seligman en Christopher Peterson. Een onderdeel van die benadering bestaat uit een questionnaire, die je zonder vergoeding kunt invullen en die jouw zes deugden, onderverdeeld in 24 karaktersterktes, kan vaststellen; zie hiervoor: www.viacharacter.org. Om zoveel mogelijk profijt van het beneden besproken boek te hebben, is het een aanrader die test af te nemen en je 24 karaktersterktes te leren kennen.


Karaktersterktes kunnen ontwikkeld worden. Er zijn diverse programma’s en activiteiten voor de VIA-deugdontwikkeling. Afgelopen februari verscheen een officiële handleiding van het VIA Institute on Character onder de titel ‘The Power of Character Strengths: Appreciate and Ignite Your Positive Personality’. Het is geschreven door de VIA-deskundigen Ryan M. Niemiec en Robert McGrath.

Na interessante eigen introducties van de auteurs en hun sterke kanten is er een ‘Note to the Reader’. Dat stelt dat de unieke benadering van dit boek gaat over wat het beste in je is – je talrijke karaktersterktes. Het boek geeft een recept voor investeringen in jezelf en probeert theorie en praktijk in evenwicht te houden. Het bestaat uit drie delen. Het eerste deel geeft een introductie in het VIA karaktersysteem– de kernbegrippen, waarom het belangrijk is in het algemeen en waarom het voor jou belangrijk kan zijn. Het tweede en veruit grootste deel beschrijft het wat, waarom en hoe van ieder van de 24 karaktersterktes. Het derde deel van het boek beschrijft de Strengths Builder (sterkekantenontwikkelaar). Het is een praktisch gericht, wetenschappelijk gebaseerd, vier weken durend programma voor het verder ontwikkelen van je karaktersterktes met als uiteindelijk doel jezelf te doen floreren.

Je kunt in deel 2 in willekeurige volgorde de diverse karaktersterktes napluizen.
Voor iedere sterkekant zijn er de volgende secties

Wat je moet weten over de betrokken sterkte

Waarom die sterkte zo waardevol is

Vragen over hoe je de betrokken sterkte bij jou zou kunnen doen ontluiken/bevorderen.

Het identificeren van de sterkte (presentatie door een ervaringsdeskundige)

Talrijke suggesties over hoe je deze sterkte kunt ontwikkelen (in je sociale contacten, op je werk, in je omgeving en voor jezelf). Belangrijk deel van de aanpak.

Evenwichtig gebruik van de sterkekant (teveel of te gering gebruik ervan; met presentatie van overmatige ervaringsdeskundige)

Hoe gebruik je deze sterkekant optimaal.

Alles bij elkaar beslaat de behandeling van iedere sterke kant tussen de vijf en de tien bladzijden
Je kunt het programma individueel volgen, maar de auteurs raden aan het eventueel met anderen te doen

Martin Seligman, Vader van de positieve psychologie

Karakter is een veelvoudig begrip. Mensen hebben een grote variëteit aan karaktersterktes en ieder heeft meerdere sterktes tegelijk. In feite hebben we allemaal een verschillend karakterprofiel. Vooral als het je top karaktersterktes betreft, waarvan iedereen er gemiddeld zo’n vijf (van de 24) heeft. Deze topsterktes zijn essentieel voor jou als persoon, je gebruikt ze moeiteloos en ze stimuleren je. Ieder van de 24 karaktersterktes doet er toe en ieder helpt ons op een verschillende manier om welzijn te scheppen, relaties aan te gaan, met stress om te gaan en onze doeleinden te bereiken.
Het identificeren van karaktertrekken bij anderen wordt aangegeven als bijzonder leerzaam te zijn.

De zes deugden en de 24 karaktersterktes (tussen haakjes) zijn de volgende:

  • Wijsheid (creativiteit, nieuwsgierigheid, oordeel, leergierigheid, perspectief)
  • Moed (dapperheid, volharding, eerlijkheid, enthousiasme)
  • Menselijkheid (liefde, vriendelijkheid, sociale intelligentie)
  • Rechtvaardigheid (teamwork, billijkheid, leiderschap)
  • Maat (vergeving, bescheidenheid, voorzichtigheid, zelfcontrole)
  • Transcendentie (waardering van schoonheid en uitmuntendheid, dankbaarheid, hoop, humor, spiritualiteit).

Deel 3, de Strengthsfinder, bestaat uit vier stappen, die ieder ongeveer een week kunnen duren:

  • Het herkennen en waarderen van sterkekanten in anderen.
  • Onderzoek en gebruik van je top karaktersterktes
  • Het toepassen van je sterktes op levensuitdagingen
  • Je sterktes tot een gewoonte maken

Dit boek, in het Engels, is in eenvoudige, duidelijke taal geschreven en ik denk goed te volgen door gevorderden in Engels. Je kunt tegelijkertijd je kennis van de Engelse taal vergroten, een uitdaging voor de karaktersterkte ‘leergierigheid’.
In een volgende blog zullen we ‘creativiteit’ als voorbeeld nemen van hoe dit voor alle 24 karaktersterktes in deel 2 is aangepakt.

een vorm van creativiteit

Gracián. Moed tonen wanneer dit wenselijk is

             

Zelfs hazen plukken aan de manen van een dode leeuw. Met dapperheid valt niet te spotten. Een moeilijkheid die u meteen overwint, kost evenveel inspanning als een late overwinning en heeft meer waarde.* Zedelijke moed staat hoger dan lichamelijke moed. Hij is te vergelijken met een degen, en bevindt zich altijd in de schede van de wijsheid, klaar voor het gevaar, als beschermer van uw persoonlijkheid. Zedelijke zwakheid brengt meer schade teweeg dan lichamelijk verval.
Er zijn veel mensen geweest met buitengewone eigenschappen, die als doden hebben geleefd, levend begraven door hun onvermogen voor zichzelf op te komen. Het is geen toeval dat de oplettende natuur de zoetheid van de honing van de bij liet samengaan met de scherpte van de angel. Het lichaam bevat zenuwen en beenderen: ook de geest moet niet een en al zachtheid zijn.

• N.B. Heeft ook het voordeel minder tijd en gedachten aan een probleem te hoeven besteden (Deugwel)