Internationale Geluksdag (20 maart)

In de filosofie is het begrip ‘geluk’ al lang gangbaar. De Griekse wijsgeer Aristoteles ( 384 – 322 vóór Chr.) zag een gelukkig leven als doel van de deugduitoefening. In de negentiende eeuw hadden we de filosofische stroming van het Utilisme, die het grootste geluk voor het grootste aantal mensen nastreefde. Ook in de politiek is het begrip al eeuwen bekend, getuige de Grondwet van de Verenigde Staten die in de 18de eeuw, de ’pursuit of happiness’ als één van de doeleinden van de nationale gemeenschap bestempelde.

geluk4Het is evenwel nog niet lang geleden dat het begrip ‘geluk’ populair werd  onder de westerse bevolkingen. Je zou een scheidslijn kunnen trekken bij de Tweede Wereldoorlog. Tot dan waren de levensomstandigheden voor het overgrote deel van de bevolking van dien aard, dat je blij was te overleven of althans het hoofd boven water te houden. De zware levensomstandigheden met grote gezinnen, penibele arbeidsomstandigheden, frequente epidemieën en ziektes, de sociale spanningen en onzekerheid maakten van het leven geen lolletje, integendeel. Geen sprake van geluk, maar van een zware last van permanente zorgen, wat we tegenwoordig ‘stress’ noemen. Met de snelle sociaaleconomische ontwikkelingen van na de oorlog krijgt het begrip geluk meer aandacht.
De Universele Rechten van de Mens (1948) bevestigden dat iedereen recht heeft op geluk, voor zichzelf en zijn naasten. Maar geluk is moeilijk alleen te krijgen. Geluk is de resultante van andere omstandigheden, voor een belangrijk deel gebaseerd op de bevrediging van basisbehoeften. geluk2Het is een bijproduct van wat men doet. Het stellen van doeleinden en ze metterdaad realiseren brengt voldoening en geluk. Zoals een spreekwoord zegt: ‘Geluk is een reis, geen bestemming, een proces, geen doel!’ Geluk in onze cultuur verlengt het leven  van gezonde mensen  met zo’n zeven en een half tot tien jaar, door dat ze minder stress ervaren. Gelukkige mensen hebben meer kans om getrouwd te raken en succesvolle huwelijk te hebben. Ze hebben meer vrienden, zijn productiever op het werk en verdienen meer.

De verschillen in duurzaam geluk tussen mensen worden voor zo’n vijftig procent bepaald door erfelijke eigenschappen. Levensomstandigheden bepalen voor rond tien procent  het geluksniveau. Op de andere veertig procent  heb je door je denken en doen dus wel invloed. ‘Gelukkig zijn‘ kun je tot op zekere hoogte leren. De succesvolste therapievorm  is de cognitieve therapie, die ervan uitgaat dat je door je denken je emoties kunt bijsturen. Positief psycholoog  Barbara Frederickson adviseert het aantal positieve ervaringen in je leven op te voeren in verhouding tot de negatieve. Als je drie of meer positieve ervaringen tegenover één negatieve hebt, ga je floreren! Klaar staan voor de medemens is voor velen zo’n sterke positieve ervaring.

geluk
Vier jaar geleden riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 20 maart uit als Wereldgeluksdag omdat het ook belangrijk is op land- en wereldniveau. Onderzoek heeft aangetoond dat naast geluk als een persoonlijke ervaring, het ook een kwestie van volksgezondheid, wereldeconomie en nationaal welzijn is. Zes factoren, te weten: per capita inkomen, sociale contacten, het verwachte aantal gezonde levensjaren, maatschappelijke vrijheid, goedgeefsheid en afwezigheid van corruptie verklaren bijna driekwart van de verschillen tussen de diverse landen.
Ter gelegenheid van de Wereldgeluksdag publiceerde de V.N.  afgelopen week het World Happiness Rapport voor 2016. Denemarken, op de hielen gevolgd door Zwitserland, is daarin het gelukkigste land op de wereld. Net als in 2015 horen IJsland, Noorwegen, Finland, Canada, Nederland, Nieuw Zeeland, Australië en Zweden ook tot de top tien. Nederland staat op de zevende plaats. Het doet goed af en toe stil te staan bij hoe gelukkig we in Nederland zijn!

geluk1