Deugdethiek en integriteit

Dit is de titel van een in 2010 verschenen boek van de hand van Marcel Becker en medeauteurs Hoekstra, Karssing, Niessen en Van Tongeren.

Hoofdstuk 1 geeft de noodzaak aan voor aandacht voor ethiek in ons openbaar bestuur. Daarbij zien we steeds meer dat de deugdethiek de bestaande regelgeving en de codes kan aanvullen. Hoofdstuk 2 zet uiteen wat een deugd is. Hoofdstuk 3 legt de relatie tussen  deugdethiek en ambtelijke integriteit. Hoofdstukken 4 tot en met 7 zijn gewijd aan de vier kardinale deugden: moed, verstandigheid, maat en rechtvaardigheid. In hoofdstuk 8 krijgt de lezer deugd-ethische tips aangereikt hoe met integriteit aan de slag te gaan.
Het  gaat dus vooral over de overheidsadministratie en de plaats van ambtenaren daarin. Daarbij wordt een eerder gezegde van de Hoop Scheffer aangehaald dat het verschil tussen het bedrijfsleven en de overheid de moraal is. Gesteld wordt dat het in de deugdethiek niet alleen gaat om het zich houden aan regels of gedragscodes of het bereiken van een bepaald doel, maar ook om excellent functioneren. Een goed ambtenaar is 24 uur per dag ambtsdrager in die zin dat hij 24 uur per dag het ambt niet mag schaden.
De deugdethiek richt zich niet op handelingen per se, maar op de houding van een persoon en zijn morele kwaliteiten. De houding is slechts algemeen  van karakter en wordt in de concrete situatie waargemaakt De lastigste integriteitsproblemen zijn die waarin de keuze er een is  tussen verschillende waarden  die om de voorrang strijden  en alle in beginsel goed zijn. We bevinden ons dan  in het grote grijze gebied tussen fraude, corruptie, etc. enerzijds en maatschappelijk geaccepteerd gedrag anderzijds.
Het openbaar bestuur is de afgelopen 25 jaar grondig veranderd. De ambtenaar heeft een grotere beslissings- en beoordelingsruimte gekregen. Hij is dynamisch, flexibel en creatief en kan meer dan voorheen oplossingsgericht werken en dat heeft de discussie over  goed handelen stevig beïnvloed. De intensivering van de aandacht voor de ethiek maakt dat de deugd-ethische achtergrond interessant wordt.  
Als het gaat om (ethische) problemen wordt van de ambtenaar veerkracht verwacht. Hij speelt flexibel in op uiteenlopende situaties, maar wel vanuit de kernwaarden van het openbaar bestuur. Bij deze handelwijze past de deugdethiek die goed handelen beschrijft als een situationeel oordelen door iemand die een goed gevormde houding heeft. Handelingen vloeien voort uit houdingen; houdingen bepalen voor een belangrijk deel onze emoties en ook wat en hoe we waarnemen.
Integriteit komt voor in gradaties en we kunnen groeien in integriteit. De deugdethiek biedt handvaten hoe die groei te stimuleren. De ontwikkeling van de juiste houding is een proces dat nooit eindigt.
De voorbeeldfunctie geldt allerwegen als een van de belangrijkste bijdragen aan een goed integriteitsklimaat. Door ons handelen vormen we niet alleen onze eigen houding, maar ook die van anderen. Omgekeerd zijn anderen vaak belangrijk als referentie voor ons eigen handelen. Deugdzaam is degene die zich optrekt aan het voorbeeld en probeert zichzelf te verbeteren.
De vier kardinale deugden verstandigheid, rechtvaardigheid, maat en moed horen thuis in elke deugd, ook in die van de integriteit . De goede ambtenaar zal deze deugden idealiter in grote mate beheersen.
Integriteitsmanagement beweegt zich heen en weer tussen compliance (strikte regelgeving en controle op naleving) aan de ene kant en values (waarden) aan de andere. Er is momenteel een breed gedeelde overeenstemming dat integriteitsbeleid beide moet omvatten. De deugdethiek die positieve oriëntaties formuleert en positivisme als eigenschap van de persoon zelf ziet, staat aan de zijde van de ‘values’ benadering en weet de sterke kant hiervan optimaal te benutten: zij spreekt de persoon en zijn motivatie direct aan en is complementair aan de bestaande regels en codes.

Voor verdere informatie zie www.integriteitoverheid.nl

Bewaren