Wereldverbeteraar

Als je wereldverbeteraar wilt worden of in dat fenomeen geïnteresseerd bent, moet je het boek  lezen van Larissa MacFarquhar ‘Strangers Drowning’. (Nu ook beschikbaar in een Nederlandse vertaling onder de titel van ‘Wereldverbeteraars, een filosofische verkenning van altuïsme’).

strangers drowningMacFarquhar geeft in haar boek een beschrijving van de kenmerken van een wereldverbeteraar en een aantal verhalen over echte voorbeelden daarvan. Ongelooflijke verhalen van idealisten die zich fanatiek inzetten, met opoffering van eigen welzijn en dat van familieleden, om minder begunstigden te helpen.
De normale manier om goed te doen is om diegenen te helpen die je nabij zijn, mensen die je kent of aanvoelt.
Een tweede type heeft een meer abstract uitgangspunt – een gevoel van onrechtvaardigheid in de wereld in zijn geheel en een verlangen naar goedheid als zodanig.
Macfarquhar heeft het over dit tweede type wereldverbeteraar. Die  wordt in het Nederlands ook wel het geitenwollensokkentype genoemd, een wat wereldvreemde, non-conformistische sociale hervormer. Dit tweede type is niet beter of slechter dan het eerste, maar hij is zeldzamer en moeilijker te begrijpen.
Het eerste type roept geen onbehagen op. Als hij klaar is met zijn goede daden  keert hij naar zijn dagelijkse leven terug. Al kan hij tijdelijk als een held  worden gezien, uiteindelijk is hij een gewoon iemand, net zoals wij. Zijn of haar nobele daden houden geen verwijt aan ons in.heiligenleven
Het geitenwollensokkentype aan de andere kant weet dat er overal en altijd crises zijn en die zoekt hij op. Hij is niet spontaan en hij bereidt zijn goede daden in koele bloede voor. Hij kan barmhartig zijn, maar barmhartigheid is niet de reden waarom hij het doet. Hij leidt geen gewoon leven: zijn goede daden zijn zijn leven. Zijn altruïstisch bestaan is een impliciet verwijt aan ons omdat we ons bewust zijn  egocentrisch te leven.

Dubbelzinnigheid ten aanzien van het geitenwollensokkentype komt ook voort uit een diepe onzekerheid van hoe iemand dient te leven. Is het wel goed om te proberen een zo hoogstaand mogelijk moreel leven te leiden, het leven van een heilige!? Of mist dat soort leven een menselijke kwaliteit?  En mag men de belangen van vreemden boven die van naasten, van familie stellen? Politieke bewegingen en religieuze ordes zijn zich altijd bewust geweest dat een zekere afstand nemen van de aanspraken van gezin en familie nodig is voor een totale overgave aan iets groters. Maar zoals de discussie over het celibaat in de Katholieke Kerk aangeeft, de goegemeente heeft daar nu weinig begrip voor.

heiligenleven 4
Er is één situatie waarbij het uitzonderlijke gedrag van wereldverbeteraars normaal lijkt, en dat is in het geval van oorlog. Wereldverbeteraars zijn zeldzaam omdat het in de menselijke natuur zit om voor zichzelf op te komen. In oorlogstijd wordt extreme kwaadaardigheid verontschuldigd, evenals extreme deugdzaamheid. In vredestijd kan zelfverloochening zwak lijken, een kwestie van teveel empathie en te weinig zelfrespect. In oorlog lijkt onzelfzuchtigheid op heldendom. Het verschil dan tussen een wereldverbeteraar en een gewoon iemand is dat de wereldverbeteraar steeds op het oorlogspad is.
Macfarquhar concludeert dat als er een strijd is tussen de eisen van het dagelijks leven aan de ene kant en van moraliteit aan de andere kant, het dagelijks leven wint.
Wat wereldverbeteraars missen is niet geluk maar argeloosheid. Zij missen het blinde geluk dat de meeste mensen in staat stelt hun bewustzijn af te sluiten van wat onaangenaam of onacceptabel is. Als er geen wereldverbeteraars zouden zijn, zou de wereld ongeveer zijn zoals die nu is , alleen slechter. Hun voorbeeld van goed doen leidt tot navolging, al is het in afgezwakte vorm. Niet iedereen kan wereldverbeteraar zijn. Maar, concludeert MacFarquar, deze idealistische, veeleisende en doorzettende lieden dragen er toe bij  dat de deugden in stand worden gehouden.